DE POLEN ZIJN BINNEN

Het centrum-rechtse kabinet-Balkenende III wilde op 1 maart de grenzen openen voor alle migranten uit Oost-Europa.

Of een nieuw centrum-links kabinet-Balkenende IV dat ook doet valt nog te bezien. Hoe dan ook, de Polen zijn er al lang. Tijd voor een tussenbalans in drie landen. Heeft Polen inmiddels last van de exodus van honderdduizenden jonge arbeidskrachten? Hoe verwerkt Groot-Brittannië de immigratie die vele malen hoger is dan verwacht? En is Nederland klaar voor de komst van het nieuwe arbeidsleger?

Het is koud in de koelcel van Vriesoord bv. De avond valt en de vrieshuizen aan de rand van Den Bosch liggen er verlaten bij. In de hoek van een grote opslagruimte staat een handvol dikgeklede Poolse vrouwen in witte jassen met blauwe kapjes op het haar bij een lopende band. Handig manoeuvreert Justyna Wilczek (26) de vorkheftruck naar de hoek en kiepert een krat bevroren spare ribs voor haar collega's om. Ze stoppen er tien in een doos, plakken die af met folie en binden hem dicht. Justyna maakt grappen met haar collega's. Ze is goedlachs en heeft het naar haar zin op het werk. 'Ik vind het hier fijn. Er is werk en Holland is een vrij land. Maar het brood is vreselijk! '

Pierre van den Oord, de jonge directeur van Vriesoord, is erg te spreken over zijn Poolse werknemers. 'De Polen verdienen hier nu evenveel als de Nederlanders, maar de kosten voor Nederlanders zijn voor mij hoger. Bij Polen heb je minder ziekteverzuim, ze werken harder, ze maken meer overuren, ze hebben een doel voor ogen. En ze hebben allemaal dezelfde achtergrond.

Ik heb hier genoeg gedonder gehad met Marokkanen en Turken die met elkaar op de vuist gingen. De Polen zijn een stuk betrouwbaarder. Alleen drinken ze te veel. En ze vragen meteen naar de coffeeshop. Maar als die Polen er niet waren geweest was ik allang gestopt. Ze zijn de smeerolie voor mijn bedrijf.'

Van Vriesoord rijden we naar de Molenstraat in Oss, waar Justyna net met tien andere jonge Polen een huis heeft betrokken. Daar treffen we haar vriend Sebastian Gonska (31), die ze heeft ontmoet bij Mercedes in Karslruhe. Ook Sebastian heeft een baan bij Vriesoord. Het huis, nog kaal en nauwelijks ingericht, is gehuurd door hun werkgever, uitzendbureau Temp Solution Nederland, die hun ook een auto ter beschikking heeft gesteld.

De meeste Polen die nu al legaal in Nederland werken, hebben een Duits paspoort. Ze komen uit het Zuidpoolse Silezië, dat voor de oorlog bij Duitsland hoorde, en hebben daarom een dubbele nationaliteit. Ook Sebastian en Justyna komen uit Silezië. Sebastian wil in Nederland geld verdienen om straks in Polen een restaurant te kunnen openen. Het is in Polen voor jonge starters heel moeilijk een lening te krijgen bij de bank. 'Sinds de val van het communisme is er niks veranderd: het is half democratie, half communisme. Er is veel corruptie. Om in Polen een restaurant te openen heb ik 20.000 euro nodig. Dat krijg ik daar nooit bijelkaar gespaard. Als het hier meezit, kunnen we 1000 euro per maand sparen. Dan moeten we nog twee jaar in Nederland werken.'

Zolang Polen een werkloosheid heeft van 15 procent, zullen jonge mensen als Sebastian en Justyna naar het Westen blijven komen. 'Ik ben opgegroeid in Raków, een dorpje van 400 inwoners', zegt Justyna. 'Alle jongeren zijn er weggetrokken. In Polen hebben wij geen kansen. Mijn vader is treinmonteur, hij verdient 250 euro per maand. Daar kunnen we niet van leven en daarom werkt mijn moeder ook in Nederland, in Oosterhout. Wij willen niet leven zoals onze ouders. Maar hier blijven wil ik niet. In Polen zijn we veel gelukkiger: Polen is een familieland, Kerstmis is bij ons een enorm feest. Dan eten we vispastei van karper.'

