Een kampioen zonder wedstrijd

Wat in Europa slechts een servet is, is in Nederland al snel een tafellaken. Ziehier het dilemma rondom de deze week aangekondigde fusieplannen van energieleveranciers Nuon en Essent. Nu de samenklontering van energiebedrijven in de EU op stoom komt, rijst in Nederland de vraag hoe daarop te antwoorden. Een nationale kampioen uit een klein land moet groot genoeg zijn om zich in het Europese spel staande te houden. Maar groot genoeg in de EU betekent op de bescheiden thuismarkt al snel: dominant. Dat speelde rond 1990 in de financiële sector, waar de NMB, Postbank en Nationale-Nederlanden samengingen, en ABN en Amro hetzelfde deden. Sindsdien heeft Nederland een markt waarin een handvol enorme financiële instellingen domineert.

Toch is de financiële sector een wonder van concurrentie vergeleken bij de energiesector die nu in beweging is. Het gezamenlijke marktaandeel van Nuon en Essent wordt geschat op zo’n zestig procent van alle huishoudens. Dat is simpelweg te veel. De consument heeft niets meer te kiezen. Om die reden moet de fusie dan ook zonder meer worden afgeraden.

Zijn er speciale omstandigheden die de fusie toch rechtvaardigen, of oplossingen om de marktmacht in te tomen? Energieveiligheid wordt vaak genoemd. Rusland ontpopt zich als een steeds minder betrouwbare leverancier, de internationale race om het veiligstellen van de aanvoer van energie is in volle gang. In zulke omstandigheden is het voorspelbaar dat de nationale onafhankelijkheid scherper in beeld komt. Een krachtige nationale sector, die niet zomaar wordt ingelijfd door het buitenland, lijkt dan een voor de hand liggend antwoord.

Een dergelijk argument heeft ook gevaarlijke kanten, want het kan in stelling worden gebracht om tal van sectoren te beschermen, of er te machtige bedrijven in toe te staan: staal, post, luchtvaart, voedsel, chemie, banken. Internationale handel en vervlechting zijn juist gunstige krachten, die specialisatie, innovatie, banen en welvaart creëren. Overnames door buitenlandse partijen zijn niet per definitie slecht. En stel dat die onvermijdelijk zijn, wat is dan te prefereren? Drie of meer buitenlandse spelers die op een Nederlands publiek met elkaar concurreren, of één die enkel de nationale kampioen hoeft over te nemen om tweederde van de markt met netmonopolie en al in handen te krijgen?

Zijn er dan manieren om de marktmacht van NuonEssent in te tomen? Het idee om een miljoen klanten buiten hun wil tijdelijk te ‘verhuren’ aan een derde partij, bijvoorbeeld Eneco, is zot. Alleen al het tijdelijke van deze oplossing lost de monopolievorming niet structureel op. Beter is het alsnog de energienetten van de bedrijven af te splitsen voor overheidseigendom, zoals de nieuwe Splitsingswet voorschrijft. Een motie van de Eerste Kamer had de invoering van deze wet afhankelijk gemaakt van een aantal voorwaarden, waaronder ‘het verstoren van evenwichtige marktverhoudingen’.

Van ‘verstoorde marktverhoudingen’ is straks ongetwijfeld sprake als Nuon en Essent samengaan, en er is in dat geval weinig meer tegen een splitsing, die overigens van begin af aan al te prefereren was. Staat de Nederlandse energiemarkt er na zo’n fusie met splitsing beter voor? Nog steeds niet. De fusie tussen Nuon en Essent blijft ongelukkig, en beide zouden beter zelf allianties kunnen aangaan met soortgelijke bedrijven in andere EU-landen. Dat vereiste kennelijk te veel fantasie van de verantwoordelijk bestuurders. Maar goed: met een afgesplitst net en een distributiereus valt te leven. Ideaal is het niet.