Nieuwe baas met oog voor tradities

Het Indiase Tata Steel neemt staalconcern Corus over. De voordelen voor Tata lijken op korte termijn groter dan die voor Corus, dat nog een paar jaar moet wachten op goedkoop erts.

IIndiase scholieren spelen cricket voor het Tata Center, een kantoor van het conglomeraat in Kolkata. Foto AFP ndian school boys play cricket in front of the Tata Center building, the company's administrative office of Eastern India in Kolkata, 31 January 2007. India's Tata Steel said that the acquisition of Anglo-Dutch steelmaker Corus is a "visionary move" but investors gave the deal a thumbs down as too expensive and sent the stock plunging more than 8.0 percent. Tata Steel of India appears set to become the world's fifth-largest steel producer after beating its Brazilian rival CSN in an auction to take over Anglo-Dutch steelmaker Corus with a 13.7 billion-dollar bid. AFP PHOTO/ Deshakalyan CHOWDHURY AFP

Woensdagnacht om 0.01 uur Britse tijd was het zo ver: na een 7,5 uur durende veiling won het Indiase staalconcern Tata de slag om staalconcern Corus met een verzegeld bod van 608 pence. Concurrent CSN, uit Brazilië, had met 603 pence per aandeel het nakijken.

Zowel bij advocatenkantoor Herbert Smith in de Londense City, waar de onderhandelaars van Tata bijeen waren, als in de presidentiële suite van het Taj Mahal hotel in Mumbai – waar de Tata-top zich had verzameld omdat daar in de nachtelijke uren makkelijker aan koffie en broodjes te komen was dan in het eigen hoofdkantoor – ging gejuich op, vertelden ooggetuigen aan Indiase media.

De Corus-ploeg, die de uitslag afwachtte op het kantoor van Slaughter & May Advocaten nabij de City, was al sinds acht uur die avond in feeststemming, melden adviseurs die erbij waren: dat was het moment dat, in de vierde veilingronde, het bod de grens van 550 pence per aandeel overschreed.

Of de feestvreugde ook betekent dat de fusie een succes wordt, is moeilijk te voorspellen. Feit is wel dat de nieuwe partners elkaar veel te bieden hebben. Corus is vooral sterk in Europa en zoekt groei en goedkope grondstoffen en halffabrikaten in het oosten. Tata is met name actief in Azië en zoekt klanten in het Westen. Corus maakt hoogwaardige staalproducten, Tata is sterk in bulkstaal. Die geringe overlap in activiteiten zal weinig wrijving opleveren, omdat er weinig te integreren valt, maar het levert ook weinig kostenbesparing op.

Dat een staalbedrijf dat de 55ste plaats op de wereldranglijst inneemt de nummer acht van de wereld overneemt, is minder vreemd dan het lijkt: Corus, dat sinds de fusie van Hoogovens en British Steel in 1999 veel winst zag verdampen, maar dankzij saneringen en gestegen staalprijzen sinds 2004 weer uit de rode cijfers is, was niet kapitaalkrachtig genoeg om zelf een ander staalbedrijf over te nemen.

Corus heeft geen eigen ijzerertsmijnen en krijgt via Tata toegang tot goedkope ijzererts, al heeft het Indiase bedrijf op dit moment nog niet voldoende capaciteit om ertsen te leveren. Tata zelf verwacht dat het dankzij uitbreiding van zijn mijnen over circa drie jaar in staat is om Corus te voorzien van goedkope erts. Corus heeft die hard nodig, omdat de marge van het Brits-Nederlandse bedrijf lager ligt dan die van andere staalproducenten in Europa.

Dat heeft onder meer te maken met de hoge energiekosten, de verouderde Britse fabrieken en de hoge arbeidskosten in Groot-Brittannië. Overigens loopt Corus wel het risico dat de Indiase overheid in de toekomst exportrestricties instelt voor ertsen, omdat zij de eigen industrie wil stimuleren en liever duurdere halffabrikaten exporteert dan goedkope erts. India heeft zelf ook veel staal nodig voor de explosief groeiende auto-industrie in eigen land en de enorme infrastructurele projecten. Die bedrijvigheid is een van de motoren achter de aanhoudende groei van Tata Steel.

De voordelen van de overname lijken voor Tata op het eerste gezicht groter dan voor Corus, dat nog even moet wachten op het felbegeerde goedkope erts: het Indiase bedrijf krijgt toegang tot de hoogwaardige technologie van Corus, waardoor het nieuwe producten kan maken en de fabrieken in India efficiënter kan laten draaien. Ter vergelijking: Tata Steel produceert nu 120 ton staal per werknemer per jaar, Corus 402 ton.

Bovendien heeft Tata met Corus een gegarandeerde afnemer, volgens Nayaran Iyer, staalexpert van Rabo India Finance in Mumbai. „Tata Steel is goed in halffabrikaten voor de bouwsector en de auto-industrie. Die producten kan Corus in de toekomst tegen een scherpere prijs van Tata krijgen. Daar zit synergievoordeel.” Tata Steel kan via Corus ook contact leggen met Westerse klanten in bijvoorbeeld de auto-industrie, die haar productie meer en meer richting het oosten verplaatst.

Ook voor Corus opent een moederbedrijf op een ander continent de deur voor nieuwe klanten. Bovendien neemt de financiële slagkracht van het bedrijf toe als het een stabiel en kapitaalkrachtig conglomeraat als Tata achter zich heeft, zegt analist Tom Muller van Theodoor Gilissen. De reserves van Tata bedragen enkele miljarden. „Dat is belangrijk in moeilijke tijden. Dan hoeft Corus toch minder snel naar een bank om geld te lenen.”

Ook in tijden van voorspoed kan Corus profiteren van zijn Indiase partner. Muller: „Zodra Tata Steel meer erts delft dan het zelf kan verwerken, krijgt Corus voorrang als klant. En dat is handig als er door de toenemende vraag van opkomende landen krapte gaat heersen op de wereldmarkt.” Nadeel is dat het Tata-conglomeraat ook thee en auto’s maakt en dus niet alleen gericht is op staal.

Een belangrijke vraag is wat Tata Steel zal doen om de winstgevendheid van Corus op te krikken, zodat het concern zelf de leningen waarmee Tata de overname financiert kan afbetalen. Is de angst van Nederlandse vakbonden terecht dat er ontslagen gaan vallen en de investeringsplannen voor de goedlopende fabriek in IJmuiden in de ijskast gaan? Nayaran Iyer van Rabo India Finance denkt van niet. „Dat hebben ze in het verleden bij andere overnames ook niet gedaan. Ik denk dat ze naar andere kostenbesparende operaties zullen kijken. Tata is een bedrijf met oog voor de lange termijn.”

Iyer verwijst naar de overname van het Britse theebedrijf Tetley in 2000, destijds de grootste buitenlandse overname ooit door een Indiaas bedrijf. „Dan praat je over een traditioneel Brits bedrijf, maar dat hebben ze zo veel mogelijk in tact gelaten.”

Tom Muller van Theodoor Gilissen kijkt daar anders tegenaan: „Als Tata Steel wil investeren, zullen ze dat eerder in het goedkope, snelgroeiende India doen dan in Europa, waar overcapaciteit heerst en relatief weinig wordt verdiend. De eerste anderhalf jaar zal Tata niet saneren in Groot-Brittannië, maar op termijn zullen ze zeker ingrijpen, want op deze manier schiet het niet op met Corus.” Maar bang dat de investeringsplannen voor IJmuiden niet doorgaan, is hij niet. „Tata zou wel gek zijn als het de kip met de gouden eieren slacht.”