Gemengde gevoelens

Op 1 mei 2004 traden tien nieuwe lidstaten toe tot de Europese Unie. Volgens het Toetredingsverdrag mogen alle burgers van de nieuwe lidstaten in heel Europa wonen en werken. Maar omdat West-Europa een invasie vreesde van goedkope arbeidskrachten (de Poolse loodgieter werd in sommige landen haast een boeman) werd voor de Oost-Europeanen een overgangsregeling ingesteld. De oude lidstaten hebben het recht nog tot uiterlijk 1 mei 2011 beperkingen aan dat vrije verkeer van werknemers op te leggen, als zij kunnen aantonen dat de migratie een ernstige verstoring van de arbeidsmarkt veroorzaakt. Maar vanaf mei 2011 mag iedere Pool, Tsjech of Hongaar, net als iedere Duitser, Nederlander of Italiaan, vrijelijk werk zoeken in de hele Europese Unie.

Van alle Oost-Europeaanse migranten vormen de Polen verreweg de grootste groep. Zij zijn het ondernemendst en avontuurlijkst. In West-Europa is heel verschillend gereageerd op de komst van de arme broertjes en zusjes. Groot-Brittannië heeft in 2004 direct de deur wagenwijd opengezet voor de Oostblokkers, al beperkte het wel de toegang tot de sociale voorzieningen. Het Britse argument: de economie groeit onstuimig en elke extra arbeidskracht is hartelijk welkom. Het gevolg: in plaats van de verwachte enkele tienduizenden kwamen er de afgelopen jaren 450.000 Polen naar Groot-Brittannië. De regering-Blair besloot daarom vorige zomer de grenzen voor Bulgarije en Roemenië, die op 1 januari 2007 lid zijn geworden van de EU voorlopig maar even dicht te houden.

In Duitsland ligt het heel anders. Hoewel de economie ook daar begint te groeien, is nog steeds 9,8 procent van de beroepsbevolking werkloos. De Duitsers houden daarom de grenzen voor de Oostblokkers officieel het liefst zo lang mogelijk gesloten. Maar intussen accepteren ze wel tienduizenden Polen voor seizoensarbeid, met als gevolg dat in het gesloten Duitsland bijna net zoveel Polen werken als in het liberale Groot-Brittannië.

Nederland bevindt zich met een overgangsregime tussen deze twee uitersten in. Naar de komst van de Polen is ook hier met gemengde gevoelens uitgekeken. Werkgevers en economen riepen dat we die Polen de komende jaren bitter hard nodig zullen hebben, willen we kunnen blijven concurreren met de lagelonenlanden. De economie groeit. De werkloosheid in Nederland was volgens bureau Eurostat in oktober 2006 met 3,8 procent de laagste van heel Europa. Jaarlijks komen er 140.000 banen bij, maar melden zich maar 40.000 nieuwe werknemers aan. Bovendien doen de Polen werk waarvoor geen Nederlanders te vinden zijn. Ze zijn dus onmisbaar en hoe eerder ze komen hoe beter het is, aldus de werkgevers. Anders zullen steeds meer bedrijven gedwongen worden uit Nederland te vertrekken. Maar vakbonden en politieke partijen als SP en PvdA waarschuwden voor een invasie van Oost-Europeanen, verdringing van Nederlanders, illegale wantoestanden met huisvesting en onderbetaling.

Het kabinet-Balkenende III wilde de immigratie vorig jaar al vrijgeven. Stapje voor stapje is het toelatingsbeleid sinds 2004 versoepeld. Steeds meer bedrijfssectoren zijn opengesteld voor de migranten. Maar het kabinet werd steeds weer op de vingers getikt door vakbeweging en oppositie. Het demissionaire kabinet hoopt nu dat het vrije verkeer van werknemers voor Oosteuropeanen op 1 maart kan worden ingevoerd (dat geldt overigens niet voor de kersverse lidstaten Roemenië en Bulgarije, voor wie nog zeker een jaar langer beperkingen van kracht blijven).

Drie jaar geleden schreeuwde Polen moord en brand dat de oude lidstaten het waagden barrières op te werpen voor hun landgenoten. Hadden ze niet jaren op dit moment gewacht? Inmiddels heeft Polen een eurosceptische, nationalistische regering onder leiding van de curieuze tweelingbroers Kaczynski. Begint het land last te krijgen van de enorme exodus van ondernemende jonge Polen naar het buitenland?

Heeft Groot-Brittannië spijt van zijn ruimhartige beleid of wegen de economische voordelen nog steeds tegen de nadelen op? En is Nederland klaar voor de komst van de Polen? Aan de vooravond van het kabinetsbesluit over het vrije verkeer van Oosteuropese migranten maken we de balans op in Polen, Groot-Brittannië en Nederland.

