Spanningen groeien tussen sunnieten en shi’ieten

De spanningen tussen Iran en sunnitische Arabische landen en tussen shi’ieten en sunnieten nemen toe. Toch bemiddelen het shi’itische Iran en het ultra-sunnitische Saoedi-Arabië nu samen in Libanon.

Iraakse shi’ieten kastijden zichzelf met kettingen tijdens de herdenking van de dood van imam Hussein bij de slag om Kerbala, in het jaar 680. De foto is van woensdag. (Foto AP) Iraqi Shiite pilgrims beat themselves with chains during Muharram, a commemoration of the death of Imam Hussein in the Battle of Karbala in the year 680, in Baghdad, Iraq, Wednesday Jan. 31, 2007. The events following the Battle of Karbala lead to the split of Islam to two major sects, Sunni and Shiite. (AP Photo/Samir Mizban) Associated Press

Een sunnitische parlementariër in Bahrein beschuldigt shi’ieten ervan wapens op te slaan in hun moskeeën. Een boze menigte verhindert de literaire club in de Saoedische stad Damman om een Iraanse film te vertonen (uiteindelijk wordt in plaats daarvan The March of the Penguins gedraaid). Een videoclip doet via mobiele telefoons en email de ronde waarop een leider van de radicale Iraakse sadristische beweging shi’ieten oproept sunnieten te folteren en vermoorden (zoals in Irak inderdaad dagelijks gebeurt). Op een door sunnitische extremisten bewerkte clip zijn beelden toegevoegd van sunnieten die shi’ieten executeren.

In het Midden-Oosten zijn de politieke spanningen tussen sunnitische Arabische landen en het shi’itische Iran en in het verlengde daarvan de tegenstellingen tussen sunnieten, de overgrote meerderheid van de moslims, en shi’ieten tastbaar toegenomen. Op de achtergrond staat een verschuiving van het machtsevenwicht in het Midden-Oosten ten gunste van Iran en van wat wordt gezien als zijn vooruitgeschoven posten, zoals Hezbollah in Libanon.

De islamitische republiek zag tot zorg van de sunnitische leiders eerst de vijandelijke Talibaan in Afghanistan wegvallen, en vervolgens in plaats van de sunniet Saddam Hussein in Bagdad een door bevriende fundamentalistische shi’ieten gedomineerd regime aan de macht komen dat de sunnische minderheid marginaliseert. De Verenigde Staten, die bondgenoten zoeken in hun campagne tegen het omstreden nucleaire programma van Iran en om Irak te pacificeren, spelen daarop in met een stroom waarschuwingen over het gevaar dat van Iran uitgaat Zeker als het over kernwapens zou beschikken.

In het ultra-sunnitische – wahabitische – Saoedi-Arabië bestempelde een hoge geestelijke, Abdullah bin Jabrain, eind vorige maand alle shi’ieten tot ongelovigen en riep de sunnieten op hen van hun grondgebied te verdrijven. „Ze zijn de boosaardigste vijanden van de moslims, die op hun hoede moeten zijn voor hun complotten”, meldde hij volgens het persbureau AP in een verklaring die op internet circuleert. Ook andere Saoedische geestelijken hebben zich de laatste tijd in deze zin over shi’ieten uitgelaten.

Het gaat hier niet om extremistische geestelijken die de sinds enkele jaren streng verboden Al-Qaedalijn volgen, maar om religieuze leiders die deel uitmaken van de gevestigde orde en wier woorden invloed hebben op doorsnee-gelovigen. Dat geeft aan dat koning Abdullah, Hoeder van de Twee Heilige Plaatsen en daarmee een van de belangrijkste spelers in de sunnitische wereld, geen moeite heeft met dergelijke uitspraken.

De koning zelf maakte een week geleden in een zeldzaam interview – met de Koeweitse krant Al-Siyassa – melding van shi’itische pogingen om sunnieten te bekeren. Dit is een gerucht dat, zonder veel bewijs, de laatste tijd overal in de sunnitische wereld opduikt. Hezbollahleider Hassan Nasrallah zei een paar dagen later af te weten van een paar Libanese leiders die naar de Golfstaten en andere Arabische landen waren geweest met de mededeling dat Hezbollah, gesteund door Iran, grote sommen geld besteedde aan dergelijke bekeringen. Wat een onzin, zei Nasrallah in een toespraak, zoveel geld om een paar honderd sunnieten in shi’ieten te veranderen. Terwijl het geen cent zou kosten om de eigen aanhang ertoe te bewegen „meer baby’s te produceren. Het aantal shi’ieten zou dan met 50.000 in één jaar toenemen!”

