Geweld Somalië eist zeker 8 levens

Bij mortieraanslagen in de Somalische hoofdstad Mogadishu zijn gisteren en donderdagnacht zeker acht doden gevallen.

Gisteren werd in het zuiden van de stad een koranschool voor meisjes en vrouwen bestookt met een mortiergranaat. Daarbij kwam een studente om het leven, zeven anderen raakten gewond. De granaat landde rond het lunchkwartier op het dak van de school en ontplofte, waarna paniek uitbrak.

De voorafgaande nacht vielen zeven doden en twintig gewonden bij aanslagen door onbekenden op verscheidene plekken in de stad. Onder de doden waren ook een vrouw en haar twee kinderen, wier huis werd geraakt. De aanslagen hadden plaats bij de zeehaven, op een hotel en op een Ethiopische militaire basis.

In de hoofdstad is sinds eind vorig jaar het Ethiopische leger aanwezig. Dat verjoeg toen samen met de machteloze interim-regering van Somalië de strijders van de moslimfundamentalistische Unie van Islamitische Rechtbanken. Die hadden een half jaar lang de dienst uitgemaakt in Mogadishu en namen eerder grote delen van het zuiden van het land in.

De Somalische onderminister van Defensie, Salad Ali Jelle, hield „onbuigzame achterblijvers” van de Unie verantwoordelijk voor de aanslagen. Een deel van de moslimstrijders ontvluchtte vlak voor de Ethiopische inval de stad; anderen bleven achter en hielden zich vooralsnog relatief rustig. Volgens de onderminister heeft zijn regering de veiligheidsituatie onder controle. „We kennen enkele verdachten en we weten waar ze hun aanslagen voorbereiden. We zullen hen straffen.”

Volgens onafhankelijke waarnemers neemt het geweld in de stad de laatste dagen toe. Zij weten echter nog niet te zeggen aan wie het geweld valt toe te schrijven. (AP, AFP, BBC)