VS klaagt over China bij WTO

De Chinese overheid subsidieert sectoren als staal en techniek in strijd met regels van de wereldhandelsorganisatie WTO. Dit stellen de Verenigde Staten in een klacht die is ingediend bij de WTO, zo deelde de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Susan Schwab gisteren in Washington mee.

,,De VS geloven dat China zijn belastingwetgeving en andere instrumenten gebruikt om export te stimuleren en import van een reeks Amerikaanse industrieproducten te ontmoedigen’’, zei Schwab. Subsidies aan industrie zijn volgens haar verboden in het akkoord dat China sloot bij toetreding tot de WTO in 2001.

,,Gezien het groeiende handelsoverschot van China met zowel de VS als Europa is dit een serieuze stap om meer evenwicht in de relatie te krijgen’’, zei Alan Wolff, hoofd internationale handel van advocatenkantoor Dewey Ballantine in Washington en voormalig plaatsvervangend handelsvertegenwoordiger. ,,De Chinezen hebben hun WTO-verplichtingen zeer serieus genomen en er zijn momenten geweest waarop ze onmiddellijk hebben gereageerd’’ op dit soort klachten, aldus Wolff.

De klacht is een eerste stap in een lang proces. De twee landen moeten allereerst in bilaterale onderhandelingen tot een vergelijk zien te komen. Als dat niet lukt kunnen de VS de WTO vragen als scheidsrechter op te treden. Afhankelijk van de uitspraak van de WTO moet China de subsidies wel of niet beëindigen.

Twee keer eerder heeft China na een vergelijkbare stap van de VS onmiddellijk maatregelen genomen. Bij de WTO in Genève loopt nog een dispuut op basis van een klacht van de VS en de EU over Chinese importtarieven bedoeld om Amerikaanse auto-onderdelen van de Chinese markt te weren.

,,Exportsubsidies geven een oneerlijk concurrentievoordeel aan Chinese producten’’, zei Schwab. ,,Dat betekent dat een hele reeks binnenslands geproduceerde artikelen in de VS, van staal tot papier en computers, niet de kans krijgen om eerlijk te concurreren.’’ In de eerste elf maanden van 2006 is het handelstekort van de VS met China gegroeid tot 213 miljard dollar (163 miljard euro), van 185 miljard dollar in dezelfde periode een jaar eerder. (Bloomberg)