Kabinet in appèl tegen martelvonnis

Het kabinet wil „verduidelijking” over de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat Nederland het verbod op martelen en onmenselijk straffen heeft geschonden.

Het kabinet gaat daarom in appèl bij de Grote Kamer van het hof in Straatsburg. De uitspraak kan „belangrijke gevolgen voor het vreemdelingenbeleid en de rechtspraak” hebben, zei demissionair minister Hirsch Ballin (Vreemdelingenzaken, CDA) gisteren na afloop van de ministerraad. Volgens hem trekt het kabinet niet „ten strijde” tegen het vonnis, maar wil het vooral begrijpen wat de Europese rechters precies bedoelen.

In de uitspraak, drie weken geleden, vonniste het hof in Straatsburg dat Nederland de asielzoeker Salah Sheekh niet had mogen proberen terug te sturen naar het noorden van Somalië. Volgens Nederland liep Salah Sheekh geen groter risico dan andere leden van zijn minderheid en had hij een vluchtalternatief in noord-Somalië. Maar volgens het hof was het feit dat hij deel uitmaakt van een vervolgde minderheid voldoende reden voor bescherming. De Somaliër heeft nu een verblijfsvergunning.

Het hof ging veel verder dan de Raad van State in het controleren van de feiten van de zaak, en keek daarbij naar de actuele situatie in Somalië, iets wat de Nederlandse rechter niet doet. Ook stond het hof toe dat Sheekh zich tot het hof wendde zonder eerst naar de Raad van State te stappen. Hij zou daar toch „vrijwel geen kans op succes hebben” vonniste het hof.

Juristen en asieladvocaten zagen de uitspraak van het hof als een duidelijke correctie op „het excessieve formalisme” van het Nederlandse asielbeleid, en een scherpe terechtwijzing van de asielrechtspraak van de Raad van State. Het hof, zeiden ze, gaf een teken dat de grenzen van de Vreemdelingenwet, die minister Verdonk als minister van Vreemdelingenzaken zelf zei op te zoeken, nu bereikt zijn.

Minister Hirsch Ballin wil nu dat de Grote Kamer een aantal aspecten van het vonnis nader verduidelijkt. Het Nederlandse asielbeleid is volgens de minister gericht op de „beoordeling van de individuele situatie” van asielzoekers. Het hof lijkt volgens Hirsch Ballin ook groepsvervolging als voldoende reden voor asiel te accepteren. Een dergelijke verandering kan leiden tot „veel grotere aantallen asielaanvragen.”