Terug naar Silezië

Een week na ons bezoek aan de koelcellen van Vriesoord rijden Justyna en Sebastian naar huis, naar Silezië. Het is een plechtig moment: ze gaan hun eerste eigen appartement kopen in het stadje Kedzierzyn-Kozle (67.000 inwoners). Het eenkamer-appartement is 25 vierkante meter groot. Je kunt er je kont niet keren, de badkamer beslaat iets meer dan een vierkante meter. Justyna wilde wel iets groters, maar ach, eigen spullen heeft ze toch niet. 'Mijn leven zit in een grote koffer.'

Op een vrijdagochtend zit het stel in de wachtkamer van de notaris om de koopacte te ondertekenen. Maar de verkoper heeft geen vrij kunnen krijgen van zijn baas: hij komt niet opdagen. Justyna barst in snikken uit: ze zijn er speciaal voor uit Nederland overgekomen. De teleurstelling wordt in het lokale jazzcafé weggedronken met ijskoffie en warme chocolade ('Als ik ongelukkig ben, moet ik zoetigheid', zegt Justyna). De maandag daarop wordt de koop alsnog gesloten. Dat wordt gevierd in Hot Baby, het plaatselijke restaurant met 'Chinees' eten en veel neonverlichting.

We rijden naar Justyna's geboortehuis in Raków. Haar vader Piotr Wilczek, de treinmonteur, is druk in de weer in de garage.

Zelfs daar hangt een levensgroot kruisbeeld. De familiebanden mogen dan in Polen nog zo hartelijk zijn, Justyna heeft een moeizame verhouding met haar vader. 'Mijn vader is erg katholiek. Als ik vroeger make-up opdeed, rende ik het huis uit om mijn ouders te ontwijken. Toen ik met Sebastian ging samenwonen, heeft hij een jaar niet tegen me gesproken. En ik wil zo graag dat hij trots op me is!' Het huis van haar ouders is grotendeels opgeknapt met het geld dat haar moeder in Nederland verdient. Haar vader zelf is niet zo avontuurlijk aangelegd.

In het harde dorpsmilieu leerde Justyna voor zichzelf opkomen. 'Ik was nogal wild.

Er was eens een rotjongen die riep dat ik kleine borsten had. Ik zei dat hij zijn mond moest houden. Toen hij het nog een keer zei heb ik zijn laars van zijn voet getrokken en hem daarmee in elkaar geslagen. Daarna was hij poeslief: we zijn naar zijn huis gelopen en hebben daar worstjes gegeten.'

Aan de overkant van de straat woont de opa van Justyna. Rainhold Wilczek (70) gaat er eens goed voor zitten. Zijn heldere blauwe ogen twinkelen. Opa heeft 41 jaar voor de plaatselijke staatsboerderij gewerkt. 'Voor de oorlog was dit gebied Duits', zegt hij in perfect Duits. Raków heette toen Rakau. 'En het zal nóóit Pools worden: mijn zoon heet geen Piotr, maar Peter.'

'Na de oorlog moest ik opeens naar een Poolse school. Ik begreep niets van die taal. De Duitsers aan de overkant van de rivier werden verdreven, maar wij mochten blijven. Het was stom toeval. Na de oorlog was het moord en doodslag tussen de Polen en de Duitsers. Nu is het rustig.' Opa vindt het maar zo-zo dat zijn kleinkinderen in het buitenland werken. 'Maar als ze hier blijven, creperen we allemaal.' Hij wijst naar zijn kleinzoon Mateusz, de broer van Justyna die een opleiding bedrijfsveiligheid doet: 'Zodra hij zijn school heeft afgemaakt is hij vertrokken.'

Over de Poolse politiek zijn Justyna en Sebastian snel uitgepraat. Sebastian noemt de conservatieve president Lech Kaczynski 'een smurf', de leider van de extreem-rechtse Liga van Poolse Families Roman Giertych 'een nazi' en de ultrakatholieke radiozender Radio Maryja, spreekbuis van de regering, typeert hij als 'maffia'. 'Die lui pakken geld af van arme omaatjes en rijden zelf rond in veel te dure auto's. Het is fucking walgelijk!'

Bedreiging voor het huwelijk

Het dorp Raków valt onder het bisdom Opole, een provincieplaats in Opper-Silezië. Daar maakt priester Józef Mikolajec zich inmiddels ernstig zorgen over de emigratie. 'De exodus is op dit moment een van de belangrijkste bedreigingen voor het huwelijk', zegt de priester. 'Veel jonge mannen vertrekken naar het buitenland. Als de scheiding te lang duurt, ontstaan er problemen. Vijf jaar geleden werd emigratie algemeen gezien als een financiële zegen, maar nu zie ik dat mensen zich bewust worden van de gevaren. Maar zonder de emigratie zou de werkloosheid in Opole en omgeving torenhoog zijn. Het is de taak van de kerk om de negatieve gevolgen te verzachten.'

