‘Fanfares en cinema hebben me gevormd’

De internationaal gevierde Senegalese modeontwerpster Oumou Sy (54) leerde zichzelfhet vak toen ze als dertienjarige een naaimachine kreeg. „Ik wilde alles zelf doen, alleszelf uitvinden.”

Oumou Sy in haar huis in Dakar. „Ik weiger om me minder slim te voelen dan anderen.” Foto Pauline Bax Bax, Pauline

Oumou Sy zit met ranke handen een rijstschotel te eten aan een ovalen houten tafel die geflankeerd wordt door twee industriële naaimachines. Ze groet, wijst naar een stoel en schuift een bord naar me toe. Zonlicht stroomt de kleine hal binnen waar ingelijste foto’s van haar modeshows hangen. De heldere beslotenheid van haar huis in Dakar werkt ontspannend. Sy is een persoonlijkheid die zich niet laat dwingen. Eerst wordt er gegeten; pas dan wordt er gepraat.

Van allround kledingontwerpster Oumou Sy is in Maastricht, op de tentoonstelling Negritude in kunstcentrum Marres, een collectie avondjurken te zien die de schoonheid, de gratie van zwart Afrika oproepen – japonnen gemaakt van natuurlijke materialen als raffia, zijde en katoen, soms in kleuren die de huid van een olifant of een lokaal gerecht nabootsen, en die toch zwierig en heel vrouwelijk zijn. De jurken worden getoond in een schemerige zaal, op zwarte paspoppen. De collectie is een eerbetoon aan Leopold Sédar Senghor, de bejubelde eerste president van Senegal. Senghor was tevens dichter en een van de drijvende krachten achter de Négritude-beweging die een zwart zelfbewustzijn voorstond en een specifiek zwarte esthetiek probeerde te ontwikkelen. Vorig jaar was het honderd jaar geleden dat Senghor werd geboren.

Mode en maatschappelijke betrokkenheid gaan in Senegal nog altijd prima samen. „Senghor was mijn idool”, zegt Sy. „Door naar hem te luisteren heb ik Frans geleerd, want toen ik klein was, was hij iedere dag op de radio. ‘Laat je door niemand intimideren’, zei hij altijd. Hij gaf ons waardigheid, een gevoel van eer. Onder hem ging een groot percentage van het staatsbudget naar kunst en cultuur. Dat kun je van de huidige president helaas niet zeggen.” Sy laat limonade aanrukken door een zacht sloffende kleindochter. Op tafel slingeren badges en pamfletten van een politicus die meedoet aan de presidentsverkiezingen volgende maand. „Ik doe niet aan politiek, maar deze man ken ik al lang en voor hem wilde ik best campagnemateriaal printen.”

De 54-jarige Sy is autodidact. Haar loopbaan begon toen ze op haar dertiende een naaimachine kreeg van haar moeder. Ze was een lastig kind: stout, koppig en dodelijk nieuwsgierig. „Er ging geen dag voorbij of ik kreeg wel een pak slaag”, zegt ze lachend. „Ik wilde alles zelf doen, alles zelf uitvinden.” Ze kreeg alle ruimte, want haar vader wilde niet dat zijn kinderen naar school gingen. Ook na zijn dood werd zijn wens gerespecteerd. Haar stiefvader bleek een filmfanaat. Met zijn goedkeuring ging ze bijna iedere middag naar de bioscoop. Ze zag er cowboyfilms, gladiatorenspektakels, Gone with the Wind, en niet te vergeten het Senegalese Polygoon-journaal dat het konvooi van president Senghor op de voet volgde. „Ik was helemaal in de ban van optochten en militaire parades. Alleen al het zien van majorettes en generaals in uniformen was voor mij een soort van muziek. Fanfares en cinema hebben me gevormd.”

Sy is ook een verhalenvertelster. Dat ze niet kan lezen en schrijven, beschouwt ze als bijzaak. „Ik weiger om me minder slim te voelen dan anderen. Ik heb echt niet het idee dat ik iets mis. Als ik wel naar school was geweest, had ik waarschijnlijk de hele tijd zitten stampen. Nu heb ik mijn verbeeldingskracht leren gebruiken.”

Op de vraag waarom Senegalese vrouwen zich zo flamboyant kleden, vertelt Sy met smaak over de signares. Omdat de blanke kolonialen hun eigen vrouw thuis moesten laten, namen ze in Dakar een halfbloed vrouw die optrad als tijdelijke echtgenote. Deze gezelschapsdames genoten veel aanzien en kleedden zich buitengewoon. „Ze droegen korsetten en hoepelrokken, heel ouderwets, en hadden altijd een stuk of zes hofdames om zich heen die hun sieraden droegen. De beroemdste signares verschenen bij het vallen van de avond op hun balkon, zodat het volk hen kon bewonderen.”

De hang naar het theatrale en haar oog voor esthetiek hebben van Oumou Sy een internationaal bekende ontwerpster gemaakt. Ze houdt regelmatig modeshows in Afrika en Europa en runt een goedlopend atelier. Ze is initiatiefneemster van de jaarlijkse modeweek in Dakar. Ze heeft filmkleding ontworpen en werkt aan kostuums voor een door het Prins Claus Fonds gefinancierd spektakel over Mali, dat later dit jaar naar Nederland komt, de Opera du Sahel. De uitvoering stond gepland voor november vorig jaar, maar moest uitgesteld worden toen Sy’s man plotseling overleed. De schok heeft ze nog niet verwerkt, maar over haar plannen is ze onverminderd enthousiast. Ooit wil ze een museum opzetten dat de traditionele kledij van Afrikaanse koningen tentoonstelt. Ze heeft al meer dan tweeduizend kostuums verzameld, zegt ze, allemaal zelfgemaakt en opgeslagen in metalen kisten thuis en in haar werkplaats. Sy: „Ik denk nooit: wat zal ik nu eens gaan doen. Ik wéét gewoon wat ik wil doen. Maar ik kan niet werken op commando. Ontwerpen is voor mij een soort spel. Ik ben erg op mijn vrijheid gesteld.”

De avondjurken van Oumou Sy zijn nog tot en met 17 februari te zien in Marres, centrum voor contemporaine cultuur, Maastricht. Wo t/m zo 12-17u. Inl: www.marres.org