DEMOCRATIE OP Z'N AZIATISCH

Na de val van de Berlijnse Muur wisten we het zeker: het kapitalisme en de democratie hadden gewonnen. De hele wereld zou ons voorbeeld volgen. Maar in Azië ontstaat een curieuze fusion tussen Aziatische waarden en westerse democratie. Hoe die eruit ziet? Misschien wel als de stadsstaat Singapore, schoon, hardwerkend, gelijkgeschakeld.

Christine Loh (50) woont in Hongkong. Ze heeft jaren geld verdiend als commodity-trader in New York en Beijing. Ze zit in de raad van commissarissen van de prestigieuze aandelenbeurs van Hongkong, maar sinds kort ook in het bestuur van Human Rights in China - een mensenrechtenorganisatie met New York als basis. En ze is directeur van een klein instituutje in Hongkong, Civic Exchange. In Hongkong zijn de Chinezen de baas, dus dit soort instituten mogen wel discussiëren, maar niet provoceren.

Toen de Britse kroonkolonie Hongkong (7 miljoen inwoners) in 1997 werd overgedragen aan China, zat Loh ook in de politiek. In 1998 zei ze tijdens een lezing voor de Asia Society in Seattle: 'Ik geloof in handel, ik geloof in vrije markten, ik geloof in een kleine overheid, ik geloof in privatisering en in liberalisatie.' Ze hield de aanwezigen het volgende voor: 'Ik wil een ander soort structurele hiërarchie dan die uit de traditie van Confucius, maar ook niet het paternalisme van de koloniale tijd.'

Dat laatste vindt ze nog steeds. Maar acht jaar later en met de ervaring dat Hongkong deel uitmaakt van China, is ze wat genuanceerder geworden over de maatschappelijke zegeningen van al die economische vrijheid. 'Na mijn rechtenstudie dacht ik dat bedrijvigheid vrijheid zou brengen. Wij, de handelaren, waren de voorhoede van de vooruitgang. Ik betrap mezelf de laatste tijd steeds meer op socialistische trekjes. Ik zie hier in Azië fonkelende steden, schitterende boulevards, maar ik zie ook steeds meer ongelijkheid. Zelfs hier in Hongkong. Er wordt enorm veel verdiend, maar de welvaart sijpelt niet naar beneden door. Hoe minder belasting, hoe beter het is - dat is de gangbare wijsheid geworden, de ideologie. Fairness is ver te zoeken. De elite in Azië heeft geen enkele belang bij democratie. Ze zal het tegenhouden, zolang ze kan.'

Democratie in Azië - in India bestaat het sinds jaar en dag, in China nog lang niet en verder is het beeld gemengd. Wie zit erop te wachten? Of ligt het precies omgekeerd: is de afwezigheid van democratie een tikkende tijdbom, die zomaar tot ontploffing kan komen?

Het is lastig om er een vinger achter te krijgen. Iedereen die in aanraking komt met de vooruitgang, krijgt in Azië een spoedcursus consument. Consumeren domineert alles en iedereen. Democratie wordt dan de vrijheid zelf te kiezen of je een Nokia of een Motorola neemt. De officiële titel van de 'premier' van Hongkong is Chief Executive. Het lijkt soms of de Volksrepubliek China in Hongkong experimenteert met het moderne mengsel van de autoritaire democratie. Er is veel spraakverwarring.

Oorlog in Vietnam

Studenten aan de universiteiten hebben het niet zo vaak over democratie. Het is frisbee en fashion wat de klok slaat, niet politiek. Afgelopen zomer bezocht ik een seminar van laatstejaars-studenten in Ho Chi Min stad in Vietnam. Ze droegen allemaal een t-shirt met het woord War, maar met oorlog-en-vrede, met protest had dat niets van doen. De moderne oorlog, zo leerde het seminar, is de merkenoorlog, de brand war. En in de pauze willen ze Engels oefenen en alles weten over de brand wars in het Westen, over McDonalds versus Kentucky Fried Chicken, over Mercedes versus Volvo. Als ik hun mening vraag over democratie moeten ze lachen. 'Dat is voor oude mensen', zegt er een, om vervolgens van zijn eigen woorden te schrikken. Tenslotte woont hij niet voor niets in een dictatuur. Gauw zegt hij wat aardige woorden ter nagedachtenis aan de grote onafhankelijkheidsstrijder Ho

Chi Min. Ze waren een paar jaar geleden naar zijn mausoleum in Hanoi geweest met school en dat had diepe indruk gemaakt, zo'n gemummificeerd lijk.

