Een tevreden Russische beer

Afgelopen maandag werd oud-wereldkampioen Boris Spassky 70 jaar. Boris en Bobby, geboren tijdens zijn match tegen Bobby Fischer in Reykjavik in 1972, zijn al vele jaren dood.

Spassky speelt geen serieuze schaakpartijen meer, maar die match tegen Fischer zal nog lang herinnerd worden als het meest opzienbarende schaakevenement dat er ooit geweest is.

Tegenover Fischer speelde Spassky de rol van Johannes de Doper, de man die de weg vrijmaakt voor zijn opvolger. „Hij moet groter worden, maar ik kleiner”, zei Johannes over Jezus en in 1972 leek het alsof dat het devies van Spassky was geworden.

Fischer kwam meer dan een week te laat aan in Reykjavik. Niemand had het Spassky kwalijk genomen als hij naar huis was gegaan, maar dat deed hij niet. Fischer verloor de eerste partij, kwam voor de tweede partij niet opdagen en bij de derde partij eiste hij dat er niet in de mooie theaterzaal gespeeld zou worden, maar ergens in een miserabel klein kamertje.

Toen had Spassky kunnen en moeten zeggen dat een wereldkampioenschap te belangrijk is om zonder publiek in een klein kamertje gespeeld te worden en dat Fischer de match maar op moest geven als hij niet in de echte speelzaal wilde schaken. Dat zou iedereen begrepen hebben. Fischer had het te bont gemaakt, genoeg is genoeg. Maar Spassky liet alles over zijn kant gaan en speelde de derde partij in het kleine kamertje. Hij verloor de partij en vervolgens ook de match. Later zei hij dat hij die derde partij zonder spelen had moeten opgeven, om zijn geestelijk evenwicht te herwinnen. Alsof hij eigenlijk niet wereldkampioen had willen blijven.

Twintig jaar later speelde hij weer een match tegen Fischer, die hij weer verloor, en achteraf zei hij dat hij nooit de ambitie had gehad om die te winnen. Het was hem er voornamelijk om gegaan Fischer terug te halen in de schaakwereld, met als prettige bijkomstigheid dat ze een mooi pensioen bij elkaar schaakten. Door die nederige opstelling tegenover Fischer zou je bijna vergeten hoe geweldig Spassky zelf was in zijn beste tijd.

Een verschil met Johannes de Doper is wel dat die leefde op een sober dieet van sprinkhanen en wilde honing en dat Spassky een liefhebber van goede wijn is die in de Parijse voorstad Meudon een comfortabel leven leidt. Hij noemde zichzelf eens ‘een luie Russische beer’ om te verklaren dat hij aan het eind van de jaren 80 alle schaakambitie was kwijtgeraakt.

In 1956 speelde Spassky tegen Joeri Averbach de verbluffende zet 16...Pb8-c6, die door Tim Krabbé tot de meest verbazingwekkende zet uit de schaakgeschiedenis is uitgeroepen. In 1960 speelde hij tegen David Bronstein een elegante partij met het koningsgambiet die later gebruikt werd voor de beginscène van de Bondfilm From Russia with Love. Hij speelde nog honderden andere partijen die beroemd zijn geworden.

Hier is een lichtgewicht uit de nadagen van zijn loopbaan, uit een wedstrijd van vier oude schakers tegen vier jonge talenten. De Amerikaan Tal Shaked was het jaar daarvoor jeugdwereldkampioen geworden en ondervond dat Spassky nog kon bijten als hem een vinger in de mond werd gestoken.

Shaked - Spassky, Cannes 1998

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. d4 exd4 4. Pxd4 Pxd4 <De zet van iemand die de openingsstudie al lang geleden vaarwel heeft gezegd. Een erg goede zet is het niet, want wit krijgt een aanzienlijk ruimteoverwicht, maar het voordeel is dat er geen noemenswaarde openingstheorie over bestaat, zodat beide spelers met het eigen hoofd moeten denken. <5. Dxd4 Pe7 6. Pc3 Pc6 7. De3 g6 8. Ld2 Lg7 9. 0-0-0 Df6 10. f4 0-0 11. e5 De6 12. De4 d6 13. Lc4 De8 >Nu had wit met 14. exd6 Lxc3 15. Dxe8 Lxd2+ 16. Txd2 Txe8 17. d7 een duidelijk voordelig eindspel kunnen krijgen. Hij wil echter meer en krijgt de kous op de kop. 14. Pd5 Lf5 15. De3 dxe5 16. Pxc7 Dc8

Zie nu het diagram

Het was natuurlijk wits oorspronkelijke bedoeling om hier 17. Pxa8 te spelen, maar nu zag hij dat zwart daarna met 17...Pd4 een winnende aanval zou krijgen. 17. Pd5 Deze terugtocht lost de problemen ook niet op, want nu krijgt zwart koningsaanval zonder dat hij er iets voor heeft geofferd. 17...Te8 18. Lc3 Pd4 19. fxe5 Iets beter was 19. Ld3, maar na 19...Lxd3 20. Dxd3 Dc5 zou zwart toch duidelijk voordeel hebben. 19...Dxc4 20. Dxd4 Dxa2 21. Dh4 h5 Een sterke zet die de mogelijkheid Lh6 in de stelling brengt en bovendien voor de zwarte koning een veld vrij maakt dat hij nodig heeft. <22. Dg5 <Na 22. Pe3 Lh6 23. The1 Tac8 of 22. Pf4 Tac8 zou wits stelling ook snel instorten. <v>22...Tad8 23. Pe7+ Kh7 Wit gaf op.

Hans Ree schrijft twee keer per week een column op nrc.nl/schaken.