Denkend westwaarts

In de bijlage van 13 januari liet M. Jonker zich kritisch uit over een stelling uit mijn proefschrift, waarmee F.A. Muller in de wetenschapsbijlage van het artikel `Denkend Westwaarts` besloot (W&O 30 december): `de wijsbegeerte is mooi vanwege haar helderheid, maar ook vanwege haar in het oog springende onvermogen. Wie dat onvermogen met eloquente onhelderheid probeert te compenseren, berokkent dubbele schade.`

Deels ben ik het met M. Jonker eens: ook in een wiskundige wijsbegeerte kan de grillige werkelijkheid uit zicht raken. De betere wijsbegeerte toont dus steeds haar beperkingen. Dat is precies wat ik met de eerste zin van de stelling bedoelde. Daarna richt ik mij tot allen die menen dat het onvermogen van de wijsbegeerte het beste kan worden gesmoord in vaagheid.

Het is opvallend dat M. Jonker mijn stelling onhelder vindt, maar tegelijk een voorbeeld van de manier waarop wijsbegeerte intrigerend kan zijn. Dat is nu precies het soort wijsgerige intrige waartegen ik mij verzet. Ik hoop mijn stelling daarmee te hebben verhelderd, ook als ik haar daarmee voor sommigen ontluister.