Een paar dagen eerder was ik in Hanoi, een prachtige stad vol snelle honda-brommers, waar Lenin nog op zijn voetstuk staat op het Lenin-plein. Niet ver daarvandaan was een hoop tumult. Zeker duizend jongelui verdringen zich voor een gebouw, de honda-stroom komt tot stilstand. Een betoging? Nee, want ergens in het midden hangen hengelmicrofoons en flitsen camera's, er wordt gegild. Als de boulevard niet vergeven geweest zou zijn van fotograferende mobieltjes dan had de scène iets weg gehad van de Rolling Stones die door fans ontdekt worden bij het Amstel-hotel. Maar dit zijn niet de Stones, het is Bill Gates. Hij is één dag in Vietnam en iedereen wil hem aanraken. 'De rijkste man ter wereld', zegt de jonge vrouw die voor me tolkt, verzaakt haar plicht en duikt met haar mobieltje in de aanslag ook de massa in.

's Avonds op het tv-nieuws wordt de verpletterende aanwezigheid van Bill Gates pas in volle omvang duidelijk - ruim twintig van de dertig minuten journaal gaan erover, Bill achter de lessenaar, Bill in de hal van het hotel, Bill op straat, vox populi, grijze Vietnamese mannen die de wijze lessen van Bill 'naar de Vietnamese situatie' vertalen. Er komt geen eind aan. Vietnam is een van die landen wier enige doel is: China achterna. China symboliseert de 'eeuw van Azië'.

Dit jaar houdt de communistische partij van China haar 17de partijcongres. Volgens klassiek script heeft het Centraal Comité al vastgesteld wat ze dan gaan besluiten. President Hu Jintao mocht zijn motto uitwerken: het bouwen van een harmonieuze samenleving. Toch was het document niet kinderachtig van toon. Het doet nog maar in de verte denken aan de newspeak vol borstklopperij van vroegere communistische partijen. 'De partij wil zichzelf verplichten om de komende vijftien jaren het democratische wettelijke stelsel en de bescherming van mensenrechten te verbeteren, het wil de kloof tussen arm en rijk verkleinen, werkgelegenheid bevorderen, de publieke dienstverlening van de overheid verbeteren, de morele standaard van het publiek verhogen, de openbare orde veilig stellen en het milieu beschermen', zei het officiële communiqué.

Een Amerikaanse bankier, getrouwd met een Chinese, die wonen in Hongkong en Beijing, vertelt over hun ervaringen. 'Economisch gezien is er op dit moment weinig behoefte aan democratie en de mensen hebben ook geen zin in geruzie. Dat krijg je pas als een grote groep zo $ 20.000 gaat verdienen. Want dan kun je een fiat en een auto betalen en gaat het iets betekenen wanneer de overheid belastingen verhoogt of verlaagt, schoolgeld vraagt, met de rente rommelt. Maar in China haalt nog geen acht procent dat inkomen. Er is - nog - geen middenklasse. Maar kijk naar Taiwan. Toen de mensen daar een auto kregen en allemaal konden lezen en schrijven, toen kwamen normalere verkiezingen met regering en oppositie er vanzelf.

'Maar je ziet in China wel iets anders: er is een enorme behoefte aan publieke verantwoording. Je wilt een bestuurder naar huis kunnen sturen wanneer hij er een rotzooi van maakt, en op plaatselijk en regionaal niveau zie je dat ook al gebeuren. Het is een beetje als bij een groot bedrijf. Er is strikte hiërarchie, maar aandeelhouders moeten ergens heen kunnen met hun frustraties over tekortschietende rendementen. Kranten schrijven over corruptie, over willekeur van de politie wanneer je de hond uitlaat en de penning niet bij je hebt. Dat heeft niets te maken met een meerpartijenstelsel en vrijheid van meningsuiting, maar wel met controle van autoriteiten door burgers.'

