Kalenderrekenaars gebruiken eenvoudig rekensysteem

Kalenderrekenaars gebruiken een simpel principe. Foto stock.xchng stock.xchng

Het vermogen van sommige mensen, doorgaans autisten, om binnen een paar seconden de weekdag te noemen van een willekeurig gegeven datum (bijvoorbeeld: ‘12 juni 1900 was een dinsdag’) berust op een verrassend simpel principe. Uit uitvoerig onderzoek aan de 21-jarige autist Donny (voorzover bekend de snelste kalender-rekenaar ter wereld) concluderen vier psychologen van Yale University dat zijn mysterieuze vermogen op twee overzichtelijke pilaren rust: een database en een rekentruc. Ten eerste kent Donny van veertien recente jaren de data en de weekdagen uit het hoofd. Vervolgens rekent hij vanuit die database met een eenvoudige deling en vermenigvuldiging door naar het gevraagde jaar, rekening houdend met schrikkeljaren (Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance, oktober 2006).

Hij baseert zijn berekeningen op het feit dat er maar veertien jaren met verschillende datum-weekdag combinaties zijn: zeven gewone jaren die beginnen met telkens een andere weekdag en zeven schrikkeljaren evenzo. In de doorrekening maakt hij gebruik van het gegeven dat de kalender zich elke 28 jaar herhaalt.

Deze conclusie is gebaseerd op veertien rekenkundige en associatieve experimenten (in 38 sessies) met Donny, die gediagnosticeerd is met een IQ van ongeveer 80. Daarin bleek hij véél gemakkelijker te rekenen met het getal 28 dan met voorbeeld 26. Uit associatie-experimenten bleek bovendien dat hij zijn veertien ‘basisjaren’ als verbale netwerken heeft opgeslagen (dus als een soort woordreeksen uit het hoofd heeft geleerd). Verder bleek hij een aantal basisregels van de kalenderregelmaat te kennen, al sprak hij er vrijwel nooit over. Net als veel andere kalender-autisten heeft hij overigens geen kennis van de zestiende-eeuwse kalendervernieuwing van paus Gregrorius, waarin hondertallen (maar niet de vierhonderdtallen), géén schrikkeljaar zijn. Voor 1900 en na 2100 loopt Donny dus standaard een dag voor of achter.

Op basis van hun onderzoek aan Donny formuleren de psychologen ook een eenvoudig model hoe kalenderfascinatie kan ontstaan. Het begint met het simpelweg onthouden van (geboorte)data in de vroege jeugd, jaren later gevolgd door de ontdekking van een paar regelmatigheden waarna de omgeving aanmoedigt zich verder te bekwamen. Maar een andere voorwaarde is óók het oude idee dat de idiot savant binnen zijn relatief beperkt ontwikkelde denkraam een aantal goed ontwikkelde hersengebieden herbergt, aldus de onderzoekers, in dit geval de parietaalkwabben, nodig voor rekenen en uit het hoofd leren. Hendrik Spiering