Tasten in het duister

Het artikel `Tasten in het duister` bevat een verwijzing naar het werk van de grote Nederlandse sterrenkundige Jan Oort (W&O 21 januari). De auteur schrijft dat de eerste aanwijzingen voor donkere materie stamden uit 1932, toen Jan Oort liet zien dat de buitenste sterren [van het melkwegstelsel] [zich] veel sneller om het centrum van het melkwegstelsel bewegen dan op grond van de zwaartekracht tussen de zichtbare materie te verwachten valt. Alsof er in en rondom het melkwegstelsel eigenlijk twee keer meer materie is dan wij zien.” Daarop zou ik graag een correctie aan willen brengen.

Jan Oort publiceerde in het jaar 1927 zijn beroemde artikel met de - later correct gebleken - evidentie dat het melkwegstelsel roteert om een ververwijderd centrum. In 1932 - het door de auteur genoemde jaartal - publiceert Oort het bekende artikel waarin hij de totale massadichtheid in de zonsomgeving afleidt uit de krachten die loodrecht op het melkwegvlak zijn gericht en zichtbaar worden via de snelheidsverdeling van de sterren in die richting. Hij bespreekt de `verantwoording` van die krachten op grond van wat wij weten van de lokale massadichtheid van sterren en interstellaire materie. Het leidt tot het begrip `Oort limiet` voor de minimale waarde van die dichtheid die toen al niet volledig verklaard kon worden. Dit begrip speelt ook nu nog een belangrijke rol in de sterrenkunde. Dit is het aspect van Oorts werk waar de auteur op doelt. Pas later, met name in een zeer indrukwekkend artikel van 1965 in een handboek over het melkwegstelsel, discussieert Oort de zaak met inmiddels veel nauwkeuriger gegevens en komt hij tot de conclusie dat `40 per cent [of the local mass] must be due to stars or gas of unidentified type ...`. De notie van de vreemdsoortige `unidentified mass`, (donkere materie) benadrukt sinds het werk van Zwicky, en tegenwoordig zulk een `hot item` speelde bij dit werk van Oort nog geen rol van betekenis.