Onlangs was er een betrekkelijk grote demonstratie van jongelui in Shanghai. 'Weet je waar dat over ging? Over geknoei met huidcrème door een groot bedrijf. De meisjes dachten van de crème een blankere huid te krijgen, maar in plaats daarvan kregen ze uitslag. Dat was pas aantasting van hun vrijheid.' De bankier gelooft in de theorie dat een regime het pas lastig krijgt als de economische groei achterblijft. 'Iedereen heeft nu wel wat anders aan zijn hoofd dan politiek getheoretiseer, men wil vooruit. Maar als er geen economische groei is, ja, dan wordt het anders.'

Aziatische waarden

Over democratie in Azië zijn jarenlang heftige debatten gevoerd. Westerse sociologen zagen in de jaren zestig en zeventig een rechte lijn van van dictatuur via modernisering naar democratie. Zo zou het ook met Azië gaan. Samuel Huntington - die van de clash of civilisations - was de eerste die daarvan afweek. In een lijvige studie Political Order in Changing Societies (1985) wees hij op de behoefte van snel veranderende Aziatische samenlevingen om traditionele symbolen te behouden. Politieke partijen manifesteren zich bijvoorbeeld in Azië veel meer als een voortzetting van eeuwenoude tradities van persoonlijkheidscultus, van regionale en tribale rivaliteit, van cliëntelisme en van autoritaire verhoudingen. Wie in Azië eenmaal de baas is van een partij, blijft het veelal de rest van zijn of haar leven. Wie terugtreedt verliest misschien wel macht maar niet gezag, zodat het een puzzel wordt om te weten wie nu eigenlijk aan de touwtjes trekt. Dat soort dingen hoorden bij democratie in Azië. En dat is nog steeds zo.

Kort na de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Sovjet-Unie gingen dit soort nuances in de grote euforie ten onder. Francis Fukuyama schreef zijn End of History: 'Democratie is goed en het verspreidt zich over de hele wereld samen met het kapitalisme'. Daarmee was de marsroute voor Azië dus ook uitgetekend.Vanuit het Westen welteverstaan.

Dat was de westerse kant van het verhaal. In Azië lag het anders. De Chinezen mengden zich zo kort na Tiananmen niet in het debat, hooguit met wat steriele teksten van de communistische partij. Maar de redelijk welvarende Aziatische tijgers des te meer. Er kwam een assertieve tegenbeweging die in de hele jaren negentig de toon heeft gezet: democratie op zijn westers zou helemaal niet in opmars zijn, Azië had zijn 'Aziatische waarden' en het had het daarmee uiteindelijk beter getroffen dan het decadente Westen. In Azië telde de gemeenschap meer dan het individu, orde en harmonie meer dan individuele vrijheden. In Azië werd godsdienst niet in een apart hoekje gezet maar stond middenin de samenleving, in Azië was spaarzaamheid een grote deugd, in Azië werd hard gewerkt en was er respect voor het gezag. En bovenal, in Azië stond het gezin centraal, daar lag ieders eerste belang en ieders loyaliteit, en iedereen was bereid daar hard voor te werken.

Voorgangers in die beweging waren twee mannen die al jaren aan de macht waren en in hun land hun sporen hadden verdiend dankzij de economische vooruitgang: premier Lee Kuan Yew van Singapore en premier Mahathir van Maleisië. 'Als ik zo eens naar de laatste eeuw kijk, dan zie ik twee wereldoorlogen, atoombommen op Aziatische steden, de holocaust, de moorden in Bosnië - dat was allemaal het werk van het Westen', zei Mahathir in een van zijn frequente oprispingen.

Ondertussen groeiden en bloeiden de Aziatische tijgers. Maleisië bouwde de hoogste torens van het continent, het werden uitroeptekens achter de Aziatische waarden. Niet one-man, one-vote maar een mild-autoritaire samenleving zou de motor zijn achter de Aziatische groeimachine. Een steeds comfortabeler leven op basis van harmonie en orde.

