De toegetakelde denker

Koper. Kosten: zes euro per kilo. Europa is in de greep van koper. Overal zoekt men er naar. Op bushaltes, treinstations, cafés vragen schunnige mannen naar koper, naar lui die eraan kunnen komen. De strijd om dit metaal is begonnen. De georganiseerde misdaad richt zich op de toekomst: koper. Niks is meer heilig. Deze krant berichtte: „Zakkende prijzen weerhouden dieven niet. Niet in Nederland en niet in Europa, waar ook geworsteld wordt met metaaldieven. In Groot-Brittannië worden geregeld beelden van enkele tonnen, veelal oorlogsmonumenten, ontvreemd. De Britten vermoeden dat het beeld wordt verscheept naar China, waar de groeiende economie schreeuwt om grondstoffen. Zelfs aluminium verkeersborden vormen een doelwit. In Polen worden kerkdaken ontmanteld.”

Vroeger was diefstal een beroep voor intelligente mensen. Althans, als ze waardevolle zaken wilden stelen. De rest bestond uit sukkels die brood, appels en eieren stalen. De moderne dief vertoonde klasse, hij mikte op grote dingen die ogenschijnlijk niet groot waren maar wel grote waarde hadden. Geldkoets, banken, juwelier behoorden tot zijn domein. Kunstwerken werden ook weleens gestolen met het oog op verkoop ervan. Een ware dief steelt, maar vernielt niet. Met zijn zorgzame handen nam hij de kostbaarheden mee. Een echte dief is een charmante slimmerik wiens verhaal alleen door grootheden van Hollywood kan worden nagespeeld. Dan zijn we bij mannen zoals Clint Eastwood en Robert De Niro. Maar de moderne dief is niet meer.

Nu is er de postmoderne dief, grof en lomp. En omdat hij zoals alle andere postmodernen niet langer in het universum maar in het relativisme gelooft, gelooft hij nergens in. Voor hem is alles betrekkelijk en waardeloos. Alles wat hij met zijn grove handen aanraakt, vernielt hij. Vorm is voor hem een scheldwoord, ‘terug naar de kindertijd’ is in zijn ogen de meest authentieke daad die de autonome egoïstische mens kan ondernemen. Wat doen kinderen? Als je niet uitkijkt, doen ze niets anders dan vernielen. De moderne dief kende de regels van de moraal, zij het selectief.

Waar vindt men zóveel koper dat het het stelen waard is? Tenslotte kost het zes euro per kilo. Het denken dat door de denker wordt geopenbaard, bevat veel kilo’s koper. Het denken is koper waard. Le Penseur, het meesterwerk van Auguste Rodin uit 1889 werd in de nacht van 16 januari gestolen. De koperdieven namen bijna alle bronzen beelden mee uit het Singermuseum in Laren. Ze hadden waarschijnlijk behoorlijk wat hulpmiddelen. Bijvoorbeeld een vrachtwagen om die zware beelden mee te kunnen nemen. De koperdieven wilden de kunstwerken niet doorverkopen aan particulieren. Ze waren van plan ze om te smelten. Dankzij de recherche is de Denker teruggevonden.

De teruggevonden denker verkeert in een vreemde staat. Hij is zwaar toegetakeld. Een diepe snee in het hoofd en een afhakte arm bieden de trieste aanblik van een geschonden denker. Desondanks straalt hij nog steeds het denken uit.

Evenals de denker is het Singermuseum een bijzonder fenomeen. Het museum is niet opgericht met behulp van overheidssubsidie. Het ontvangt deze ook niet. Het is on-Hollands.

De zoon van een Pittsburghse staalmagnaat koos er voor om kunstenaar te worden. Deze William Singer richtte zich op het schilderen van het Noorse landschap. Hij stierf in 1943. Zijn vrouw, Anna Singer wilde ter nagedachtenis van haar echtgenoot een Memorial Gallery oprichten. Ze koos voor Nederland, voor Laren. Waarom Laren? Omdat daar al sinds de 19de eeuw een kunstenaarskolonie was gevestigd, waar kunstenaars uit heel Europa woonden en werkten. Daarom vestigde het echtpaar Singer zich daar in 1901. Ze bouwden de villa ‘De Wilde Zwanen’ die nu een onderdeel is van het Singermuseum. Maar waarom wilde Anna Singer een museum oprichten en financieren? Het antwoord vinden we in haar speech ter gelegenheid van de opening van het museum in 1956: „To promote the educational and cultural growth of the community.”

De ‘community’ is voor de Amerikanen nog geen natie. Zij bouwde dus een museum om de culturele educatie en culturele groei van de gemeenschap te bevorderen. Nou, u mag het anno 2007 aan de gemeenschap vertellen dat culturele educatie en groei van groot belang zijn. Dat zal niet meevallen. Het gereformeerde socialisme, de Nederlandse Leitcultur, beziet de wereld in termen van voedsel, uitkering, openbaar vervoer en polderen. Iedere cultuur krijgt haar eigen vijanden en tegenstanders. De postmoderne koperdief is de perfecte opponent van het gereformeerde socialisme. Meer dan dit kunnen ze niet in het leven roepen. Binnenkort wordt het nog leuker: de aanhangers van het gereformeerde socialisme zullen hoogstwaarschijnlijk straks gaan regeren. De Dichter des Vaderlands Driek van Wissen noemde het te verwachten kabinet terecht het ‘Rode Kruis’. Dat zou uiteraard het symbool van het gereformeerd-socialistische kabinet moeten zijn. Zouden zij ook de cultuur van de gemeenschap willen bevorderen? Of wordt het een kabinet van toeslagen en subsidies?

De toegetakelde denker geeft aanzien aan het Hollandse landschap. Het beeld moet niet hersteld worden en ook mag het niet uit het zicht verdwijnen. We moeten ons niet schamen voor het verminkte denken. Want dat zijn wij. De handen van de tijd hebben de denker dichterbij het reële landschap van Europa gebracht. Van tragedie naar komedie, van cultuur naar multiculti. Van Shakespeare en Hafez naar Shouf Shouf Habibi. Van denker naar een toegetakelde denker.