Elitevlucht

Het is altijd een vrolijk weerzien op de Transavia-zondagavondvlucht van Nice naar Schiphol. De top van het Nederlandse bedrijfsleven heeft met familie en vrienden een aangenaam weekend doorgebracht in hun tweede woningen aan de Côte d’Azur of in de Provence. Als postduiven keren zij die avond terug met het uitwisselen van onderlinge vriendelijkheden, want ze kennen elkaar en weten wie waar wat voor huis heeft. Maandag hijst iedereen zich weer in het pak want er moet bestuurd worden, maar „we zien elkaar binnenkort wel weer hè? Thuis of hier.”

Hoe komt het dat samenlevingen soms bij hun volle bewustzijn kiezen voor een voorspelbaar en aanwijsbaar rampzalige koers? Dat is de centrale vraag die Jared Diamond stelt in zijn boek Collapse, in het Nederlands uitgebracht onder de titel Ondergang. In zijn voorbeelden wijst hij onder andere op de bewoners van Paaseiland, die op een slecht moment de allerlaatste boom op het eiland kapten om het allerlaatste reuzenbeeld naar zijn laatste plek te kunnen rollen. De beeldencultuur betekende een rampzalige ontbossing van het eiland en een fatale aantasting van de leefomgeving. De Paaseilanders moesten gezien hebben waar ze mee bezig waren en wat voor sociale en economische schade ze zichzelf toebrachten. Toch gingen ze ermee door. Wat bezielde hen – hen, en vele andere culturen die zichzelf tot de ondergang gebracht hebben?

Diamond oppert een aantal mogelijke oorzaken, zoals plotselinge klimaatveranderingen, religieuze dogma’s in combinatie met een machtige priesterkaste, of de invloed van vijandelijke bedreigingen. Maar zijn meest plausibele hypothese ontleent hij aan Barbara Tuchman, die in haar boek The March of Folly „de meest ontbrandbare van alle hartstochten” aanwijst, namelijk machtshonger. Dat is de machtshonger van een elite die haar eigen deelbelangen bevredigt door de eigen samenleving te plunderen. Dat is natuurlijk alleen rationeel gedrag als de elite zelf geen of weinig schade lijdt van deze plundering – met andere woorden als de kosten van het schadelijke gedrag terechtkomen bij anderen. De elite vult zich de zakken maar draait niet op voor de kosten.

Ben Knapen schreef vorige week in deze krant een huiveringwekkend column over de milieucatastrofe en de ecologische plundering die op het ogenblik in Indonesië aan de gang zijn door de criminele ontbossing van het land. ‘Rokende bossen en de falende staat’ stond er als kop boven, en dat vat Tuchmans stelling in een notendop samen. De staat als vertegenwoordiger van het algemeen belang is afwezig, faalt of is zelf gecorrumpeerd. Bijgevolg ziet de brede massa van de bevolking in onmacht het land naar de verdoemenis gaan, terwijl een criminele elite zich de zakken vult, paleizen bouwt aan verre stranden, en de privéjets klaar heeft staan om te ontsnappen aan de fysieke en maatschappelijke luchtverontreiniging die zij heeft veroorzaakt.

‘Rich man, poor man’, staat er op de omslag van een recente editie van The Economist. Het bijbehorende hoofdartikel spreekt in bezorgde woorden over de toenemende welvaartsongelijkheid, vooral in de Verenigde Staten maar ook in andere westerse landen. Aan de ene kant is er de schaamteloze zakkenvullerij van toplieden in het bedrijfsleven, waarvan de uitkering van 210 miljoen dollar voor Home Depot-topman Robert Nardelli een provocerend extreem voorbeeld is. Hij kreeg dat geld, niet om te werken maar om op te krassen. Aan de andere kant heeft de gewone Amerikaan moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen, onder andere door de toenemende kosten van gezondheidszorg en hoger onderwijs. Hij heeft dat tot nu toe opgelost door nieuwe hypotheken op zijn huis te nemen, en dat kon ook door de stijgende huizenprijzen. Maar die stagneren, de schulden blijven, en dat leidt tot onvrede. Onvrede die zich, tot zorg van The Economist, vooral uit in protest tegen globalisering en vrijhandel. Maar het ressentiment zou wel eens veel verder kunnen gaan. Er doen schattingen de ronde dat in de westerse wereld de voordelen van de globalisering zijn terechtgekomen bij de top eenduizendste van de bevolking. Wereldwijd zijn de verhoudingen nog schrijnender. Dat is het beeld van de plunderende elite ten voeten uit. Als dat besef in de breedte doordringt, zal het niet bij antiglobaliseringsprotesten blijven. Dan wordt het revolutie, net als in Frankrijk in 1789. Met guillotines en al.

Het boek van Diamond schetst een bijna idyllisch beeld van hoe het anders en beter kan, in zijn laatste hoofdstuk ‘De wereld als polder’. Inderdaad, hij heeft het over Nederland, waar een groot deel van het land onder water komt te staan als we niet met zijn allen zorgen dat de dijken in orde blijven en het water wordt weggepompt. „Je moet een beetje oppassen met ruzie maken”, laat hij een fictieve Hollander zeggen, „want het kan zijn dat je vijand het gemaal bedient dat jouw polder moet drooghouden.” En vooral: „Het is niet zo dat rijke mensen veilig boven aan de dijken wonen en de armen onder in de polder. Als het water komt, verdrinken we allemaal.” Voor Diamond is dat besef de fundering onder een levenswijze waarin individuele mensen verantwoordelijkheid nemen voor het leefmilieu en voor de buren.

Dat we allemaal verdrinken als de dijken breken, dat moet wel zo blijven. Of beter, dat we er allemaal belang bij hebben dat de polder droog blijft. In dat opzicht is de zondagse Transavia-vlucht van Nice naar Amsterdam zorgelijk. En nog een stuk of wat andere lijndiensten, om het maar niet te hebben over privé-jets op soortgelijke routes. Want wat gebeurt er als de elite niet alleen boven aan de dijk woont maar hoog en droog in een zonnig oord? Als ‘thuis’ niet langer Amsterdam of Laren is, maar Can-nes of een dorp in Toscane? Dan kunnen we hier met zijn allen verzuipen zonder dat zij er last van hebben. Het is een lastig dilemma. Hoogvliegers hebben we nodig, maar ze moeten wel terug op het nest komen – hier.