Maar van de ene op de andere dag werd het stil. Dat was eind 1997. In Thailand stortte het kredietstelsel in, banken dreigden om te vallen, investeringen werden afgeblazen. De crisis rolde over Azië heen. Banken bleken zich overal ondoorzichtig en onverantwoord te hebben gedragen. Mahathir foeterde weliswaar nog een tijdje over een grote 'westerse samenzwering' tegen Azië, over 'racisten, die de Aziatische wondernaties om zeep willen helpen'. Maar al gauw zagen jongere economen ook in dat achter de fraaie Aziatische waarden van gezin, harmonie en orde corruptie, nepotisme en schimmig gerommel in bestuurskamers schuilgingen. En dat het westerse Internationale Monetaire Fonds eraan te pas moest komen om de zaak in het gareel te krijgen.

Het ging er hard aan toe in die dagen. De Aziaten waren woedend over de arrogantie en het culturele imperialisme uit Amerika. En de Amerikanen zagen de onvermijdelijkheid van hun democratie voor de hele wereld in het verschiet.

De intellectuele motor achter de Aziatische waarden was Kishore Mabhubani, inmiddels 58. Diplomaat en intellectueel, vertrouwd met Harvard en de Verenigde Naties, was hij jarenlang ambassadeur voor Singapore in de Verenigde Staten. Later werkte hij bij de vn, onder meer als voorzitter van de Veiligheidsraad.

Tegenwoordig is hij dean van de nieuwe Lee Kuan Yew School of Public Policy in Singapore - een instituut dat lijkt te zijn opgezet als een kopie van de Kennedy School van Harvard. Mabhubani is klein van stuk, vriendelijk, gekleed als een diplomaat. Het raam in zijn fraaie kantoor biedt een panorama van groene heuvels, water en de volledig gerobotiseerde overslag van scheepscontainers. Onder de glazen salontafel liggen zijn boeken, zoals Can Asians Think? (1998), een bundel gesproken essays voor de BBC radio, en Beyond the Age of Innocence (2005).

Mabhubani was destijds reuze fel. Wat vindt hij nu van die Aziatische waarden? 'Ach, die felheid was gewoon een reactie op het triomfalisme van het Westen. Dat hebben we nu niet meer nodig, we leven hier toch al in het meest optimistische deel van de wereld', zegt hij. In Can Asians Think? schreef hij het een stuk geleerder op: 'Van Aziatische kant duidt die discussie op een verlangen om opnieuw in contact te komen met het eigen verleden, nadat die verbinding was verbroken door de koloniale overheersing en de dominantie van de westerse Weltanschauung.'

Mabhubani zegt nu: 'Die democratie komt er wel. Niet omdat het Westen er iedere keer over begint, maar omdat uiteindelijk alleen open democratische samenlevingen iedereen de ruimte geven om deel te nemen aan de ontwikkeling van het land. Maar in het Westen doen ze vaak alsof je hier zomaar een bladzijde kunt omslaan. Dat is niet zo. China bijvoorbeeld - daar beschouwen ze de Amerikaanse druk om te democratiseren simpelweg als een poging om chaos te creëren, het land te ondermijnen, niet als oprechte betrokkenheid bij het lot van de mensen.

'Ook in het Verre Oosten is uiteindelijk een levensvatbare middenklasse de sleutel tot de overgang. Die komt er wel, maar dat gaat langzaam. En dat is maar goed ook, want anders brengt het een hoop ellende. Maar ik geloof niet dat we westerse democratieën zullen copiëren. We hechten toch aan onze culturele waarden - dat bijvoorbeeld homo's met elkaar kunnen trouwen, maak ik hier niet meer mee. Zelfs mijn kinderen zullen dat denk ik niet beleven. We hebben toch andere omgangsvormen. Aziatische democratieën zullen anders zijn, het recht van het individu zal hier altijd meer worden afgewogen in de contekst van sociale acceptatie en harmonie dan in het Westen.'

Fusion kitchen

De boodschap van Mabhubani is helder: de democratie zal komen, maar geleidelijk en niet omdat het Westen het vraagt maar omdat het goed is voor Azië. En democratie zal hier ook anders zijn - een sociale fusion kitchen van Aziatische waarden en westerse democratie.

Hoe moeten we ons dat voorstellen?

