Stalen regen

Voornamelijk oudere Israëliërs worden vlakbij de grens met de Gazastrook voortdurend opgeschrikt door Palestijnse raketten. „Als ik ’s avonds de hond uitlaat, zie ik ze vliegen.” Over wonen aan het front.

Een Palestijnse Qassamraket bij de Israëlische stad Sderot Foto’s AFP/Danny Salomon TO GO WITH AFP STORY BY MICHEL MOUTOT -- (FILES): File picture dated 19 October 2003 shows a Palestinian-made Qassam rocket laying next to houses in the southern Israeli town of Sderot, after it was fired from Gaza strip. As most of the rockets fired from Gaza are homemade, constructed from plumbing pipes in clandestine workshops and with a reach of up to 10 kilometers (six miles), most of the projectiles land in or around Sderot, the town of 24,000. AFP PHOTO/DANNY SALOMON/ISRAEL OUT AFP

Vijftien, hooguit twintig seconden. Dat is de tijdspanne tussen lancering van een Palestijnse Qassamraket in de Strook van Gaza en de inslag in Israël. Snelle reflexen komen dus goed van pas in de straten van Sderot, Zuid-Ashkelon en kibboetsen als Kfar Azza en Nir Am als het alarm ,,tzeva adom, tseva adom” (kleur rood, kleur rood) afgaat.

„Als het alarm afgaat, zitten we meestal binnen drie lange tellen in ons bunkertje’”, legt de gepensioneerde Gershon Bing laconiek uit. De lang geleden geëmigreerde Alkmaarder woont met zijn vrouw Marian in het residentiële wijkje van Kfar Azza, een van de rijkste, op kapitalistische leest geschoeide kibboetsen van het land. „We zitten op de eerste rang van het wereldnieuws”, zegt zijn echtgenote Marian met Amsterdamse tongval als zij koffie zet.

Gaza-Stad ligt hemelsbreed drieëneenhalve kilometer verwijderd van hun goed onderhouden tuin. Gershon, op ernstige toon: „We wonen aan het front van de strijd met de islamitische jihadisten. We wonen bij een breukvlak in de wereld.”

Dat beseften zij een paar jaar geleden niet, toen zij besloten dichtbij hun zonen, schoondochters en kleinkinderen te gaan wonen. Bovendien waren de huizen in het onder architectuur gebouwde, pastelkleurige villawijkje betaalbaar en voorzien van een wettelijk voorgeschreven privébunker.

„Het is nog een geluk dat we zo dicht bij de grens zitten, want de meeste Qassams vliegen over ons heen in de richting van Sderot. Als ik ’s avonds de hond uitlaat, zie ik ze vliegen”, vertelt Gershon.

„Ja, doe maar flink, hoor. Onze kleinkinderen zijn iedere dag doodsbang en onze vrienden in Israël en Nederland verklaren ons voor gek dat we hier blijven wonen. Niemand wil meer op bezoek komen”, reageert Marian kregelig.

Over verhuizen wordt echter niet geprakkiseerd, de meeste spaarcenten zitten in de villa en aan wie zouden ze het huis kunnen verkopen? „Al zouden we willen, we kunnen niet meer weg. Dit is ons laatste station”, zegt Gershon.

Hij schuift, de bezwaren van Marian negerend, een luik van dik plaatstaal voor een raam open. Uit de slaapkamer hebben de Bings een panoramisch uitzicht op Gaza-Stad en de geelbruine, ogenschijnlijk pastorale landerijen aan de rand van Beit Hanoun. De huizen in de verte zijn zwaar gehavend door de Israëlische artillerie, de velden doortrokken met tanksporen. Hier bevinden zich de locaties die Islamitische Jihad en andere militante organisaties gebruiken om de Qassams te lanceren.

Dat gebeurt als het rustig is een paar keer per week, als het onrustig is drie maal per dag of vaker. Deze week zijn er zestien beschietingen geteld, het resultaat van een offensief dat door de Islamitische Jihad ‘Operatie Rode Roos’ is gedoopt. Deze kleine, radicale groep heeft vanuit Gaza ook voor het eerst een zelfmoordaanslag in de Israëlische badplaats Eilat uitgevoerd. De beschietingen en de aanslagen zijn bedoeld om de Israëliërs te verjagen, maar maken ook deel uit van de onderlinge concurrentiestrijd tussen de groeperingen. Islamitische Jihad wil niet alleen de machteloze president Abbas ondermijnen, maar ook Hamas duidelijk maken dat de gewapende strijd nooit gestaakt zal worden tot de Israëliërs verjaagd zijn.

De steeds hogere verdedigingswal, die van de Gazastrook een enorme gevangenis heeft gemaakt, is geen antwoord op de Qassams. In ruim vijf jaar zijn steden, kibboetsen en moshaves (niet-religieuze landbouwgemeenschappen) in de schaduw van de Gazastrook bestookt met meer dan 6.000 projectielen.

