Thuisblijvers

Het leven van een puber is zwaar. Eerst lijken de ongewenste haren als paddestoelen uit de grond te schieten, dan nemen bepaalde lichaamsdelen buitenproportionele afmetingen aan, en alsof dat nog niet voldoende terreur is, wordt er ook nog eens van alles van je verwacht. Ineens moet je je ouders stom vinden, en op alles wat ze aan je vragen iets antwoorden met het woord `kut` erin. Ineens moet je seks willen, en hebben, want als je het voor je vijftiende niet hebt gedaan ben je natuurlijk een loser. En tenslotte moet je doen alsof je school stom vind, maar tegelijkertijd wel je eindexamen halen. Want zodra je je eindexamen haalt, dan is alles voorbij.

Dan verlaat je het ouderlijk huis en beland je in de hemel van studentenkamers, stinkende huisgenoten en iedere avond pizza-avond. Eindelijk mag je slapen tussen ongewassen lakens en eitjes bakken in pannen die al maanden staan weg te rotten. Een puur natuurlijk einde van de meest verschrikkelijke periode van je leven.

Maar zoals ieder ander natuurlijk proces tegenwoordig onherroepelijk verdoemd is tot een pijnlijke ondergang, is dat ook hier het geval. De pubers van tegenwoordig zijn hun ouderlijk huis niet uit te branden. De volwassenen van tegenwoordig trouwens ook niet. Uit recent onderzoek blijkt dat de meisjes hun ouders pas verlaten rond hun eenentwintigste levensjaar. De jongens zijn nog erger, die vertrekken pas rond hun drieéntwintigste. Waar gaat het heen met deze wereld? Voor je het weet is trouwen weer de regel en voer ik mijn moeder havermoutpap tegen de tijd dat ze het zelf niet meer kan.