Yun-han Chu, vooraanstaand politicoloog uit Taiwan, laat op zijn laptop de resultaten zien van onderzoek naar de waarden waar mensen in Zuid-Oost-Azië aan hechten. Hoger dan waar ook ter wereld scoort bijvoorbeeld: een kind moet zijn ouders gehoorzamen en respect tonen. En lager dan in het Westen scoort overal: democratie is de beste regeringsvorm. 'De liberaal-democratische houding legt het steeds af tegen een autoritair-religieuze onderstroom', zegt hij ter afsluiting van een lange mars door de boeiende cijferbrij op zijn computer enigszins berustend.

Vraag je de Taiwanese professor of hij een samenleving wil beschrijven die er uitziet zoals de blauwdruk van zijn onderzoek, dan komt hij met het advies dat je overal krijgt: ga eens kijken in Singapore. Iedereen voegt er meteen aan toe dat het natuurlijk onzinnig is om zo'n kleine, kunstmatige stadsstaat van viereneenhalf miljoen inwoners als model te nemen voor een heel continent. Singapore is misschien onbereikbaar, maar kennelijk ideaal.

Model Singapore

Singapore is een stad waar iedereen hard werkt, het is er schoon, het is er veilig. Files zijn er maar weinig, omdat de bewoners niet van ongemakken houden. Ze hebben ze met een knap mengsel van openbaar vervoer, techniek, road-pricing en beton opgelost. Je hebt er geen last van not-in-my-backyard-groepjes. Taxichauffeurs zijn vriendelijk en lichten je niet op. Niemand rijdt te hard, want je kunt je rijbewijs zomaar kwijtraken.

Als de welvaart wordt bedreigd, grijpt het stadsbestuur onmiddellijk in. De stadsbestuurders zijn slimme, soms briljante mensen, die dienovereenkomstig worden gerekruteerd en betaald. Ze manifesteren zich als leden van een raad van bestuur, niet als politici, en zo is ook hun taalgebruik. Er is een voortdurende jacht naar toptalent. Kinderen gaan jong naar school, moeten hard werken en groeien - verschil met hun Amerikaanse leeftijdgenootjes - op in een geest van gehoorzaamheid en respect voor het gezag. Kindermeisjes uit de Filippijnen of Indonesië ruimen de boel thuis op, niet duur en altijd beschikbaar.

Dat is de ene kant van de medaille. De andere is dat ook autoriteiten niet van afwijkend gedrag houden. Er zijn wel verkiezingen maar dezelfde partij wint altijd. Een oppositiepartij is er wel, maar dat is dus per definitie niet meer dan een splinterpartij en als haar leiders wat al teveel kritiek leveren dan volgen steevast processen wegens smaad. Die worden dan keurig gevoerd en de oppositie verliest altijd. De media houden zich aan spelregels en wie al te hinderlijk is, verdwijnt uit de kiosk. De vroegere premier Lee Kuan Yew, die al jaren geen premier meer is maar nog steeds met veel gezag aanwezig is in de curieuze functie van mentor-minister, zei het bij de laatste verkiezingen heel illustratief tegen studenten. Eentje had zich een voorzichtig kritische vraag veroorloofd, waarop Lee antwoordde: 'Luister, ik ben hier om aan jullie inzicht te verschaffen'. Daarop hadden de studenten bedeesd instemmend geknikt en zich in alle media verontschuldigd voor de onbeleefdheid. Deze gebeurtenis was dan ook meteen de grootste rel uit de Singaporese verkiezingen van 2006. Toch doen ze in Singapore iets bijzonders wat mensen wel bevalt: ze combineren afwezigheid van democratie met goed bestuur. Rust en orde gegarandeerd.

Straatrevolte

Vanaf Singapore kun je met een veerboot naar Batam, Indonesië. Van de modelstaat van Azië naar de grote nieuwe democratie Indonesië is een uur varen. Een uur varen van de plek waar alles werkt naar de plek waar iedereen vrijelijk mag blaffen, zoals ze in Singapore tegenwoordig graag zeggen. In 1998 werd Indonesië van de ene op de andere dag via een straatrevolte een democratie. Het volk kiest een invloedrijk parlement - één man, één stem. En sinds 2004 ook rechtstreeks een president. Zo kan het een autoritaire Aziatische staat (want dat was Indonesië) dus ook vergaan. Is dat een feest?