De grens, een steenworp verwijderd van Gershons bloemenperken, wordt gemarkeerd door prikkeldraad, muren en militaire posten. In de verte wordt geschoten, het lawaai van de Palestijnse broederstrijd, waarbij in januari 53 Palestijnen, onder wie zeven kinderen, omkwamen, de geweerschoten, het geronk van helikopters, het gieren van ambulancesirenes houdt zelden op. Links ligt de grenspost Karni, herkenbaar aan de felle schijnwerpers. Een ondergrondse tunnel vlakbij de grensovergang om militanten Israël binnen te smokkelen, is deze week gebombardeerd.

Aan het waarschuwingssysteem kleeft een nadeel. Wie onder de douche staat of met de doppen in de oren naar muziek luistert, hoort het nasale „tzeva adom, tzeva adom” niet. Ook als je in een auto met een hoog afgestelde dieselmotor rijdt, is het alarm onhoorbaar. Dat ondervond de lijfwacht van minister van defensie Peretz toen hij zijn in het ontwikkelingsstadje Sderot wonende baas ging ophalen. Hij is door de explosie van een Qassam beide benen kwijtgeraakt – afgezet op de operatietafel.

De 14-jarige Adir Moshe Bassad stapte vlak voor de christelijke jaarwisseling voor zijn ouderlijk huis uit de auto van een vriend – om pas twee weken geleden weer bij bewustzijn te komen in het Barzilai-ziekenhuis van Ashkelon. Zijn lichaam is zwart-blauw gepointilleerd door minuscule metaalscherfjes.

„Dat hij nog leeft, kan ik niet verklaren”, zegt Shimon Scharf, algemeen directeur van het ziekenhuis. Adirs vader Hillel, een tractorchauffeur, vertelt dat zelfs als zijn zoon het alarm had gehoord, hij toch geen schuilplaats had kunnen vinden. „We hebben na al die jaren nog steeds geen bunker in de straat.’’

Adir maakt deel uit van de groep van ongeveer 400 gewonden die Scharf de afgelopen jaren heeft zien binnenbrengen. Het dodental is aanzienlijk lager: vijftien. „Wat dodental betreft is de Qassam te vergelijken met het wekelijkse aantal verkeersdoden in Israël. De kwestie is vooral dat de hele bevolking onder grote stress leeft. Wij schatten dat rond de vijfentwintig procent van de bevolking in de steden en de kibboetsen kampt met verschijnselen van het posttraumatisch stress-syndroom”, zegt de voormalige legerarts. „De Qassamraket is tamelijk primitief, huisbakken en simpel, de makers zijn amateurs, maar toch worden die krengen steeds gevaarlijker.”

Het Barzilai-ziekenhuis en de klinieken in Sderot hebben ruim 2000 patiënten met psychische klachten in behandeling. Scharf heeft het erg druk. Gewonde Fatah-militanten worden uit Gaza binnengebracht, omdat zij vrezen in het Shifa-ziekenhuis van Gaza-Stad te worden vermoord door vechters van Hamas. Bovendien is hij verwikkeld in een bureaucratisch gevecht met Jeruzalem om daken, installaties en de ingangen van het medisch centrum versterkt te krijgen in verband met de Qassams. Het moderne Barzilai ligt in de actieradius van de raketten en is onbeschermd, op afgeplakte ramen en overdekte zuurstoftanks na.

„Ze denken in Jeruzalem dat er per week meer doden vallen in het verkeer dan door de Qassams. Daarom doen ze niets”, zegt de medisch directeur. Hij herinnert eraan dat vicepremier Peres vorig jaar de grensbewoners „hysterische zeurpieten” noemde en hen maande wat flinker te zijn.

Na de oorlog in Libanon is verandering gekomen in die afstandelijke houding, want premier Olmert heeft begrepen dat er een verband bestaat tussen zijn impopulariteit, de katjoesja-beschietingen vanuit Libanon in juli en augustus en de voortdurende Qassam-regen in het zuiden. Israël, de bewoners in het westen van de Negev voorop, voelen zich niet veilig onder Olmert.

„De impact van de Qassams is heel lang onderschat, omdat alleen maar werd gekeken naar het dodental. Maar eindelijk is men in Jeruzalem gaan begrijpen dat de dagelijkse berichten in de media over de Qassams het algehele onveiligheidsgevoel enorm hebben vergroot”, zegt reserve-generaal-majoor Uzi Dayan, die het comité voor de redding van Sderot leidt. De regering heeft een paar honderd miljoen dollar uitgetrokken voor het versterken van daken en er zal een veelvoud van dat bedrag worden besteed aan een antiraketraketsysteem.

