Taaie Drentse olie levert weer geld op

De Nederlandse staat neemt voor 40 procent deel in de herontwikkeling van het olieveld Schoonebeek in Drenthe. Eind dit jaar wordt definitief besloten over de herontwikkeling van het oudste olieveld van Nederland. De eerste vaten olie worden dan in 2010 verwacht.

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een gezamenlijk bedrijf van Shell en ExxonMobil, heeft hiertoe een overeenkomst getekend met het staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN). De oliewinning uit het veld werd in 1996 stopgezet maar de techniek biedt inmiddels nieuwe mogelijkheden.

„We zochten een partner voor de aanzienlijke investeringen, dat had in theorie ook een particuliere partij kunnen zijn”, zei een woordvoerder van de NAM gisteren. De ontwikkeling kost naar schattingen enkele honderden miljoen euro's. De komende tijd wordt aannemers om offertes gevraagd, waarmee meer zicht komt op de uiteindelijke kosten. Eerder ging de NAM uit van 2009 als begin van de winning.

Met de oorspronkelijke één miljard vaten olie (van 159 liter) herbergt Schoonebeek het grootste olieveld in Noordwest-Europa. Inmiddels zijn 250 miljoen vaten olie gewonnen. Het deel waarin de staat participeert bevat nog 120 miljoen vaten olie. Een ander deel van het veld herbergt in theorie 750 miljoen vaten. Die olie is moeilijker te winnen omdat dit deel van het veld complexer is, aldus de oliemaatschappij. „Maar op lange termijn kan het mogelijk tot ontwikkeling worden gebracht”, zei de woordvoerder.

Het olieveld Schoonebeek werd in 1943 ontdekt door Shell. Drie jaar later werd de NAM opgericht. In 1996 werd de oliewinning gestopt. De Schoonebeekse olie is taai en stroperig en was met de toen beschikbare technieken niet langer rendabel uit de grond te halen. Met modernere pompen en de huidige hoge olieprijs verwacht de NAM weer een rendabel project in handen te hebben.

De NAM kondigde in 2004 al aan de mogelijkheden voor herontwikkeling van het Schoonebeekveld te bekijken. De houding van omwonenden was toen overwegend positief omdat het project extra banen voor de regio kan opleveren. (ANP)