Met dat doel heeft het bisdom een speciale folder laten maken om met de kerstdagen, als veel Polen huiswaarts keren, uit te delen aan de kerkgangers. Een citaat : 'De golf van reizen naar het buitenland voor geld brengt veel gevaren met zich mee. Het is een beproeving voor het geloof en voor de gezinnen. In landen als Nederland is het kopen van alcohol en drugs net zo gemakkelijk als het kopen van brood. Neem, als je gaat, geregeld contact op met het thuisfront. Kies een gezamenlijk tijdstip om te bidden en het geloof te belijden, zelfs als je ver van huis zit.'

Ook priester en psychotherapeut Marcin Marsollek, een ongewoon vlotte verschijning met een sportieve trui over zijn priesterboordje, ziet de Poolse samenleving snel veranderen onder invloed van de migratie. Marsollek werkt in een verslavingskliniek in Opole. Steeds meer jongeren raken aan de drugs.

'De piek in onze kliniek ligt meestal rondom de kerst wanneer mensen terugkomen uit het buitenland.' Was van de ongeveer honderd patiënten vijf jaar geleden ongeveer 10 procent in het buitenland geweest, nu is dat de helft. 'De problemen nemen toe omdat de groep steeds jonger wordt. De oudere generatie kon niet van de drank afblijven, de jongeren niet van de drugs. Ik sta soms versteld van de naïviteit van de Poolse jeugd. Ze slaan zo makkelijk aan het experimenteren en overzien de gevolgen niet.' Het traditionele familiemodel in Polen staat door de emigratie op het spel. 'Vooral jonge huwelijken lopen gevaar, de leefomstandigheden in het buitenland zijn zwaar, de werkdruk is vaak te hoog. Dan laat men de discipline los. Ik doe hier in Opole pionierswerk. De kerk moet leren nadenken over seks, drugs en hiv. Ze moet nieuwe methoden vinden om te kunnen reageren op de exodus'.

Na veertig jaar communistische vertraging heeft de individualisering nu dan dus ook in Polen zijn intrede gedaan, met dank aan de vrije markt. De kerk probeert een barrière op te werpen tegen de lossere zeden. In Opole laat men de emigranten tijdens de heilige mis in ieder geval niet in de kou staan: 'Laten we bidden voor hen die in het buitenland werken, dat het afscheid gepaard gaat met wederzijdse verantwoordelijkheid en zorg voor het welzijn van het huwelijk en de familie.'

Dat nieuwe Poolse individualisme legt de economie intussen geen windeieren, zegt de econoom Mateusz Walewski, die werkt aan het Centrum voor sociaal-economische analyse in Warschau. Zo is de werkloosheid in Polen sinds de toetreding tot de EU fors gedaald, van 20 naar 15 procent. Dat komt grotendeels door de snel groeiende economie, maar zeker 1 procentpunt komt voor rekening van de emigratie, zegt Walewski. De exodus heeft ook een monetair effect. De consumptie in Polen neemt veel sneller toe dan de gemiddelde loonstijging kan verklaren. 'Dat betekent dat er inkomsten uit andere bronnen moeten zijn, zoals uit werk in het buitenland.' In het afgelopen jaar is de omvang van de transacties in Poolse wisselkantoren verdubbeld. Volgens ruwe schattingen draagt geld uit het buitenland voor ongeveer 1 procent bij aan het bruto binnenlands produkt. Het zou gaan om een bedrag van 2,5 miljard euro.

Dat het land leegloopt, merkte Walewski onlangs aan den lijve, toen hij iemand zocht om zijn huis te renoveren. 'Ik kreeg te horen dat ze over zes maanden kunnen beginnen. Er zijn gewoon onvoldoende arbeiders over om de klus sneller te klaren.' Wie haast heeft, neemt in Polen tegenwoordig genoegen met een ongeschoolde werkloze of een Oekraïner. 'Maar de kwaliteit gaat dan natuurlijk wel omlaag.' In de bouwsector zijn de lonen daardoor sinds begin 2005 met 21 procent gestegen, tegen een gemiddelde loonstijging van 9,4 procent.

