Kunst die het wezen van film onderzoekt

Ana Torfs: ‘Verité projetée’ (2006), installatie

Tentoonstelling: Borderline Behaviour (drawn towards animation), t/m 18 maart in TENT., Witte de Withstraat 50, Rotterdam. www.tentplaza.nl, 010-4135498

Wat kun je allemaal doen met een filmrolletje? Afspelen natuurlijk, maar je kunt het ook aan het plafond hangen of in een weckpot stoppen. Al doet de titel wellicht anders vermoeden, Borderline Behaviour (drawn towards animation) is geen expositie over animaties. De enige animaties die worden vertoond, zijn die van de oude pionier van de Europese tekenfilm Emile Cohl. De expositie bestaat hoofdzakelijk uit geïsoleerde, aan cinema gerelateerde objecten: filmrollen, camera’s, lichtbakken, dia’s. Borderline Behaviour belicht een andere benadering van het begrip film – cinema ontleed en in beeldende kunst omgezet.

Zo’n twintig internationale beeldende kunstenaars en filmmakers doen mee aan deze conceptuele tentoonstelling, die zich niet leent voor een vlotte, esthetisch ervaring. Bij jongeren zullen de meters filmrol en de dia- en overheadprojectors wel ondoorgrondelijk antiek overkomen. Maar ook voor de minder technisch onderlegden van de analoge generatie zijn de werken niet altijd even begrijpelijk. Aan de filmbeelden van Peter Tscherkassky (1958, Oostenrijk) klopt duidelijk iets niet, al zie je niet direct wat. Tscherkassky maakt films in de donkere kamer, zonder camera. Hij legt bestaand filmmateriaal op een onbelichte film om het vervolgens met behulp van verschillende lichtbronnen, handmatig en frame voor frame, te reconstrueren. Zo ontstaat een tweede film. Frame by Frame (2006) toont de films in hun oorspronkelijke en gemanipuleerde hoedanigheid op lichtbakken en monitoren. Tscherkassky ageert tegen het digitale computerbeeld met deze ode aan de filmstrook.

Mooi in eenvoud is Sine Analog/ Digital Konvertor (2006) van Juliana Borinski. Een stuk filmtape is aan het plafond voor een lamp, een geluidsversterker en een ventilator gehangen. Op de wand danst de schaduw en klinkt het geluid van wapperend celluloid. Wat er op de tape staat, doet niet ter zake. De film tot een frivool, betekenisloos lintje gereduceerd.

Ook in de installatie Light Spill (2006) van de Amerikanen Sandra Gibson en Luis Recoder wordt gefocust op de bijproducten van de filmindustrie. Een 16 mm projector toont afgedankte film, die elke dag wordt aangevuld. Na vertoning van de mislukte beelden, spuugt de projector de stroken op de grond waar zich een bulk tape ophoopt. De restanten van het eigenlijke product als autonome objecten gepresenteerd, en de betekenis van het kunstwerk 180 graden gedraaid.

Het verst verwijderd van traditionele cinema is het werk van Tony Conrad (1940, VS) die al in de jaren zeventig bezig was de grenzen van het concept film op te rekken. Filmrollen worden tot in de eeuwigheid geconserveerd, in weckpotten op azijn. Conrads Yellow Movies (1972-1974) tonen zwart geschilderde contouren van beeldschermen op papier. De binnenkant van de schermen is met een goedkope, witte huisverf beschilderd, die met de jaren langzaam geel kleurt. Zo maakte Conrad zijn eigen, uiterst trage films.

Op humoristische en soms technisch zeer vernuftige wijze stellen de kunstenaars van Borderline Behaviour vragen bij gangbare manieren van film maken, betekenisgeving en representatie. De tentoonstelling gaat niet over cinema maar over de deconstructie ervan en de borderline is de grens tussen voor en achter het scherm, tussen beeld en verbeelding, tussen nul en een. Door het principe van het verbeelden tot op het bot te ontleden, wordt het onbetrouwbare karakter ervan blootgelegd.

De posterinstallatie Verité projetée (2006) van de Belgische Ana Torfs (1963) toont niet toevallig op 24 verschillende manieren de geprinte diaprojectie van het woord verité (waarheid). Een film bestaat uit 24 frames per seconde. Vertelt hij elke seconde een ander waarheid?