Lucide klager

'Kijk naar de demonstratieborden en dan naar de schakers. Gekromde ruggen, hoofd in hun handen, zorgelijk staren, het is net of ze denken, maar dat kan niet, want wat valt er te denken? Hun stellingen zijn al honderden keren eerder voorgekomen, iedereen weet hoe het ongeveer verder moet en de partijen vinden hun baan als treintjes op een spoor dat al eeuwen in gebruik is. De schakers denken niet, maar ze piekeren of ze geen rekenfout zullen maken. Ze genieten niet van de schoonheid van een kunst, maar ze zijn verslaafd aan de spanning van een sportwedstrijd. Waarom steken ze niet gewoon hun vingers in het stopcontact als ze zo van spanning houden?'

Het is niet mijn eigen mening die ik hier weergeef, maar een van de monologen van David Bronstein (1924-2006). Er zijn wel meer grote klagers in de schaakwereld, maar Bronstein kon het toch het mooist. Als je zijn prachtige partijen naspeelt lijkt het plezier in het schaken er van af te spatten, maar niemand kon zo somber zijn over het schakersbestaan als hij.

Sommigen worden depressief, anderen overdreven opgewekt en een derde groep gooit stenen naar het glazen huis waarin ze nog niet zo lang geleden dolgelukkig waren, schreef hij eens, en een paar jaar voor zijn dood noemde hij schaken een valkuil waar hij was ingetrapt doordat hij het zo goed kon.

Jammer dat hij er zo over dacht. Veel schakers zouden graag hun ziel aan de duivel verkopen als ze één keer in hun leven een zet mochten doen die zo mooi was als de slotzet van de partij die Bronstein in 1965 in het kampioenschap van de Sovjet-Unie tegen Mikenas speelde.

Oplossing Schaken: 1. ... Ta8xa3 en wit gaf op. Hoe hij de zwarte toren ook neemt, hij gaat altijd mat op de onderste rij.

    • Hans Ree