Nederland moet afblijven van Afghaanse papavervelden

Terwijl wij in Nederland al de grootste moeite hebben om de nederwietteelt `drie hoog achter` binnen de perken te houden, moeten we ons nu druk maken over de vraag of de Nederlandse militairen in Afghanistan papavervelden mogen vernietigen (NRC Handelsblad, 30 januari).

De papaverteelt die al ouder is dan de profeet Mohammed en in Afghanistan 52 procent ($ 2,7 miljard) van het bbp uitmaakt en 90 procent van de wereldproductie van opium/heroïne verzorgt.

Met deze wetenschap en de kennis van het door Ahmed Rashid geschreven boek Taliban - het lezen van alleen al het voorwoord en de eerste twee hoofdstukken bezorgde me door de waanzinnige complexiteit een droevige soort slappe lach - wordt het je vreemd te moede als je denkt aan de enkele honderden Nederlandse soldaten die naar Uruzgan gegaan zijn om opbouwwerk te verrichten.

De reactie op het vernietigen van de papavervelden zal niet alleen van de Talibaan komen die er hun oorlog mee financieren maar ook van de krijgsheren die 10 procent van de inkomsten van de opiumplantages ontvangen en van de 3,5 miljoen opiumboeren en - plukkers wier dagelijks bestaan ervan afhangt.

Laat de Nederlandse soldaten voorlopig alleen maar opbouwen, dat is al gevaarlijk genoeg gezien het aantal militairen dat tot nu toe gewond is geraakt (en niet omdat er bij het opbouwwerk een baksteen op hun hoofd is gevallen).