Kakafonie & verandering

Alles is mislukt, waarom eigenlijk? Aldus de Kamer over onderwijsvernieuwing. Is een onderzoek verstandig?Marlies Hagers

Scholierenprotest tegen de tweede fase, december 1999. foto roel rozenburg Duizenden scholieren demonstreerden vanmiddag op het Malieveld in Den Haag tegen het nieuwe eindexamenprogramma dat zij te zwaar vinden. Aan het begin van de middag hadden zich volgens de politie al 12.000 scholieren verzameld. Op dat moment vielen ook de eerste scholieren flauw door verdrukking. (Foto Roel Rozenburg ) Rozenburg, Roel

De PvdA-fractie in de Tweede Kamer stelde deze week voor om eens zelf als parlement te onderzoeken hoe het kan dat alle onderwijsvernieuwingen van de afgelopen 25 jaar zo deerlijk konden mislukken. Een meerderheid in de Kamer lijkt voor, en ondanks de ‘paniek’ binnen het CDA dat er niets in ziet, is het idee nog bepaald niet van de baan. De zucht van verlichting in deze krant van bestuurders van onderwijsorganisaties en scholengroepen – bij wie het plan weinig weerklank vindt – lijkt nog voorbarig. Vertegenwoordigers van leraren en leerlingen houden juist hun adem in, zij willen wel een onderzoek.

Oud-rector in Utrecht Matthé Sjamaar is verheugd dat de politici eindelijk in de gaten hebben dat het echt mis gaat in het onderwijs. “Of een parlementaire enquête het beste middel is weet ik niet. Niet als er weer alleen antwoorden komen van de mensen die niet ‘met de poten in de modder staan’. Al zou het wel heel mooi zijn als dan naar boven kwam dat het juist besturen en politici waren die de vernieuwingen doorgezet hebben. Ik wil niet zeggen dat er geen vernieuwingen nodig waren, de tijden veranderen nu eenmaal. Maar de deskundigen in het veld hadden erbij betrokken moeten worden. Zelf was ik in 1996 lid van de commissie vakontwikkeling wiskunde, die de vakinhoud voor de tweede fase zou bepalen. Wij wilden een streng programma, maar het werd drie keer achter elkaar afgezwakt, tegen alle adviezen van leraren en universiteiten in. Waarom? Ik denk omdat er nu eenmaal meer mensen een diploma moesten kunnen halen, dan moest je het wel makkelijker maken.”

Sjamaar heeft in 2003 zelf ‘zijn’ Niels Stensencollege opgeheven, een scholengemeenschap op Kanaleneiland in Utrecht met een voornamelijk Marokkaanse populatie. “Ik weigerde zo’n school te worden met nog maar drie of vier havoleerlingen en te blijven liegen dat het zo goed ging.” Of ook dat aspect – de segregatie met de bijbehorende problemen – in het onderzoek moet worden meegnomen, betwijfelt Sjamaar. “Als je het te breed maakt, gaat de focus eruit. Maar een diepgaand onderzoek zou wel duidelijk maken waarom die gezonde mix maar niet tot stand wil komen. Want het zijn ook weer de besturen die weigeren dat te doen.”

Docent geschiedenis Jan Maarten de Wit, tevens voorzitter van de vereniging van docenten geschiedenis VGN, noemt onderzoek naar de mislukkingen in het onderwijs ‘ongenuanceerd’ . “Je kunt niet de basisvorming, de tweede fase, vmbo, studiehuis en nieuwe leren op één hoop gooien. Die laatste twee zijn nooit opgelegd, dat waren keuzes van de scholen zelf.” Die scholen zouden volgens De Wit daarom ook onderzocht moeten worden. “Op veel scholen zijn managers aangesteld die beleid moeten maken en doelen hebben. Die worden dan later weer geëvalueerd door de managers zelf en de politiek. De adviezen en opbouwende kritiek van leraren worden meestal niet gehoord. Al moet ik wel zeggen dat leraren ook niet maar één mening hebben.”

De politiek gestuurde vernieuwingen waren voor docenten vaak niet bij te benen, volgens De Wit. “Politici gaan van de ene waan naar de andere. Bij geschiedenis hadden we de commissie De Rooy die een doorlopende leerlijn ontwikkelde vanaf het basisonderwijs tot bovenbouw vwo. Dat werd omarmd door de politiek. Maar anderhalf jaar later kregen we weer vernieuwing in de onderbouw. Daar verdween die leerlijn weer en hebben we nu de vakkenintegratie. Volgend jaar gaat de vernieuwde tweede fase in met voor geschiedenis een compleet nieuw examenprogramma. Terwijl wij nu de boekenlijsten moeten inleveren, hebben de uitgevers nog geen boeken klaar. Wanhopige mailtjes van VGN-leden krijg ik erover. En in 2010 staat ons alweer de volgende tweede fase-vernieuwing te wachten.” Maar als alle leraren een stem krijgen, ontstaat dan geen kakafonie? De Wit: : “Waar het om gaat is, dat wat je als leraren vindt, meegewogen wordt. Wij zijn echt niet tegen elke verandering, maar we worden genegeerd en ik denk omdat het de vernieuwers soms gewoon niet goed uitkomt.”

Mark Brakel is voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, het LAKS. Hij is 16 en zit in 5 vwo. ‘Wij zijn heel blij als het onderzoek er toch komt’, zegt hij, omdat het extra aandacht betekent voor de huidige problemen in het onderwijs. “Wij hopen vooral dat er ook gekeken gaat worden naar de rol van de docent.” Het LAKS is er vóór om leraren die beter presteren ook beter te belonen. “Er wordt veel gepraat over het lerarentekort. Het beroep moet aantrekkelijker worden gemaakt.”

Het LAKS is niet tegen onderwijsvernieuwing. “De tijden veranderen en we kunnen echt niet terug naar veertig jaar geleden. Wij zijn ook niet tegen het nieuwe leren, maar wel als het betekent dat leerlingen veel te weinig les krijgen. Alles wat je hoort over studenten die bijgespijkerd moeten worden en dat er een tussenjaar zou moeten komen na de middelbare school, dat knaagt wel aan de waarde van míjn diploma.”