Ik was schaapherder in Saeftinge en ken die boom

De wandelrubriek van Joyce Roodnat vorige week maakte bij lezer Jan Boom herinneringen wakker: een brief met historie

DRAMATISCHE BOOM: Schietwilg te Saeftinghe Foto Erik van Zuylen Zuylen, Erik van

Als abonnee van NRC Handelsblad lees ik regelmatig de wandel-column van Joyce Roodnat. Op zaterdag 27 januari deed ik dat met bijzondere belangstelling omdat het ging over een voettochtje door Saeftinghe, en dat is 15 jaar (van 1981 tot 1996) mijn werkterrein geweest als schapenhouder vanuit Emmahaven (nu Emmadorp). Ik had de weiderechten verworven in het hele westelijk deel van het gebied, maar mijn schapen liepen gewoonlijk ongeveer in het deel dat op uw kaartje in de krant staat afgebeeld.

Mijn aandacht werd in het bijzonder getroffen door de beschrijving van die boom die daar eenzaam staat op een heuvel, omdat die plek een bijzondere betekenis voor mij heeft. Die heuvel is namelijk een vluchtheuvel, ooit opgeworpen door een voorganger, schaapherder omstreeks het begin van de vorige eeuw, en ook door mij regelmatig benut als schuilplaats tijdens bar weer. Bij het drijven van de schapen maakte ik gebruik van honden die wel over toverkracht leken te beschikken en waarmee ik een heel bijzondere band had. Drie van hen zijn overleden in de genoemde periode, en ik heb ze in de heuvel begraven. Als markering van hun graf heb ik daar in 1988 een tiental gewortelde wilgentenen geplant, en die zijn ook allemaal aangeslagen. Maar toen ze takken kregen gingen daar zilvermeeuwen op zitten, en die scheten de jonge bomen dood. Op één na, en die is nu volwassen aan het worden en herbergt al enkele jaren een kraaiennest. Is er een mooier grafmonument denkbaar ?

De beschrijving van Joyce Roodnat van die boom als ‘een knoert van een dramatisch gegeven’ heeft dus meer inhoud dan zij wellicht zelf vermoedde, en om die reden dacht ik dat u vast wel belangstelling zou hebben voor dit stukje historie.

Jan Boom, Amsterdam