Aanklachten tegen drie in Guantánamo

Een militair aanklager heeft nieuwe aanklachten geformuleerd tegen drie gevangenen in het strafkamp op de Amerikaanse basis Guantánamo Bay in Cuba. Dat meldde het ministerie van Defensie vrijdag. Andere legerfunctionarissen zullen de aanklachten nu beoordelen, voordat ze officieel worden.

De volgende personen worden aangeklaagd:

De Australiër David Hicks, een voormalige veedrijver, haaienvanger en kangoeroeviller die in Afghanistan werd opgepakt op verdenking van steun aan de Talibaan. Hij zal worden aangeklaagd voor het verlenen van materiële steun aan terrorisme en poging tot moord.

De Jemeniet Salim Hamdan, een veronderstelde chauffeur van terroristentopman Osama bin Laden. Hij wordt beschuldigd van samenzwering en het verlenen van materiële steun aan terrorisme.

De Canadees Omar Khadr, die 15 was toen hij in 2002 in Afghanistan werd opgepakt omdat hij een granaat zou hebben geworpen naar een Amerikaanse legerarts. Zijn aanklacht vermeldt moord, poging tot moord, spionage, samenzwering en het verlenen van materiële steun aan terrorisme.

De drie zijn eerder aangeklaagd, maar nieuwe aanklachten waren nodig na een uitspraak van het federale Hooggerechtshof, juni vorig jaar. Dat bepaalde toen dat de militaire commissies die zich over het lot van de verdachten zouden buigen, ongrondwettig waren, omdat president George W. Bush ze zonder toestemming van het Congres had ingesteld. Hierna diende Bush een wet waarin het berechtingssysteem licht werd aangepast. Het Congres keurde die wet eind september goed.

Premier Howard van Australië, een trouwe bondgenoot van de VS in de zogeheten ‘oorlog tegen terreur’, riep Washington vorige week nog op om nog voor het eind van deze maand een aanklacht tegen Hicks te formuleren. Howard toonde zich zaterdag ‘verheugd’ met de aanklacht. (AP, Reuters)