Een Hollander naar Mekka

Christiaan Snouck Hurgronje wist meer van de islam dan de best geïnformeerde moslim. Hij geloofde in vooruitgang, in secularisme, in verwesterlijking. Zijn boodschap is nog steeds actueel. Dirk van Delft

Ka’aba in Mekka, litho naar een foto van Snouck Hurgronje. Foto universiteitsbibliotheek leiden universiteitsbibliotheek leiden

Op 5 januari 1885 maakte Christiaan Snouck Hurgronje, Nederlands beroemdste oriëntalist ooit, in zijn dagboek melding van een ‘belangrijk bezoek’ van de barbier. Op dat moment woonde hij in de stad Djedda, gelegen aan de Rode Zee, ter voorbereiding van een verblijf in Mekka. In die heilige stad wilde hij de islam in al zijn aspecten een jaar lang bestuderen, als een antropoloog op veldwerk. Daartoe was bekering tot de islam noodzakelijk: een infidel kwam er niet in. Genoemde barbier was dan ook ontboden om Snouck Hurgronje, toen 27 jaar oud, met een scheermes te besnijden.

De reis naar Mekka was het logische vervolg op Het Mekkaansche feest, het proefschrift waarop Snouck Hurgronje in 1880 aan de Leidse universiteit bij M.J. de Goeje promoveerde. Het contrast tussen promotor en promovendus had niet groter kunnen zijn. De Goeje was een studeerkameroriëntalist die aan de lopende band tekstedities van manuscripten publiceerde zonder ooit een voet in het Midden-Oosten te hebben gezet. De ongedurige Snouck Hurgronje wilde meer. Het Mekkaansche feest bevat extreem uitdagende ideeën over de rituelen rond de hadj, de islamitische bedevaart: die zouden een pre-islamitische oorsprong hebben en door de profeet Mohammed uitsluitend om strategische en machtspolitieke redenen in de islam zijn geïncorporeerd. Weg heiligheid.

Terug in Leiden publiceerde Snouck Hurgronje in 1888-1889 zijn indrukken van het leven in Mekka. Het waren de waarnemingen van een agnosticus, van iemand die religie hoogstens als verschijnsel interesseerde. Wat niet wegneemt dat de rituele handelingen bij aankomst in Mekka – gang rond de Ka’aba, de zwarte steen kussen en het heilige Zemzemwater drinken – hem sterk emotioneerden. Toen Snouck Hurgronje binnen een half jaar op last van de Turkse gouverneur Mekka moest verlaten, nog voor de bedevaart, was dat de grootste ramp uit zijn leven.

broeinest

Snouck Hurgronjes verblijf in Mekka had meer redenen dan een studie van de onversneden islam. De stad gold als broeinest van moslimfanatici (zoals fundamentalisten toen heetten) en Nederland had er als koloniaal heerser over ‘ons Indië’ belang bij pan-islamitische ideeën in de Zuidoost-Aziatische gemeenschap in Mekka in kaart te brengen. Het slepende gewapende conflict met Atjeh had de Nederlandse regering ertoe bewogen Snouck Hurgronjes verblijf in Mekka voor een deel te betalen. In 1889 werd Snouck aangesteld als adviseur van de regering te Batavia. Inzake Atjeh bepleitte hij een nietsontziende strijd tegen de werkelijke vijand: niet de sultan maar de islamitische geestelijkheid. Alleen met een keiharde aanpak viel hun respect te winnen. Generaal Van Heutsz nam het advies ter harte, paste excessief geweld toe en bracht Atjeh in 1903 min of meer onder controle. Snouck Hurgronje vergezelde Van Heutsz op diens veldtochten.

Ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van Snouck Hurgronje (8 februari 2007) heeft de Leidse universiteitsbibliotheek een fraaie tentoonstelling ingericht. Uitgestald ligt een keur aan manuscripten, brieven en boeken, maar tevens is te zien hoe Snouck Hurgronje moderne technieken omhelsde. In Mekka maakte hij als eerste buitenlander foto’s en zijn boek Mekka gaat vergezeld van een portfolio met (foto-)illustraties. In 1904 gaf hij vrienden in Mekka opdracht tot het maken van geluidsopnames van straatrumoer, muziek en recitaties uit de koran, alles vastgelegd op honderden Edison wasrollen van 2 à 4 minuten elk. Een handvol kartonnen cilinders met op het deksel de titels van de opgenomen fragmenten ligt naast een fonograaf.

De in Mekka geschoten foto’s zijn werkelijk bijzonder. Intrigerend is die waarop ‘Abd al Ghaffar (dienaar van Hij die vergeeft), zoals Snouck Hurgronje zich in Mekka noemde, in islamitisch gewaad is afgebeeld, een albumenafdruk op karton. Een opname van pelgrims uit Atjeh getuigt van het frequente contact tussen Snouck Hurgronje en moslims uit Nederlands Indië.

In 1906 keerde Snouck Hurgronje uit Batavia terug naar Leiden om er zijn leermeester De Goeje op te volgen. Hij voerde de arabistiek tot grote hoogte. Ook onderscheidde hij zich met krantenartikelen voor het grote publiek. In die stukken kon hij scherp uit de hoek komen. In zijn necrologie van Lawrence of Arabia noemde hij diens autobiografische Seven pillars of wisdom ‘een jongensboek’ en ‘mengeling van feit en fictie’. De ‘ongekroonde koning van Arabië’ werd een ‘gebrekkige beheersing van het Arabisch’ verweten. Aardig was Snouck Hurgronje niet en zijn studenten en collega’s konden daar van meepraten.

koloniaal

Christiaan Snouck Hurgronje wist meer van de islam dan de best geïnformeerde moslim, en meer van koloniaal bestuur dan welke bestuurder in Batavia ook. Hij geloofde in vooruitgang, in secularisme, in verwesterlijking. Van rassenscheiding zoals in Zuid-Afrika of de Verenigde Staten moest hij niets hebben. Zijn ideeën jegens de islam: Bemoei je niet met dogmatiek. Hoed je voor restricties op de praktijk van de islam. Wees constant alert op denkbeelden die binnen de islamitische gemeenschap circuleren. Geef de islam niet de kans om vat te krijgen op het seculiere domein. Bestrijd pan-islamisme. Streef naar samenwerking en emancipatie.

Aldus Snouck Hurgronje in 1911 tegenover studenten van de bestuursacademie in Den Haag. Een boodschap die een eeuw later nauwelijks aan actualiteit heeft ingeboet.

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936): oriëntalist. Universiteitsbibliotheek Leiden, Witte Singel 27. T/m 2 april. Catalogus met inleidend essay van Jan Just Witkam: € 10. Zie ook www.oostersinstituut.nl