Regels die niet gelden Kiesrecht voor immigranten ‘onontbeerlijk’

Jaarlijks krijgt Italië 300.000 immigranten te verwerken. Toch zijn grote problemen tot nu toe uitgebleven, dankzij een ‘intelligente vorm van integratie’. „Chaos en pragmatisme overheersen.”

Verblijf- en slaapplaatsen voor illegalen in Rome Foto Iberpress ROME, ITALY: Clandestine Dormitory In Rome PHOTOGRAPH PROVIDE BY IBERPRESS +390670496984 www.iber-press.com Angelo Franceschi/IBERPRESS

Zomaar een stadje in Italië: Sant’Angelo Romano, drie kwartier ten noorden van Rome. Een elfde-eeuwse vesting met smalle straatjes die als spaghettislierten om de heuvel draaien. Zes jaar geleden woonden hier 3.000 inwoners, vrijwel allemaal Italianen. Nu zijn er achthonderd vooral Roemenen, maar ook Albanezen en Filippijnen bij gekomen. Ze brengen rijkdom, maar ook vervreemding en onzekerheid. Ze huren voor veel geld appartementen van de Italianen. Maar, zegt dorpsagent Aldo Bragatone op enigszins onheilspellende toon: „Ze drinken bier en hebben andere ideeën over netheid.” En hij voegt eraan toe: „Als die mensen stemrecht zouden krijgen, kunnen ze meteen het burgemeesterschap voor zich opeisen.”

Veel later dan de andere Europese landen treedt Italië toe tot de multiculturele wereld die elders in Europa al volop vorm heeft gekregen. Vijf procent van de 58 miljoen inwoners van Italië komt van buiten. Nog altijd veel minder dan in Nederland, Duitsland of Frankrijk, maar de veranderingen voltrekken zich in hoog tempo.

Wie aan Italië en immigratie denkt, krijgt als eerste de Afrikanen voor ogen die in gammele vissersbootjes vanuit Tunesië en Libië naar Sicilië en Lampedusa komen. Maar zij vormen slechts een zeer beperkt deel van de immigrantenstroom die de laatste jaren explosief is gegroeid tot 300.000 per jaar. In Europa heeft alleen Spanje te maken met een vergelijkbare aanwas. De komende tien jaar zal het aantal immigranten naar verwachting verdubbelen van drie tot zes miljoen, terwijl het aantal Italianen zal dalen door het lage geboortecijfer.

Was immigratie tot vijftien jaar geleden voor veel Italianen iets vaags waar je soms op televisie over hoorde, nu leven ze naast de immigranten – van wier aanwezigheid ze ook profiteren. De fabrieken in het noorden draaien voor een deel op Afrikaanse en Aziatische arbeiders. Roemenen zijn de bouwvakkers van deze tijd. Menig Italiaan verhuurt zijn garage, kelder of tweede huis voor veel geld aan immigranten. En bijna een miljoen Filippijnse, Peruaanse, Oekraïense, Roemeense en Afrikaanse vrouwen zorgen voor de kinderen en de bejaarden van veel Italiaanse families.

Met name dit laatste fenomeen wordt door Italiaanse immigrantenwerkers als een „intelligente vorm van integratie” omschreven. Terwijl het probleem van de kinderopvang en de verzorging van ouderen zo wordt opgelost, krijgen de immigranten in de Italiaanse gezinnen een stoomcursus Italiaanse taal en cultuur.

Maar het evenwicht waarin Italianen en immigranten balanceren is wankel en maakt onzeker, zo blijkt ook bij Porto Palazzo in Turijn, de grootste markt van Italië. „Tien, vijftien jaar geleden was dit nog een Italiaanse markt”, zegt koopman Maurizio. „Nu ben ik de enige die nog Italiaanse merkartikelen verkoopt. Bijna alle standhouders zijn buitenlanders die Chinese koopwaar aanbieden.” Hij is bezorgd. „Multiculturaliteit is prachtig. Ik hou van Londen. Maar hier beginnen buitenlandse rassen over ons Italianen de baas te spelen.”