Over de aantallen Polen die het land verlaten bestaan eigenlijk geen betrouwbare cijfers. In de Poolse media lees je cijfers van meer dan 1 miljoen mensen, maar dat is volgens Walewski schromelijk overdreven. 'Iedereen gokt maar wat.' De schattingen die vóór 2004 de ronde deden (westerse demografen spraken van miljoenen) waren 'absurd'. Als de Poolse regering één ding niet moet doen is het ingrijpen, zegt de econoom. Dat zou rieken naar socialistische interventie. Wat de regering wél moet doen is het leven voor jonge starters makkelijker maken, want wie een bedrijf wil beginnen, krijgt nog steeds te maken met hoge belastingen, hopeloze bureaucratie en lange procedures. En dus blijven de jonge Polen vertrekken. En steeds meer mensen, zegt Walewski, gaan op goed geluk, zonder te beschikken over de benodigde contacten. Die slagen meestal niet en langzamerhand groeit in Groot-Brittannië en Ierland dan ook het leger Poolse daklozen.

Invasie van Londen

Waar je in Nederland nog op zoek moet naar de Polen - in de kassen van Hillegom en Noordwijkerhout, op de aspergevelden in Limburg, in leegstaande katholieke kerken of achter het Amstelstation in Amsterdam, waarvandaan wekelijks vele bussen vertrekken met Poolse bestemmingen - in het Verenigd Koninkrijk valt het tegenwoordig in alle hoeken te beluisteren, het wat zangerige, licht lispelende Pools van de massa migranten.

Op steigers bij huizen in Londen, in de ondergrondse, in supermarkten, in café's, maar ook op boerenhoeven in Noord-Ierland en op visfabrieken in Inverness in het hoge noorden van Schotland, overal zie je de sjofel geklede jongemannen met dikke truien en blonde snorren. Maar steeds vaker zie je ook jonge Poolse vrouwen met kinderwagens op straat. In Londen zitten de Polen vooral in de wijken Hammersmith en Ealing, waar Our Lady Mother of the Church, bijgenaamd de Polish Church, een geliefd verzamelpunt is voor de Poolse gemeenschap. Op een herfstige zondagmiddag verzamelden zich daar, onder het toeziend oog van de Zwarte Madonna van Czestochowa, honderden Polen om een met de motor verongelukte landgenoot te herdenken. In het Pools uiteraard.

Niemand weet precies hoeveel Polen er op dit moment in Groot-Brittannië zijn. De Poolse ambassade schat hun aantal op 450.000, van wie er 160.000 al in het land waren toen Polen lid werd van de EU De Britse regering schatte vorige zomer dat er sinds 2004 zo'n 600.000 immigranten uit Midden- en Oost-Europa zijn gearriveerd, van wie tweederde Pools.

Dat aantal was hoe dan ook een veelvoud van de maximaal 13.000 immigranten die de econoom Christian Dustmann de regering van Tony Blair van te voren had voorspeld. Dustmann, hoogleraar economie aan het University College London, houdt nog steeds vol dat de golf migranten minder ontwrichtend is dan hier en daar wordt gesuggereerd. Hij noemt de bijdrage van de Oost-Europeanen aan de Britse economie 'zeer weldadig'. Polen zijn actief als bouwvakkers, buschauffeurs en verpleegsters maar ook als artsen, accountants en software-analisten. Ook in de horeca wemelt het van de Polen, zoals de 19-jarige Anna uit een dorp in de buurt van Gdansk, die pas een paar weken in Londen is. Ze kwam haar vriendje opzoeken, maar merkte tot haar verbazing hoe simpel het is om in Londen werk te vinden. 'Hier had ik al na één dag zoeken een baan. Dat kost je in Polen een jaar, en ik verdien nog zes keer zoveel ook!'.

Volgens Dustmann vindt de meerderheid van de migranten nog steeds heel makkelijk werk. 'Het is echt onzin dat de arbeidsmarkt verzadigd zou raken. Zelfs als er 600.000 Oost-Europeanen zouden zijn, is dat nog maar 1 procent van de totale Britse bevolking. Historisch gezien is dat niet veel. Duitsland kreeg na de oorlog minstens het tienvoudige te verwerken', zegt Dustmann, zelf van Duitse origine.

Mensen die hem voor de voeten werpen dat hij er met zijn 13.000 goed naast zat, wijst Dustmann op het feit dat het destijds zeer moeilijk was betrouwbare ramingen te maken. Toen zijn rapport voor Blair al ter perse was, bleek bijvoorbeeld pas dat Duitsland zijn grenzen voorlopig gesloten zou houden voor de Polen. 'In onze raming gingen we uit van de gemiddelde netto instroom van migranten over een periode van tien jaar. Dat wil zeggen binnenkomers minus vertrekkers. Dan kom je natuurlijk veel lager uit. In 2014 zal ons cijfer misschien niet meer zo belachelijk lijken.'