De politieke implicaties reiken echter verder. Twee jaar geleden dachten of hoopten de meeste Israëliërs dat, na de ontruiming van de joodse nederzettingen en militaire bases in de Gazastrook, de Palestijnen de Qassambrigades zouden stoppen en een begin zouden maken met de opbouw van een eigen staat. In plaats daarvan werden verbeterde Qassams op Sderot afgevuurd en kozen de Palestijnen een jaar geleden in meerderheid voor Hamas. Net als president Abbas heeft de Hamasregering niets gedaan om de productie en de lancering van de projectielen te verbieden.

Grote Israëlische invasies volgden, waarbij in 2006 meer dan 350 Palestijnen werden gedood, maar het bleef „staal regenen”, om in de terminologie van de Islamitische Jihad te blijven. Ook pogingen van Fatah en president Abbas om de beschietingen door middel van politieke akkoorden te stoppen, mislukten. Voor de president een nederlaag die zijn aanzien nog verder heeft verzwakt.

Uzi Dayan: „Zolang Israël wordt bestookt met Qassams, zal er geen Palestijnse staat zijn.” Iedere Qassam in de landerijen of in de straten van de kibboetsen, Sderot of in het moderne, snel groeiende Ashkelon, vormt voor de Israëlische publieke opinie het bewijs dat de Palestijnen de Israëliërs nooit zullen accepteren. En omgekeerd.

„Een Palestijnse staat in Gaza. Dat zal nooit gebeuren. Totaal onaanvaardbaar. Wat we nodig hebben is een nieuwe bezetting van Gaza. Ik denk dat we kei- en keihard moeten optreden. Misschien moeten er wel honderdduizend Palestijnen sterven, maar dit moet stoppen”, zegt Eli Moyal, burgemeester van Sderot. In het weekblad The Jerusalem Report sprak hij over de noodzaak van „een totale oorlog of een Palestijnse holocaust.” Maar dat wil hij niet nog een keer gezegd hebben.

Op een doordeweekse dag oogt het stadje aan de rand van de Negev spookachtig; alleen de alcoholisten trekken zich weinig aan van de dreiging. Het is stil in de straten met de voor Israël typische appartementengebouwen, voormalige Oostblokbouw uit de jaren vijftig en zestig.

Degenen die dat beroepshalve of financieel konden, zijn de laatste twee jaar vertrokken, maar voor arme immigranten uit Ethiopië en de Kaukasus-landen zijn Tel Aviv en Jeruzalem geen alternatieven. Het economische succes van Iraanse en Koerdische immigranten die hier in de jaren vijftig het ontwikkelingsstadje opbouwden, kunnen zij niet evenaren. De werkloosheid is opgelopen tot dertig procent in een periode dat de Israëlische economie boomt.

Op het plein van de Gil-school houdt directrice Eti Azran de lucht, het alarmsysteem en haar mobiele telefoon scherp in de gaten. De school is omringd met bunkers en voorzien van daken van gevlochten beton. Giften van grote joodse organisaties in de VS en de christelijk-zionistische beweging Christenen voor Israël in Europa. „Hier zijn de kinderen veilig, de weg van huis naar school en terug is veel gevaarlijker.’’ Op sommige dagen loopt het schoolverzuim daarom op tot vijftig procent.

Zij vertelt het verhaal van kinderen met leerstoornissen, nachtmerries en kwalen als bedplassen. Ze komt leerkrachten te kort, omdat niemand meer in Sderot wil komen werken. Van oplossingen zoals burgemeester Moyal voorstelt, wil zij niets weten. „Het leger heeft van alles gedaan, en net als hier in Sderot zijn er heel veel onschuldige Palestijnen gedood. Er is maar één oplossing en dat is een politieke overeenkomst. Wij moeten gaan praten met Hamas, echt waar.”

Als Meir Cohen, operationeel directeur van de kippenslachterij Oftene op het bedrijventerrein De Poort van de Negev wil uitleggen waarom hij het Nederlandse model van industriële kippenslachterijen zo bewondert, gaat het alarm: „Tzeva adom, tzeva adom.” Geen probleem, sust Cohen, de daken van kantoor en fabriek zijn versterkt en al tientallen malen op de proef gesteld nadat een paar maanden geleden een van de medewerkers op de parkeerplaats werd gedood. Op het terrein staan in de vorm van betonnen tunnelelementen zes bovengrondse schuilplaatsen.

In het wit gehulde slachters en inpaksters, die buiten een sigaretje roken, zetten in de versierde bovengrondse bunkers de gesprekken in het Russisch voort. De chauffeurs van de koelvrachtwagens, overwegend bedoeïenen, rennen kortademig naar binnen. Cohen vertelt dat hij een groot tekort aan personeel heeft. „Al betaal ik het dubbele, niemand wil hier meer komen werken.” Enkele slachterijen en transportondernemingen hebben Sderot al verlaten.