Wonder boven wonder is de massale komst van de immigranten naar het stadje Sant’Angelo Romano rustig verlopen. „De mensen slapen hier en vertrekken overdag naar Rome om te werken”, zegt agent Bragatone. In Turijn, Rome en Milaan zijn zo nu en dan spanningen, maar er zijn geen opstanden geweest, zoals in de buitenwijken van Parijs. Italië is ook niet geconfronteerd met een religieus gefundeerde moord, zoals Nederland. En Al-Qaeda heeft er na september 2001 geen aanslag gepleegd, zoals in Madrid of Londen.

Armoedzaaier

Toch worstelt de regering met de vraag hoe de snel toestromende immigranten te integreren. „We hebben een probleem dat we voorheen nooit zo hebben gezien”, zei minister Amato eind vorig jaar in de krant la Repubblica. Integratie is volgens hem „een moeilijke zaak”. Hij vraagt zich af „of we er in slagen om de islamitische gemeenschappen echt te laten integreren”.

In een poging het begrip van het Italiaanse volk voor de immigranten te vergroten, herinnert Amato zijn landgenoten met regelmaat aan hun eigen verleden, aan de tijden dat Italië nog een straatarm land was. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw verlieten 28 miljoen Italianen hun land om elders een beter leven op te bouwen. Amato: „Ook wij hebben het leven van een armoedzaaier gekend. Mijn jonge Calabrese schoonbroer was afgestudeerd in medicijnen en wilde zich na zijn doctoraal specialiseren in Duitsland, maar niemand wilde hem een huis verhuren wegens zijn donkere huid.”

Maar volgens Pierluigi Dovis, directeur van Caritas Turijn, een kerkelijke organisatie die immigranten ondersteunt, moet de regering meer doen dan alleen aan de goede wil van de Italianen appelleren. „De regering is onzeker. Er ontbreekt een visie op het multiculturalisme.” De ‘gastvrijheid van de Italianen’ levert volgens Dovis een belangrijke bijdrage aan het integratieproces, maar er moeten ook regels komen om te voorkomen dat het uiteindelijk uit de hand loopt.

De regering-Berlusconi die vorig jaar werd afgelost door de regering-Prodi, kwam met strenge regels, maar die werkten uiteindelijk niet. De immigratiewet van 2002 heette de wet Bossi-Fini, vernoemd naar de leiders van de xenofobe Lega Nord en van de Alleanza Nazionale, een partij die zich geleidelijk heeft ontworsteld aan haar fascistische verleden. Deze wet is nog steeds van kracht en gold tijdens de invoering als een van de meest rigide van Europa.

De wet beschouwt de migrant enkel als arbeidskracht. Jaarlijks worden quota vastgesteld voor het aantal toe te laten arbeidsmigranten, zo’n 100.000 à 200.000 per jaar. Daarnaast kan men binnenkomen in het kader van gezinshereniging. Voorwaarde voor toelating als arbeidsmigrant is een contract met een Italiaanse werkgever en onderdak. Als de werkgever zijn werknemer ontslaat, moet hij officieel voor de ontslagene de terugreis naar het land van herkomst betalen, maar dat is theorie.

Bij het van kracht worden van de wet legaliseerde de regering-Berlusconi in 2002 in één klap 700.000 illegalen die al in Italië verbleven. Daarna zou een streng regime gehandhaafd worden, waarin elke illegaal zou worden uitgezet. Maar dat is faliekant mislukt, onder meer door gebrek aan controle en door compassie bij de lokale autoriteiten.

Op zichzelf zijn de regels duidelijk, en hard. Wie een half jaar werkloos is, verliest zijn verblijfsvergunning, wordt dus weer illegaal en moet vertrekken. Wie dat niet doet, draaide aanvankelijk zonder proces een uitzetcentrum in, maar dat kan door ingrijpen van het constitutionele hof nu alleen nog met instemming van de rechter. Een illegaal mag zestig dagen worden vastgehouden om vast te stellen wie hij is en waar hij heen gestuurd kan worden. Lukt dat niet, dan wordt hij vrijgelaten met een verzoek om binnen vijf dagen uit Italië te vertrekken, wat vrijwel nooit gebeurt. Mede hierdoor, maar vooral door de illegale instroom zijn er inmiddels naar schatting weer 750.000 illegalen van wier diensten volop gebruik wordt gemaakt.