Niet iedereen is even enthousiast over de nieuwe arbeidersklasse als Dustmann en de meeste Britse economen. Sir Andrew Green, voorheen ambassadeur in Saoedi-Arabië, richtte Migration Watch op, een actiegroep die de golf van immigranten een halt wil toeroepen. 'We zijn niet principieel tegen immigratie, want we begrijpen dat een moderne economie een beperkte stroom migranten nodig heeft', zegt Green. 'Maar we maken ons zorgen over de schaal waarop. Per jaar komen er in Groot-Brittannië zo'n 200.000 mensen bij, dat is 1 miljoen in vijf jaar tijd. Dat is evenveel als de bevolking van Birmingham, de op één na grootste stad van het land.' Al moet Green erkennen dat de Polen zich makkelijk aan hun omgeving aanpassen, de nieuwkomers belasten de sociale voorzieningen en het transport, de infrastructuur en het onderwijs. Overigens komen ze voor een uitkering pas in aanmerking wanneer ze tenminste een heel jaar legaal in Groot-Brittannië hebben gewerkt. Uit gegevens van de overheid van afgelopen herfst blijkt dat het vooralsnog om geringe aantallen gaat. Maar enkele honderden Polen kregen een uitkering toegewezen. De vrees voor 'sociaal toerisme' is tot dusverre ongegrond gebleken. Dankzij de sterke economische groei daalt de werkloosheid in Groot-Brittannië nog steeds. Van verdringing door de migranten is dan ook nauwelijks sprake.

Maar Green vindt de komst van de Polen helemaal niet zo'n zegen voor het land als velen beweren. Volgens een recente opiniepeiling wil 75 procent van de bevolking een jaarlijkse limiet aan het aantal immigranten. 'De migranten maken de rijken rijker en de armen armer.' Het valt niet te ontkennen dat autochtone Britten in de lagergeschoolde beroepen het door de komst van de migranten zwaarder hebben gekregen. Sinds de komst van de Polen is het uurloon van veel bouwvakkers in vijf jaar tijd gehalveerd.

Een jaar geleden blikte premier Blair nog voldaan terug op het besluit van zijn regering om de deuren in 2004 wagenwijd open te zetten: 'Toen wij hier de grens openstelden voor Oost-Europeanen, kregen we veel kritiek. Maar ik constateer dat onze economie ervan heeft geprofiteerd, vooral Londen.' De laatste maanden tekent zich een kentering af in de ontspannen manier waarop de Britten tot nu toe met de kwestie omgingen. Ongeschoolde arbeiders mogen alleen maar in bepaalde sectoren als de landbouw werk zoeken en geschoolden moeten al een vergunning op zak hebben voordat ze naar Groot-Brittannië komen. En Roemenen en Bulgaren, sinds januari lid van de EU zijn voorlopig niet welkom.Zelfs de grootste Britse werkgeversorganisatie, de Confederation of British Industry, steunt dat besluit. 'Er is veel onzekerheid over de komst van de Roemenen en Bulgaren', zegt Tom Moran, beleidsadviseur van CBI. De schattingen van de regering over de Polen bleken immers ook niet te kloppen. 'Bekijk over een jaar hoe het ervoor staat en zie dan verder.' Philippe Legrain, oud-redacteur van het weekblad The Economist en adviseur van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), is teleurgesteld over de nieuwe beperkingen. 'De economie groeit nog steeds en de migranten dragen daaraan bij. De werkloosheid is ondanks hun komst niet toegenomen. Migranten scheppen juist vaak een nieuwe vraag. Het is een misvatting dat het aantal banen statisch is en dat hun komst per definitie ten koste gaat van 'inheemse' werknemers. Er is hier sprake van winst voor ons, winst voor hen en voor de landen waar zij hun geld besteden. Als de banen op zijn, gaan ze vanzelf wel weer terug.'