De havenpier van Singapore was een moderne shopping mall, airco en luxe-artikelen. Het contrast met de overkant kan niet groter. In Batam is het smoezelig en benauwd. Handelaren, kruiers en chauffeurs klampen zich meteen in de hal aan je vast, 'you want taxi, mister, hotel, massage, mister, nice rolex, mister?'

Van de Aziatische perfectie naar de rommeligheid van de Derde Wereld. In Batam wachten de mensen nu al jaren op het profijt van Singapore. Er staan eindeloos veel fabriekshallen, waar t-shirts, ondergoed, schoenen en stopcontacten worden gemaakt. John Sulistiawan is directeur van zo'n bedrijvenpark. En hij klaagt: 'Mensen kunnen hier een vakbond beginnen, ze mogen staken en dan eisen ze meer loon. Nou, en dan zie je de bedrijven hier weer vertrekken. Als je daar dan iets van zegt tegen die stakers dan zeggen ze gewoon: als er geen werk is, moet de overheid maar voor nieuw werk zorgen. Dat menen ze echt, daar zijn ze van overtuigd. Dat ze de economie hier kapot maken, deert ze niet. We hebben nu bijna tien jaar een democratie, maar ik geloof steeds meer dat het niet kan als mensen zo'n laag opleidingsniveau hebben.' En dan hebben we het over Batam - proeftuin voor economische vooruitgang in de Indonesische democratie.

Ervaringsdeskundige

Jusuf Habibie was anderhalf jaar president van Indonesië, van mei 1998 tot oktober 1999. Hij volgde de autoritaire Suharto op. Het land veranderde van een autoritaire staat in een democratie. Habibie heeft ervaring met beide systemen, want hij heeft een dikke twintig jaar als minister gediend onder Suharto en een kleine twee jaar meegewerkt aan de afbraak van diens regime.

'Democratie is volstrekt vanzelfsprekend: mensen met een bepaald opleidingsniveau willen meepraten en invloed uitoefenen', zegt Habibie. Toch zijn er maar weinig Aziaten buiten Indonesië jaloers op deze democratische verworvenheid. En in Indonesië zelf is de heimwee naar een sterke man ook niet moeilijk te vinden. Het land wil maar niet in hetzelfde tempo opbloeien als de rest van het continent en vertoont trekjes van een falende staat. Maar Habibie wuift het weg: 'Als je mensen jarenlang in het donker opsluit en je draait dan het licht aan dan zien ze niets en struikelen over elkaar. Dat gaat wel over.'

.Met zoveel luchthartigheid staat de oud-president in Azië betrekkelijk alleen. Niemand in het Verre Oosten wil de chaos riskeren door in één keer het licht aan te draaien. Er tikt dan ook geen tijdbom. Enthousiasme over economische groei is een stuk groter dan voor democratie. Welvaart heeft voorrang. En mondigheid doet zich vooral gelden als de groei hapert of de huidcrème niet deugt.

Dat is het grootste risico.

Maar tegelijkertijd ziet iedereen wel in dat de route loopt in de richting van de democratie, al zal ze anders zijn dan in het Westen. De Taiwanese politicoloog Yun Han-Chu doet in Azië onderzoek met bijvoorbeeld deze stelling: Regeringsleiders zijn als een hoofd van de familie, wiens leiding men dient te volgen. Zijn bevinding: 'Steeds minder mensen stemmen met deze stelling in, nog maar eenderde van de ondervraagden is deze mening toegedaan. Mensen zien hier voor hun eigen ogen hoe snel de geschiedenis gaat, alles verandert in ongekend tempo, mensen worden gedwongen onafhankelijker te denken. Wie eenmaal geld uit de muur heeft gehaald, leert telkens weer om zélf te beslissen.'

Ben Knapen is correspondent van NRC Handelsblad in Zuid-Oost Azië.

Democratie wordt dan de vrijheid zelf te kiezen of je een Nokia of een Motorola neemt.

'Ach, die Aziatische felheid was gewoon een reactie op het triomfalisme van het Westen.'

De media houden zich aan spelregels en wie al te hinderlijk is, verdwijnt uit de kiosk.