Voor het afgelopen jaar had de regering-Berlusconi het quotum nieuw toe te laten arbeidsmigranten op 70.000 gesteld. De regering-Prodi heeft het cijfer opgekrikt tot 170.000. Maar liefst 500.000 van de in Italië verblijvende illegalen hebben een aanvraag ingediend. Ze werken nu zwart, maar hun werkgever wil ze wit in dienst nemen. De regering-Prodi wil schoon schip maken door alle aanvragen te honoreren. Als dat doorgaat, zullen alle betrokkenen naar hun land van herkomst moeten reizen om van daaruit legaal terug te keren naar Italië. „Een hypocriete en chaotische situatie”, meent Ilda Curti, wethouder integratie van Turijn.

Ook overweegt de regering-Prodi de opvangkampen voor illegalen te sluiten die de regering-Berlusconi had ingesteld, wegens de slechte levensomstandigheden. „En zo verandert het beleid steeds op alle terreinen”, zegt immigrantenvertegenwoordiger Aziz Darif. „Daardoor is het voor ons extra moeilijk te integreren.”

Als er de afgelopen jaren al een Italiaans integratiemodel heeft bestaan, dan lijkt dat op dat van Amerika. Hulp van de overheid is beperkt, uitkeringen zijn er niet voor nieuwkomers. Ze moeten zelf het hoofd boven water zien te houden. Groot verschil is weer dat immigranten in Amerika zich onmiddellijk Amerikaan kunnen voelen. In Italië zijn en blijven zij ‘extracomunitari’ – van buiten de Europese Unie.

Eigenlijk heeft Italië geen integratiemodel, meent de Algerijn Khaled Fouad Allam, een van de twee immigranten in het parlement in Italië: „Chaos en pragmatisme overheersen.” Italië binnenkomen is vrij gemakkelijk door het gebrek aan controle. Je laat je toeristenvisum verlopen, zoekt via via een baantje en vervolgens is het wachten op een regeringswissel en een generaal pardon.”

De bureaucratische en beleidsmatige chaos bemoeilijkt de integratie van immigranten. „Zelfs een immigrant met een verblijfsvergunning wordt alleen beschouwd als een werkpaard. Hij mag niet stemmen, heeft geen burgerrechten, geen pensioenopbouw. Als dat niet snel verandert, creëer je tweederangsburgers en loopt het mis”, aldus directeur Dovis van Caritas Turijn.

Uitbuiting

Twee weken geleden demonstreerden tweeduizend Bengalezen op Piazza Vittorio Emanuel, vlakbij station Termini. Deze buurt groeide in vijftien jaar uit tot het centrum van de immigrantensamenleving in Rome. Aanleiding voor de protesten was de dood van een moeder en haar tienjarige dochter uit Bangladesh. Ze waren na het uitbreken van brand uit het raam gesprongen en overleden. Volgens de Bengalezen was de brand aangestoken door de Italiaanse buurvrouw. Ze eisen dat de politie het uitzoekt en ze eisen fatsoenlijke woonruimte.

De overleden vrouw woonde met veertien anderen in een driekamerappartement. „Op die manier delen we de kosten van de huur die kan oplopen tot 2.000 euro”, zegt Hasan Igbal bij wie straatverkopers hun kettingen, zonnebrillen en sieraden komen kopen. In de extreemste gevallen huren de immigranten niet een kamer, of een bed, maar slechts een kussen. „Een plek om hun hoofd op te leggen, terwijl de rest van hun lichaam op de stenen vloer ligt”, vertelt buurtvertegenwoordiger Nicola Tripodi. Mensen wisselen elkaar af om te slapen en betalen zelfs voor zo’n plek tot 200 euro per maand. Eenderde van de immigranten kampt met forse huisvestingsproblemen, betaalt veel te veel en woont vaak met kinderen, mannen en vrouwen op een kamer.