Poolse delicatessen

Krzysztof Szpanelewski (36) is zo'n voorbeeld van een geslaagde Pool in Londen. In zijn gloednieuwe delicatessenwinkel aan High Street in Ealing pakt hij op een zondagmiddag Poolse worstjes in voor een klant, want vrije tijd is middenstanders in Groot-Brittannië nauwelijks gegund. Hij verkoopt sinds enkele maanden Poolse specialiteiten, van pakken kant-en-klare bietensoep tot sterke drank. De zaken gaan goed en nu al koestert Szpanelewski, die eerder in Londen werkte als manager van het Zwitserse parfumbedrijf Firmenich, plannen elders in het land winkels te openen. 'Het beviel mij en mijn gezin hier zo goed dat we besloten te blijven en voor onszelf te beginnen', zegt hij tussen de kratten in het magazijn achter zijn winkel. 'Ik heb 50.000 pond in de zaak gestoken. Het kostte weinig moeite het bedrijf van de grond te krijgen. De Britse autoriteiten leggen je wat dat betreft geen strobreed in de weg.'

Szpanelewski tref je niet aan in de wereld van ploeterende bouwvakkers en schoonmakers. 'Ik heb nogal wat vrienden in de financiële wereld van de City, kunstenaars en hoogopgeleide Polen. Toch denken veel van mijn vrienden erover om terug te gaan naar Polen. Het leven is hier duur en je blijft een buitenlander. In Warschau kon mijn vrouw naar de beste kapsalon en reed ik rond in taxi's. Maar we leven hier ook niet slecht. We wonen in Kew en daar zijn geen wijken met hekken erom heen voor de veiligheid, zoals in Polen. Ik kan mijn auto gewoon in de straat parkeren.'

Krzysztof weet nog niet hoelang hij in Londen zal blijven. Hij vindt de Poolse cultuur van corruptie verschrikkelijk. 'Het is niet mijn stijl mensen om te kopen of deals te sluiten met de maffia.' Hij heeft weinig op met de Poolse overheid. 'Ook de huidige regering neigt weer naar een socialistisch getint economisch beleid. Mensen zoals ik hebben geen zin hoge belastingen te betalen voor luiaards. Als Polen nog eens een echte vrije economie wordt, dan ga ik misschien wel weer terug.'

Voor de 23-jarige Paulina Paczuska, een tengere vrouw met witblond haar, is het leven in Londen een stuk zwaarder dan voor Krzysztof. Ze kwam twee jaar geleden naar Engeland, maar gaat regelmatig terug omdat ze ook nog rechten studeert in de universiteitsstad Lublin. 'Mijn vader was overleden en ik was toe aan een avontuur. Eerst hielp een vriendin van mijn moeder me met een lening en met het zoeken van een kamer. Mijn eerste baantje was schoonmaakster. Het was erg wennen. Als mijn baas kritiek op me had, voelde ik me gekwetst. Ik studeer toch rechten, dacht ik dan. Maar het was een goede leerschool. Later werd ik tandartsassistent.'

In de lente van 2005 kreeg ze een ongeluk. Overmand door moeheid morste ze kokend water op haar benen. Ze werd met ernstige brandwonden naar het ziekenhuis gebracht. Daarna moest ze schulden maken omdat ze de huur niet meer kon betalen. Ze raakte haar baan kwijt en ging terug naar Polen. Na haar genezing keerde ze weer terug naar Londen, waar ze nu een baan heeft als receptioniste in een klein hotel. 'In Londen kun je wat bereiken, maar je moet er hard voor vechten, heel hard werken en assertief zijn. Dat gaat ten koste van je slaap en gezond eten schiet er ook nogal eens bij in. Mijn moeder vindt me veel te mager.'

Rijk is de beloning niet: Paulina werkt 8 uur per dag en verdient 5,45 pond per uur. Met aftrek van de huur van 70 pond per week en kosten voor openbaar vervoer houdt ze een karige dertig pond per week over. 'Als ik binnenkort geen opslag krijg, moet ik echt iets anders gaan zoeken.' Toch geniet Paulina van Engeland. 'Ik weet dat Londen ook een harde kant heeft, maar ik heb een zwak voor de stad. In Polen staren ze een vrouw in een sari op straat na, de mensen hier zijn veel toleranter tegenover andere culturen.'

Illegalen in de kassen

In Polen kampt men met onverwachte sociale gevolgen van de exodus en is geen goede timmerman meer te krijgen, in Groot-Brittannië begint de immigratie hier en daar op weerstand bij de bevolking te stuiten. Hoe staan de zaken er intussen voor in Nederland? Ook hier werd gevreesd voor een grote stroom migranten. Vlak na de val van de Muur waren het de criminele Polen die naar Nederland kwamen. Ze stalen auto's, katten ze om en verkochten ze in Polen. Daarna doken in de tuinbouwkassen duizenden illegale Polen op om werk te doen waarvoor geen Nederlander meer zijn bed uit komt. Ze werden zwaar onderbetaald, woonden vaak beroerd, in schuren, stacaravans en bungalowparken. Sinds de toetreding van de tien nieuwe lidstaten trad geleidelijk aan een normalisering van de arbeidsverhoudingen in. Maar omdat het slecht ging met de economie besloot de regering de grenzen niet direct open te zetten. Een aantal beperkingen bleef van kracht.