Maar hoewel de tegenstellingen tussen sunnieten en shi’ieten dus aanzienlijk zijn verscherpt, is het totaalbeeld meer diffuus. Neem koning Abdullah.

In zijn interview met Al-Siyassa stelde hij allereerst de sunnieten gerust: de shi’itische bekeringspogingen zouden niet slagen en zij zouden altijd de meerderheid van de moslims in de wereld blijven en „hun historische macht” houden. Hij zei een Iraanse afgezant te hebben gewaarschuwd dat diens land het Golfgebied niet aan gevaren moet blootstellen, waarmee hij zonder twijfel doelde op het Iraanse nucleaire programma. Maar hij zei óók dat Saoedi-Arabië zich niet mengt in andermans aangelegenheden en geen enkele partij steunt die een vijand is van Iran. Berichten van Saoedische deelneming aan een anti-Iraanse coalitie waren „totaal onwaar en tegen onze politiek”.

Washington probeert al een tijdje een alliantie tegen Iran te smeden met Israël en de belangrijkste sunnitische landen, Egypte, Jordanië, Saoedi-Arabië en andere Golfstaten. Maar hoeveel problemen ze ook hebben met Iran, de sunnitische leiders hebben méér moeite met Israël. Zolang Israël geen werkelijke stappen zet naar een Palestijnse staat, kunnen zij zich tegenover hun publieke onderdanen geen openlijke alliantie met de joodse staat permitteren.

De sunnitische Egyptenaren bijvoorbeeld waren afgelopen zomer enthousiast over het standhouden van het shi’itische Hezbollah in de oorlog tegen de Israëlische overmacht, een enthousiasme dat hun regering nu probeert te dempen door een felle campagne tegen shi’ieten in de onder staatstoezicht staande moskeeën. Daarom onderstreepte de leider van de fundamentalistisch-sunnitische Moslimbroederschap, Egyptes grootste oppositiebeweging, vorige week in een open brief de eenheid van sunnieten en shi’ieten en waarschuwde hij tegen „samenzweringen van de vijand”.

Met die gewenste anti-Iraanse alliantie in het achterhoofd probeert de Amerikaanse regering nu weer vredesoverleg tussen Israël en de Palestijnen op gang te brengen. Gisteren had er in Washington in dat verband een ontmoeting plaats van het ‘kwartet’ van vredesbemiddelaars, de VS, Rusland, de EU en de VN. „Elke keer dat de VS de Arabische wereld nodig hebben, ontdekken ze plotseling belangstelling voor de Palestijnse kwestie”, zei twee weken geleden de Egypische ex-minister van Buitenlandse Zaken Ahmed Maher tegen het persbureau Reuters. „Maar [..] niemand neemt hen serieus tot ze een hard standpunt innemen tegen de Israëliërs.” Tot spijt van Washington slaagde minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice er vorige maand niet in een verwijzing naar de ‘Iraanse dreiging’ opgenomen te krijgen in de slotverklaring na haar ontmoeting in Koeweit met de Golfstaten, Egypte en Jordanië.

Om de situatie nog ingewikkelder te maken zijn Saoedi-Arabië en Iran nu samen bezig te bemiddelen in de slepende crisis in Libanon tussen Hezbollah en de door het Westen gesteunde regering, terwijl de Verenigde Staten toekijken. De door Saoedi-Arabië gefinancierde krant Asharq al-Awsat schreef dinsdag: „Hoezeer we ook met hen van mening verschillen over ernstige kwesties in Palestina, Libanon en Irak, de Iraniërs worden gekarakteriseerd door hun vermogen zelfbeheersing te betrachten en zich niet in crises te laten meeslepen. Iran is zeker geen vijand maar een staat die overwegingen heeft die niet altijd met de onze overeeenkomen, met belangen die het wil behartigen als een belangrijke regionale staat.”