Het is niet de enige vorm van uitbuiting waarmee ze in Italië te maken hebben. Met grote regelmaat publiceren kranten voorvallen van misbruik en slavernij. Eind vorig jaar ontdekte de politie een ondergrondse gevangenis waarin buitenlandse vrouwen zaten die langs de invalswegen van Rome tot prostitutie werden gedwongen. In Apulië bleek een kamp te bestaan waar Poolse arbeiders door landgenoten werden vastgehouden en als slaven werkten in de tomatenteelt. Sommigen waren zelfs dood geslagen. Vorige week hield de politie 2.000 buitenlanders aan die hun landgenoten uit Oost-Europa, Azië en Afrika tot prostitutie dwongen. Pooiers sneden met glas hun initialen in de huid van minderjarige buitenlandse meisjes die maandelijks 5.000 euro moesten afdragen. In totaal, zo schat Caritas, zijn 30.000 vrouwen grotendeels onder valse voorwendselen naar Italië gelokt om daar tot prostitutie te worden gedwongen.

Het is de harde werkelijkheid waar veel Italianen schande van spreken. De voorvallen hebben alles te maken met het gebrek aan beleid, controle, de bureaucratische chaos en de zwarte economie waarmee ook elke Italiaan dagelijks te maken heeft. Maar de immigranten lijden er als zwakste schakel in de maatschappij het meest onder. „We zijn permanent bang uitgebuit te worden. Je hebt hier geen rechten. Er zijn geen regels”, zegt Suad Sbai, vertegenwoordigster van de Marokkaanse vrouwen in Italië en lid van de een jaar geleden opgerichte moslimraad.

Toch blijven de immigranten komen. Ze grijpen de geboden kansen aan, in de hoop op een beter leven. Maar twaalf uur per dag voor een hongerloon werken in de bouw waar veel dodelijke ongelukken zijn te betreuren, is zwaar. En het valt ook niet mee om als 24-jarige vrouw uit Ivoorkust te worden opgesloten bij een 92-jarige man met Alzheimer en hem de laatste jaren van zijn leven te verzorgen.

Kiesrecht voor immigranten ‘onontbeerlijk’

Isabel uit Ivoorkust: „Het is heel vreemd om alle intieme dingen van zo’n Italiaan mee te maken.” En het is nog vreemder om, nu ze even geen werk heeft, te merken dat ze geen uitkering krijgt, terwijl ze uiteindelijk ook legaal heeft gewerkt en premie heeft betaald. „Wat doet de overheid met mijn geld?”

Aziz Darif, zestien jaar in Italië en medewerker van de Grote Moskee in Rome, zegt dat de immigranten in Noord-Europa veel meer rechten hebben dan degenen die hun geluk hebben beproefd in Italië. „Wij moeten ons vernederen voor een verblijfsvergunning. We moeten werken als een robot. We bouwen geen pensioen op. WAO is er niet voor ons. Als je je werk kwijtraakt, verlies je na een half jaar je verblijfsvergunning.”

Niet alleen de immigranten maken zich zorgen, Italianen zelf doen dat ook. Vooral de Zuid-Italianen voelen zich gepasseerd door immigranten. Terwijl de jeugdwerkloosheid in het zuiden oploopt tot veertig procent, kiezen de bedrijven in het noorden voor buitenlandse arbeidskrachten die voor on-Italiaans lage lonen hun handen uit de mouwen steken. Politici van de noordelijke partij Lega Nord wakkeren de angstgevoelens aan en werpen zich op als de verdedigers van de Italiaanse christelijke cultuur.

Sinds deze zomer werkt de regering-Prodi aan een nieuwe immigratiewet. Wellicht ook dat er voor het eerst een echte asielwet komt, iets waar de Europese Unie al lang op aandringt. De eerste voorstellen sijpelen nu naar buiten. Kiesrecht voor de gemeenteraad voor wie vijf jaar legaal in Italië verblijft. Na vijf jaar de mogelijkheid publieke functies te vervullen. De verblijfsvergunning blijft na ontslag een jaar in plaats van een half jaar geldig. Ook komt er een programma voor vrijwillige terugkeer naar het moederland.

