De volgende generatie ouderen zal minder gratis zorg krijgen

Als thuiszorg of een rollator sneller verkrijgbaar zijn, komen er nieuwe obstakels, voorziet Maarten Huygen.

Drie officiële brieven las ik afgelopen week voor aan een 75-jarige dierbare bekende die door ziekte in de rolstoel was beland en ik was tegelijk blij en verbaasd. Blij over het feit dat na haar gebel en gesmeek bij vele loketten eindelijk schot kwam in de hulp en verbazing dat de instanties dan plotseling gul met hulpmiddelen over de brug komen. De karigheid van de overheid komt voort uit de gulheid. Omdat zieken of gehandicapten rechten doen gelden op thuishulpen, rolstoelen, rollators, trapliften en soms zelfs op van die platgedrukte autootjes van het merk Canta, moeten overheden en verzekeraars de hand stevig op de knip houden. Het geld is beperkt, de vraag naar zorg onbeperkt, want de mensen worden gemiddeld ouder. Het resultaat is een bureaucratie waarin iedereen gevangen zit, van minister tot kreupele patiënt. Je mag het de burgers niet te gemakkelijk maken. Als aanvragen te snel worden gehonoreerd, moet toch ergens een geldkraan worden dichtgedraaid. Zo blijft iedereen bezig.

De dappere poging van de overheid om alle zorginstanties in één gemeenteloket bijeen te brengen bezie ik met scepsis. Afgelopen woensdag had staatssecretaris Ross (CDA) in de Rotterdamse Ahoyhallen een megamanifestatie georganiseerd waarin voor 1.600 betrokkenen de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning werd ontvouwd. Niet alleen zouden de hulpaanvragen simpeler worden, maar voortaan wordt ook meer gebruikgemaakt van vrijwilligers en van burgerinitiatief. En dat is in elke gemeente anders. Vandaar de decentralisatie. Het megacongres was ook een feestje waar drie ministers en twee staatssecretarissen en een aangetrouwde prinses voor waren opgetrommeld. Een acteur die met pruik en toga voor rechter speelde, was tevens dompteur. Hij wist de verzamelde ambtenaren met een paar commando’s massaal op te laten staan, te laten zitten, weer te laten opstaan en weer te laten zitten. Een mooie oefening. Onze overheidsdienaren blijven loyaal bij alle nieuwigheid die voor hen wordt verzonnen, ook al is die nog zo mal.

Maar toen ik mij in een stand terzijde van het podiumfeest liet voorlichten over de ‘Stroomlijning Indicatieprocessen in Zorg en Sociale Zekerheid’ bleek dat ene zorgloket nog lang niet te bestaan. Onderaan het rode stroomdiagram met de stappen die worden genomen na een aanvraag stonden de instanties die erbij zijn betrokken. Ik telde er al zes: twee departementen, de gemeente en drie instellingen. Al die zes moeten voortaan bij elkaar op schoot achter één loket.

Wel, daar zitten ze nu nog niet.

Als een werknemer door ziekte of handicap hulpeloos raakt, moet hij bij heel wat instellingen langs voor keuringen en indicaties, om maar niet te spreken voor de zorg. Het verhoogde elektrische bed komt van de zorgverzekering maar de rolstoel wordt bezorgd door de gemeente. Volgens een ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid die mij het loket van de toekomst toonde, zijn deze aanvraagperikelen maar tijdelijk. ‘We zijn in een overgangsfase’, troostte ze.

Maar dat is de overheid altijd.

Het nieuwe wonder komt van internet uit een prachtig webloket. Op een laptop werd mij een eenvoudig aanvraagsysteem getoond. Op één pagina kon je alle kwalen en zorgperikelen overzien met daarachter verscholen de vele instanties waarop je beroep kunt doen. Via volgpagina’s gaat de aanvrager stap voor stap door. In het programma werken alle instituten mooi samen maar in het echt niet. Bij de thuiszorg en het welzijnswerk is zelfs concurrentie ingevoerd. Dan gunnen ze elkaar niets of ze kunnen na een messcherpe aanbestedingsprocedure slechts het minimale doen. Dat kan geen computer verhelpen. En wat moeten bejaarden die geen computer hebben? En niet alle vragen staan op internet.

Het gaat nog verder: als alles werkt, is één aanvraagformulier genoeg. Er hoeven ook geen dossiers meer te worden doorgeschoven, want alle benodigde zorggegevens staan op de Persoonlijke Internet Pagina, de zogenoemde PIP. Misschien kan na toestemming van de patiënt de elektronische belastingaangifte daar nog bij. Dat moet, want ik kan me niet voorstellen dat iedereen, van arm tot rijk, in dezelfde mate recht houdt op dezelfde voorzieningen.

Overheidszorg zal zich beperken tot degenen die er niet voor kunnen betalen. De rijkeren zullen van het loket en van de indicatieprocedure afzien en zonder bureaucratische poespas hun eigen zorg kopen. Of mensen worden geholpen door familie, buren of vrijwilligersorganisaties. De Wet maatschappelijke ondersteuning is bedoeld voor het helpen van zogenoemde mantelzorgers. Vrijwilligers waren onder het mom van ‘structurele oplossingen voor problemen’ in de jaren zeventig uit de wet gevallen. Niet dat de 750.000 mantelzorgers zullen toenemen nu ze wettelijk worden erkend. De overheid is nog niet van haar taak af. Onder druk van de lobby van gehandicaptenorganisaties staat in de wet ook de compensatieplicht. Die betekent dat gemeenten de wettelijke plicht krijgen om mensen te compenseren voor hun beperking, zodat ze echt kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dat is een dure toevoeging aan de wet.

Er is een verschil tussen een welgestelde die op hoge leeftijd minder goed kan lopen of iemand die zijn leven lang door een handicap minder kansen heeft gehad. In de Ahoyhallen kwam ik Jan Troost in zijn rolstoel tegen, ‘ambassadeur lokale belangenbehartiging’. Nee, naar vrijwilligers verlangt hij niet terug. „Vrijwilligers moet ik op mijn knieën danken en ik mag niets zeggen als ze te laat zijn”, zei hij. Hij toonde mij een dik boek van de Wereldgezondheidsorganisatie waar alle lichamelijke functies in zijn geclassificeerd, van drinken en plassen tot springen en kruipen. Een gehandicapte zou recht hebben op die functies en die moeten zoveel mogelijk worden gerealiseerd. „Daar moet jurisprudentie over komen”, zei hij. Om hun plicht te betalen, moeten gemeenten elders knijpen. Misschien een 0900-nummer met een doorloopmenuutje en een elektronische wachtlijst? Gemakkelijker zal onze verfijnde verzorgingsstaat niet worden, leuker ook niet.

    • Maarten Huygen