Gevaarlijk mengsel van schulden en trofeeën

Tata won woensdag in een verhitte prijzenslag de biedingsstrijd om Corus. Wordt 31 januari een memorabel moment: de dag dat de koop-op-krediet woede in tranen eindigde?

Elk tijdperk heeft zijn momenten die een omslag markeren. Momenten die symboolwaarde krijgen: dat was het moment dat alles veranderde. Al is het niet persé van de ene op de andere dag. Het kan een miljardenovername zijn, of een buitensporige topbeloning, een uitspraak vol hoogmoed of een geruchtmakende fraude.

Zoals de dag dat chef-econoom Henry Kaufman van het financiële handelshuis Salomon Brothers een daling van de Amerikaanse rente aankondigde. Wall Street reageerde uitzinnig. Het was 17 augustus 1982, de grootste beurshausse uit de geschiedenis was begonnen.

Of neem Wim Koks opmerking, op 18 april 1997, over „exhibitionistische stijgingen van salarissen” die de topbeloningen en gouden handdrukken in en buiten het bedrijfsleven hoog op de maatschappelijke agenda zette.

De dag, 31 mei 2002, dat glasvezelexploitant KPNQwest uit Hoofddorp op de fles ging. Het bankroet maakte een einde aan de stelling dat de interneteconomie anders was. Niet alleen waren werknemers en aandeelhouders de klos, ook de banken gingen voor honderden miljoenen de boot in. Net als vroeger. Het was meteen ook Nederlands eerste boekhoudschandaal. Ahold en Koninklijke/Shell zouden volgen.

Of de dag VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes zei: „In een recessie worden we allemaal Keynesianen.” Hij bedoelde: overheid stimuleer alsjeblieft de economie. Als werkgevers om extra uitgaven vragen, is de pijn voelbaar en het dieptepunt van de economische malaise nabij. Het was 6 juli 2005. Een paar maanden later brak het economisch herstel door in de officiële cijfers.

De vraag is: gaat het bod van 31 januari 2007 van 9,4 miljard euro van Tata Steel op staalconcern Corus, inclusief Hoogovens IJmuiden, de geschiedenis in als zo'n omslagmoment? De ingrediënten liggen klaar.

Om te beginnen is opkoper Tata Steel een stuk kleiner dan Corus. Op het moment dat de Davids achter de Goliaths aangaan groeit de kans dat iemand zich vertilt. Tweede signaal: de kenners binnen Corus, de bestuurders zelf, hebben het concern te koop gezet. Dat wil nog wel eens een indicatie zijn dat zij denken dat de markt, voor staal en voor hun aandelen, rond zijn piek staat. Zij worden rijk, soms wel multimiljonair, door hun aandelen(opties) te gelde te maken.

Nog een signaal van overmoed: je zou zeggen dat de bestuurders de markt moeten kennen, maar zij zaten er steeds volledig naast met de overnameprijs voor Corus. Evenals hun goed betaalde financiële adviseurs. Het vorige beste bod in de strijd tussen Tata Streel (uit India) en diens rivaal CSN (uit Brazilië) was 515 pence per aandeel. Het finale bod zeven weken later is 608 pence.

Dat brengt de vierde indicatie: de koper is boven zichzelf uitgestegen. Zie ook bestuursvoorzitter Ratan Tata’s commentaar: hij was bereid nog meer te bieden.

En dat is, vijfde indicatie, niet zo vreemd gezien de onderhandelingssituatie: een besloten veiling, met twee partijen (CSN en Tata Steel), in maximaal negen rondes, kunnen winnen of verliezen. In termen van de Westernfilm: een klassieke shoot-out. De uitkomst is ongewis, maar een ding is zeker: daar vallen slachtoffers.

Zesde indicatie: de vage financiering van de miljardenovername. Bij het eerste bod kon Tata Steel aangeven waar zij de benodigde contanten vandaan haalde. Bijna tachtig procent was geleend geld: bankrediet, leningen en obligaties met een hoge rente die aan beleggers verkocht moesten worden. Na de verhoging van het bod bleek Tata ergens binnen het wijd vertakte Tata conglomeraat, dat een minderheid van de aandelen Tata Steel bezit, nog wat geld gevonden te hebben. Nu geeft Tata Steel geen enkele indicatie. In het eerste bod bestond het eigen geld dat Tata Steel in de overname zou investeren overigens voor een substantieel deel al uit geld dat verstrekt was door het Tata-conglomeraat, dat het weer bij banken had geleend.

Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar de fameuze koop-op-krediet overnamegolf van eind jaren tachtig. Symbool van de gekkigheid was, achteraf, de overname van de Amerikaanse warenhuisketen Federated, eigenaar van bijvoorbeeld Bloomingdale’s, door de Canadese financier Robert Campeau. Hij betaalde 6,5 miljard dollar, en leende vrijwel alles, inclusief het meeste eigen kapitaal in de transactie. Dat laatste bleek pas na twee jaar. Bij het bankroet.

Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat Corus eenzelfde lot wacht. Maar wel dat schulden, gretige banken, gulzige insiders, veilingkoorts en buitenlandse trofeeënjagers een gevaarlijk mengsel zijn. Gevaarlijk voor werknemers en financiers. Zoals een Nederlandse topbankier uit de jaren tachtig zei: buitenlandse overnames, dat zijn echte killers.