Of de regering met deze wetten de aantrekkingskracht van Italië op immigranten weet te verminderen, is volgens velen twijfelachtig. Maar volgens de Turijnse wethouder integratie Ilda Curti is het nog niet te laat. „Als de politiek niet inspeelt op onderbuikgevoelens van de Italianen, dan kan het land een oplossing vinden voor de immigratie- en integratievraagstukken.”

Een groot voordeel van de relatief jonge integratiegeschiedenis van Italië is volgens haar dat het land kan leren van de praktijk in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Volgens Curti, die vaak in België en Nederland is geweest, is de Nederlandse tolerantie in beginsel een goed middel tot integratie. „Maar in Nederland is de tolerantie tot onverschilligheid verworden.” Hierdoor zijn de immigranten te veel in aparte wijken terechtgekomen, meent ze. In de meeste Italiaanse steden zijn weliswaar wijken waar veel immigranten wonen, maar van zwarte wijken is nog geen sprake. In stadjes als Sant’ Angelo wonen ze in de kelders en garages en appartementen van de Italianen die er zelf boven of naast wonen – en die het dank zij de huur een stuk beter hebben gekregen.

Curti: „Ik ben tegen het ontstaan van exclusieve plekken voor immigranten. Ze moeten mengen met de Italianen.” Een ander voordeel van Italië is dat de tweede generatie immigranten veelal pas op de lagere school zit en nog niet is ‘verpest’. Caritas-directeur Dovis: „Als het goed wordt aangepakt, kan worden voorkomen dat ze zich afkeren van de Italiaanse samenleving.”

Verblijfsvergunning

Om echt iets aan de positie van de immigranten te veranderen, is kiesrecht volgens velen onontbeerlijk. Slechts zeven procent van de immigranten mag nu stemmen of zich verkiesbaar stellen. Voorwaarde is het bezit van de Italiaanse nationaliteit, die een immigrant pas kan aanvragen als hij minimaal tien jaar legaal in Italië woont.

Hierdoor spelen immigranten nauwelijks een rol in het publieke debat: invloedrijke volksvertegenwoordigers als Hirsi Ali of Ahmed Aboutaleb zijn in Italië ondenkbaar.

De stad Rome kent sinds twee jaar zogeheten ‘toegevoegde’ gemeenteraadsleden voor vier immigrantengroepen: de Europeanen, de Aziaten, de Amerikanen en de Afrikanen. „Wij zijn hier in Rome als een trofee, als een vaas bloemen”, zegt de Filippijn Salvador Romulo Sabia, die de Aziaten vertegenwoordigt in de Romeinse gemeenteraad. „We fleuren de gemeenteraad op. We zijn ook even kwetsbaar als een boeket. We hebben geen stemrecht in de raad en dus slechts minimale invloed.” Een gewoon raadslid, zo vertelt hij ter illustratie van zijn positie, verdient 200 euro per raadszitting. De immigrant krijgt 50 euro.

Ook hij hamert erop: wil de integratie hier kans van slagen krijgen, dan moeten immigranten met verblijfsvergunning snel meer burgerrechten krijgen. Maar hij is sceptisch. Hij weet niet of Italianen al toe zijn aan gelijke rechten voor immigranten. Zijn bijbaantje zegt eigenlijk alles over de positie van de migrant in Italië, zegt hij. „Ik figureer in films. Twee rollen krijg ik daar altijd toebedeeld. Die van ober of die van crimineel.” Waarom hij meewerkt aan deze bevestiging van bestaande stereotypen? „570 euro per keer! Ik kan me niet permitteren om die te laten schieten.”

Ook de Oekraïense Tetyana Kuzyk hoopt dat er snel kiesrecht en andere rechten voor immigranten komen. Maar zij is er van overtuigd dat veel illegale immigranten die straks een verblijfsvergunning krijgen naar Noord-Europese landen zullen vertrekken, omdat daar meer regels, meer bescherming en hogere lonen zijn.

„Het is waar dat het gebrek aan regels en controle veel kansen biedt om hier als illegaal binnen te komen en te leven. Maar je moet wel heel veel offers brengen.”