De directeur telt tot twintig en grijpt dan naar de telefoon om te informeren waar de Qassams zijn ingeslagen. Voordat we vertrekken, zegt hij het volledig eens te zijn met de burgemeester: „We moeten keihard zijn. De Arabieren verstaan maar één taal. Als wij niets doen, voelen zij zich sterk. Ieder bedrijf dat hier vertrekt, is voor hen een overwinning.”

De Qassams blijken te zijn ingeslagen bij Nir Am, een kleine, in 1943 gestichte kibboets met 120 overwegend bejaarde leden die hun socialistische idealen nog niet helemaal zijn vergeten. „We hebben geluk gehad, er is niemand gedood of gewond, maar iedereen hier is zo langzamerhand op van de stress. We hebben de pech dat we precies in het schootsveld van de Qassambrigades liggen. Ze mikken op Sderot en raken ons. In de krant staat dan dat de raketten in het veld zijn geland, maar ze bedoelen de tuinen waar onze kinderen spelen,” vertelt Ofer Lieberman, met 43 jaar een van de jongeren. Hij is manager van de boerderij en de bestekfabriek. Nir Am heeft te lijden onder hoge schulden, lage melk- en graanprijzen. En Qassams.

Gezinnen met jonge kinderen vertrekken en deze kibboets, zoals de meeste in het grensgebied met Gaza, sterft een langzame dood. Kfar Azza vernieuwde zich op tijd door de koeien te verwisselen voor pvc-buizen en investeringen in Engelse, Duitse en Amerikaanse bedrijven, maar in Nir Am is de vernieuwing stil blijven staan. En geen bank wil lenen aan een kibboets in het schootsveld van de Qassams. Niemand wil zich hier vestigen, familieleden mijden bezoek en toeristen blijven weg uit een gebied dat in kalme tijden een el dorado is voor wandelaars en vogelkijkers.

„Net als iedereen hier heb ik altijd gestemd op een linkse partij. Ik heb ieder vredesplan gesteund, ik ben lid geweest van Vrede Nu en we hebben hier altijd Palestijnse arbeiders over de vloer gehad. Ik weet hoe ellendig en moeilijk de situatie in Gaza is voor de gewone Palestijnen. We horen het iedere dag van de vijf Palestijnen die bij ons in de fabriek werken en van onze vrienden in Beit Hanoun, waar ik vroeger heel vaak kwam. Maar ik weet het nu niet meer. De situatie is hopeloos verstard”, zegt Lieberman. Hij voelt zich politiek gesproken heimatlos, omdat de regering zich zo weinig gelegen laat liggen aan Nir Am en geen politieke oplossing met de Palestijnse Hamas nastreeft.

„We zijn maar kleine mensen. Wat kunnen wij doen? En de ouderen hier hebben alles al meegemaakt en willen alleen maar een rustige oude dag. Ze hebben hier eerst alles opgebouwd, toen werden de kibboetsen geprivatiseerd en nu wonen ze binnen het bereik van de Qassams. Sommigen vinden trouwens de ondergang van de kibboetsen erger dan de raketten, echt waar. Ik hoorde pas iemand zeggen dat we ons van die krengen niets moesten aantrekken. Dat is de oude kibboetsmentaliteit. Ik vind dat we wel recht hebben op een beetje veiligheid”, zegt Lieberman.

Hij voegt er aan toe: „Het wachten is op het moment dat er een Qassam inslaat in Ashkelon en er veel doden vallen Dan zal de reactie anders zijn.”

Deze week werden in Ashkelon de belangrijkste bierbrouwerij van het land en de grote Rotenberg-centrale, die westelijk Israël tot voorbij Tel Aviv van elektriciteit voorziet, getroffen.

Maar regering en legertop hielden de tanks, de artillerie en de speciale eenheden in de kazernes. Ministers en generaals beheersten zich, ook na de zelfmoordaanslag in Eilat. De gedachte achter deze nieuwe tactiek is eenvoudig. De wereld moet zien dat niet Israël het probleem vormt, dat niet de afgrendeling van een verarmd Gaza de oorzaak van het Palestijnse geweld is, maar dat de Palestijnse jihadisten met het regerende Hamas voorop verantwoordelijk zijn.

Gershon Bing verwoordt een veelgehoorde mening: „Als het leger Gaza intrekt, zijn de Palestijnen eensgezind. Maar zodra wij vertrokken zijn, bestrijden zij elkaar. Dit is nog maar het begin. Die Palestijnse staat gaan wij dus niet meer meemaken. En dat is maar goed ook.” Voordat hij ons uitlaat, speurt hij de lucht boven Gaza af.