Warme chocolade is vloeibaar geluk

Ooit zag men chocolade als een duivelse drank. Ons komt nochtans chocolademelk als buiten- gewoon braaf voor. Er lijkt verdorvenheid noch extase te schuilen in de drank die vooral gedachten oproept aan wintermarkten of aan kerstvieringen op paleis Soestdijk. Schenken moeders hun kinderen niet chocolademelk in de overtuiging dat het gezonder is dan cola? Toch werden bij tijd en wijle de vermeende zinneprikkelende en opwekkende krachten van de chocoladedrank gezien als het werk van de duivel.

Duivels of goddelijk, vaak is het een kwestie van perspectief.

Bij Maya's en Azteken was de cacaodrank juist vanwege de opwekkende en zinneprikkelende werking een drank van en voor de goden. Zij brouwden xocolatl, een koude drank van in water geweekte, fijngestampte geroosterde cacaobonen, gebonden met aardappelmeel en wat aangenamer van smaak gemaakt met peper en vanille. Met een houten roerstaaf klopten ze de drank op. De Spanjaarden, die er als eerste Europeanen mee kennis maakten, waren aanvankelijk niet overtuigd van het hemelse karakter van dit genotsmiddel. Het was een nogal bittere drank met veel vet. Ze toonden zich wel onder de indruk van de bijzondere krachten die de cacaodrank kreeg toegedicht. Naar men zei kon een soldaat met slechts één kopje een hele dag op veldtocht. Zo voedzaam en krachtgevend was de cacaodrank, een voorloper van de reep chocolade in het noodrantsoen van militairen in de tegenwoordige tijd.

De cacaoboon en de cacaodrank zijn door de Spanjaarden naar hun vaderland gebracht en raakten langzaam verspreid over Europa. Spanje had aanvankelijk een monopolie, maar later maakten vooral de Nederlanders gebruik van de grote handelspotentie van cacao. Nog steeds is Amsterdam 's werelds grootste cacaohaven en Nederland een vooraanstaand producent van cacao en chocolade.

De Europeanen maakten de cacaodrank naar eigen smaak beter drinkbaar, door behalve honing en vanille ook specerijen toe te voegen. Dat waren indertijd dure ingrediënten en dus bleef het een drank voor de elite, geserveerd uit fraaie chocoladepotten met een gat in het deksel voor het roerstokje. In 1825 deed Coenraad van Houten een paar vindingen die mogelijk maakten chocolade gemakkelijker eetbaar te maken. Hij wist cacaoboter te scheiden van de cacaomassa. Dat maakte de productie van chocoladerepen mogelijk en van een aantrekkelijkere, want minder vette chocoladedrank. Ook slaagde hij erin cacao eenvoudiger in water oplosbaar te maken. Het maakte de goddelijke drank niet alleen hemelser van smaak, maar ook bereikbaar voor een groot publiek.

Lange tijd heeft men gedacht dat chocolade een stof bevat die, vooral bij vrouwen, een geluksgevoel oproept en een licht verslavende werking zou hebben.

De concentratie is echter veel te gering om zo'n effect te kunnen sorteren. Bovendien komt de stof ook in worst voor, en worstverslaving is een onbekend fenomeen. Onderzoek toont aan dat het de zintuiglijke ervaring van het eten van chocolade is die het geluksgevoel oproept.

Van de wat armetierige Chocomel en andere fabrieksproducten valt het goddelijke niet erg af te proeven. Al veel beter is de zelf met cacaopoeder gemaakte chocolademelk. Onovertroffen is de met pure chocolade gemaakte drank. Het is wat overdreven te stellen dat je er een dag op zou kunnen doormarcheren, maar na een flinke kop kun je zeker een maaltijd overslaan. Uiterst verleidelijk zijn aroma's die de lucht bezwangeren bij het kloppen van de chocolademelk. Overweldigend is de rijke en complexe smaak van chocolade. Zo'n chocolademelk is vloeibaar geluk.