Welkom

1380

Per seconde zien je ogen honderden dingen, per minuut misschien wel duizenden. Gelukkig is dit mogelijk: je ogen te laten kijken naar wat je graag wilt zien, of waarvan het noodzakelijk is dat je het ziet, en ze te laten overslaan wat je niet wilt zien. Dat valt te verklaren. In het menselijk blikveld – ik schat dat het 140 tot 160 graden omvat – is veel meer aanwezig dan de hersenen kunnen beseffen en duiden. Gestuurd door het brein zoeken de ogen voortdurend en bliksemsnel het aanbod af en kiezen ze wat bruikbaar is. Daarop concentreert de blik zich en wat op deze manier binnen de waarneming valt, wordt door de hersens verwerkt. Maar dit wil niet zeggen dat wat zich buiten het blikveld van de concentratie bevindt, onopgemerkt blijft. Wat je in die uitgestrekte periferie ziet, ben je je in mindere mate bewust, maar het kan wel per fractie van een seconde in het veld van concentratie worden opgenomen. Dit is natuurlijk allemaal ruimschoots wetenschappelijk onderzocht en opgeschreven. Ik doe nu alsof ik een aankomende Hippocrates of Leonardo Da Vinci ben.

Dit stukje schrijf ik op een laptop, uitgerust met het programma Windows XP. Soms maak ik via een Vodafonekaart contact met de buitenwereld, bijvoorbeeld als ik mijn e-mail wil lezen, of Google raadplegen of naar CNN kijken, of als ik wil weten wat voor onweerstaanbaar komische gevatheden GeenStijl vandaag weer heeft verzonnen. Daarvoor moet ik dan een paar handelingen verrichten, hopen dat alle extra programma’s goed werken – meestal wel – en zo kom ik op de plaats van bestemming. Bestemming? In de periferie van mijn scherm zie ik een hijskraan bewegen, een onvermijdelijke halvegare de gebruikelijke bekken trekken, een pillenhandelaar maakt zich bezorgd over mijn gezondheid, een autofabrikant laat zijn blik fantastische bochten maken, een meisje in badpak klimt in een touw. Ik concentreer me op wat ik wil weten, maar die kermis van krankzinnigen valt niet te ontlopen.

Ja, dat is nu eenmaal de vrije markt, zult u misschien zeggen. Daar heeft de wereld héél veel aan te danken. En als er geen advertenties in deze krant stonden, had u niet eens uw stukje kunnen schrijven, want dan was er geen krant geweest. U hebt gelijk. Maar als, terwijl u in dit stukje verdiept bent, opeens een kakelende kip in de marge verschijnt die met haar snavel guitig op haar verse ei wijst en met een Donald Duck-stem u vertelt dat u dit ei moet kopen, bakken en opeten? Wat dan? Dan ben ik in een situatie van wedijver met deze kip getreden, zeggen sommige deskundigen. Nee, zeggen andere deskundigen, dit is een ongevraagde maar noodzakelijke invasie van uw blikveld, om het verschijnen van dit medium te financieren. Zoek het zelf maar uit, denk ik.

Deze week is een nieuw programma van Windows verschenen, Vista. Daar gaat het om. Moet ik dat aanschaffen? Ver terug in de vorige eeuw ben ik begonnen met WordPerfect 3.1, gemaakt door whizzkids uit Utah. Toen moest ik naar 5.1. Bill Gates verscheen met zijn Windows, de eerste whizzkids konden het niet meer bijbenen en Bill was al op weg de rijkste man van de wereld te worden. Voor Windows 95 gingen jonge New Yorkers van de vorige eeuw al ’s nachts in de rij staan. Met het verschijnen van 97 hetzelfde liedje. Ik volgde braaf, ontdekte iedere keer meer functies, foefjes, geintjes die me gestolen konden worden. Toch ging ik aan de XP, moest daarvoor een nieuwe laptop kopen omdat de harde schijf van de oude al die faciliteiten niet meer kon opslaan. Ik zet het ding aan en iedere keer, voor ik toegang krijg tot de digitale schatkamers word ik door het scherm WELKOM geheten. En iedere keer denk ik, hoewel ik me heb voorgenomen het niet te doen: wat is dat voor brutaliteit. WELKOM omdat ik 900 euro voor die laptop met inhoud heb betaald.

Alleen met onze laptop online kunnen we ons nog door het digitale leven slaan, en we zijn hard op weg naar een toestand waarin er op aarde nog maar één leven is: het digitale. Tegelijkertijd kan ik het niet van me afzetten dat we door de computer medeplichtig zijn geworden aan een nieuwe, gigantische geldmakerij waaraan de gewone digitale sterveling altijd weer bijdraagt door het volgende programma met de nieuwste frutsels te kopen, waarvoor hij zich een nieuwe laptop met meer geheugen moet aanschaffen, zonder daar iets voor terug te krijgen dan dat dagelijks WELKOM op zijn scherm en meer kakelende kippen in de marge.

Dit was mijn grief van de week. Zo’n door de vrije markt betaald stukje schrijven geeft opluchting.