Echtheid ‘gevonden’ werken Pollock betwist

Het schilderij One (number 31, 1950) van Jackson Pollock in het Museum of Modern Art in New York. De echtheid van andere werken van Pollock wordt nu betwijfeld. Foto Reuters A visitor looks at Jackson Pollock's painting "One (Number 31, 1950)" on display at the grand opening of the Museum of Modern Art (MoMA) in Queens, New York, in this June 29, 2002 file photo. A Harvard study has raised new doubts over the authenticity of three paintings previously thought to be works by abstract artist Pollock, weighing into a simmering controversy in the art world. REUTERS/Chip East/File (UNITED STATES) REUTERS

Onderzoekers van de Harvard University Art Museums hebben twijfel gezaaid over de echtheid van drie doeken die aan de expressionistische schilder Jackson Pollock worden toegeschreven. Hoewel het onderzoek mede zijn eigen initiatief was, wijst de eigenaar van de doeken, Alex Matter, de resultaten af.

Volgens Matter, zoon van de van oorsprong Zwitserse fotograaf Herbert Matter die met Pollock bevriend was, vond hij in 2002 32 in pakpapier gewikkelde doeken in een opslagplaats die van zijn vader was geweest. Pollock zou de doeken in Herb Matters studio in New York hebben geschilderd tussen 1946 en 1949. In het rapport dat de universiteit deze week publiceerde, constateren de onderzoekers echter dat de pigmenten en bindmiddelen op de schilderijen pas op de markt kwamen nadat de kunstenaar overleden was.

„Wij hebben een aantal materialen aangewezen die problematisch kunnen zijn waar het om de veronderstelde datering gaat”, zegt chemicus en kunstrestaurateur Narayan Khandekar, die het onderzoek leidde. Jackson Pollock overleed in 1956, maar drie van de gebruikte gele en rode pigmenten kwamen pas in 1971, 1986 en in de jaren negentig op de markt. Ook het bindmiddel was pas in de jaren zeventig te koop. Wel werd het blauwe karton waarop was geschilderd, gefabriceerd vóór het jaar van Pollocks overlijden.

Alex Matter heeft de doeken in bewaring gegeven bij een galerie in New York. Drie ervan zijn aan een technische analyse onderworpen met behulp van onder andere een elektronenmicroscoop in het Straus Center for Conservation, het restauratiecentrum van de verzamelde Harvard University Art Museums.

Khandekar benadrukt dat het onderzoek, dat ruim een jaar in beslag nam en gratis werd uitgevoerd, een technische analyse was en niet tot doel had de toeschrijving aan Pollock te bekrachtigen of te ontkrachten. De vraag van de authenticiteit is relevant, aangezien een doek van Pollock – No. 5, 1948 – onlangs voor 140 miljoen dollar is verkocht.

In een verklaring op zijn site oppert Alex Matter de mogelijkheid dat de pigmenten zijn aangetast door het vernis of door andere middelen die gebruikt zijn bij eerdere restauraties. Volgens Khandekar is dit niet mogelijk: „Ze lijken niet het proces van de technische analyse volledig te begrijpen.” Alex Matter zegt in zijn verklaring dat „het bepalen van de authenticiteit van kunstwerken nog altijd meer een kwestie van kunst dan van wetenschap is. Geen wetenschappelijke test kan compleet zijn zonder traditioneel kunsthistorisch onderzoek.”

Al vóór het Harvard-onderzoek waren de doeken omstreden. Pollock-kenner Ellen Landau, professor aan de Case Western Reserve University in Cleveland, had ze als echt aangemerkt – en anders waren ze „de opmerkelijkste vervalsingen in de geschiedenis van de moderne kunst”. Maar in 2005 verklaarden twee andere kenners, die de doeken op verzoek van de Pollock-Krasner Foundation hadden onderzocht, het daar niet mee eens te zijn. Natuurkundig onderzoek aan de universiteit van de staat Oregon riep ook twijfels op over de echtheid.

Behalve Harvard verricht ook het Museum of Fine Art in Boston een technisch onderzoek naar vier andere doeken van die 32. De resultaten worden bekendgemaakt bij de opening van de tentoonstelling – waarvoor Ellen Landau als gastconservator is opgetreden – van 25 van de gevonden werken in het Boston College op 1 september. Die gaat desondanks door, liet het museum deze week weten. Daarbij worden de doeken omschreven als ‘problems for study’.