Welke Polen mogen op dit moment al legaal in Nederland werken? In de eerste plaats Polen met een Duits paspoort, uit de vroegere Duitse gebieden, zoals de mijnstreek Silezië. Het Duitse paspoort gaf hen direct toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt.

Daarnaast mogen werkgevers Polen in dienst nemen als zij kunnen aantonen dat voor het aangeboden werk geen Nederlanders te vinden zijn (de zogenaamde arbeidsmarkttoets). Zij moeten dan wel een tewerkstellingsvergunning aanvragen, een bureaucratische procedure duurt en waarover alle werkgevers steen en been klagen. (Een groot aantal sectoren is het afgelopen jaar overigens al vrijgesteld van die arbeidsmarkttoets).

Ten derde mogen burgers van de Europese Unie zich ten allen tijde in Nederland vestigen als zzp'er (zelfstandige zonder personeel).

Hier is geen sprake van loondienst maar van een eenmansbedrijfje dat zelfstandig diensten aanbiedt. Maar deze oplossing biedt allerhande mogelijkheden voor ontduiking van de arbeidsvoorwaarden. Werkgevers in de bouw huren bijvoorbeeld regelmatig zzp'ers in als ze tekort aan personeel hebben. Met als prettige bijkomstigheid dat zzp'ers zelf kunnen bepalen hoe duur ze zijn en dus vaak onder het minimumloon werken.

Staatssecretaris Henk van Hoof (VVD) van sociale zaken en werkgelegenheid gaf onderzoeksbureau Ecorys de opdracht onderzoek te doen naar de gevolgen van de immigratie uit Midden- en Oost-Europa. Het rapport van Ecorys kwam begin 2006 met geruststellende conclusies: de arbeidsmigratie zou beperkt blijven (binnen een jaar na opheffing van de beperkingen zouden zo'n 53.000 tot 63.000 Oost-Europeanen naar Nederland komen, oftewel 0,7 tot 0,9 procent van de Nederlandse beroepsbevolking). De komst van de Polen blijkt weinig spanningen op te leveren: de gemiddelde Pool is jong, goed opgeleid en heeft dezelfde christelijke achtergrond als de meeste Nederlanders. Op zondag gaan ze braaf naar de kerk. Maar integreren doen de Polen niet: ze zijn immers niet van plan te blijven.

Ook de verdringing van Nederlanders van de arbeidsmarkt is volgens Ecorys te verwaarlozen: voor werk in de tuinbouw zijn moeilijk Nederlanders te vinden. En ondanks de komst van de Polen blijft de werkloosheid dalen, omdat de economie sterk groeit. Toelating van de Polen zal zwart werk 'witten' en allerhande illegale constructies overbodig maken (men gaat in Nederland uit van 60.000 tot 90.000 illegale werknemers, van wie 40 procent uit Oost-Europa). En ook het 'uitkeringstoerisme' blijft volgens Ecorys beperkt.

Opgewekt door deze gunstige vooruitzichten stelde het kabinet daarop voor het vrije verkeer van werknemers al op 1 mei 2006 in te voeren, aangevuld met wat zo mooi 'flankerend beleid' heet. Zo werd de Arbeidsinspectie uitgebreid: ze gaat nauwer samenwerken met de belastingdienst en strenger controleren op ontduiking van het minimumloon. De boete voor het in dienst nemen van illegalen is verhoogd tot 8000 euro per werknemer. Uitzendbureaus worden strenger gecontroleerd op arbeidsvoorwaarden en fatsoenlijke huisvesting. En intussen werden steeds meer bedrijfssectoren vast vrijgesteld van de 'arbeidsmarkttoets', die inhoudt dat een werkgever eerst moet kunnen aantonen dat hij zijn best heeft gedaan om Nederlanders voor zijn vacature te vinden, voordat hij een tewerkstellingsvergunning krijgt.

Gelijk loon voor gelijk werk

Maar staatssecretaris Van Hoof had buiten de waard gerekend. De vakbeweging liep te hoop. FNV Bondgenoten organiseerde op 12 april 2006 een demonstratie in Den Haag als begin van de campagne 'Gelijk loon voor gelijk werk'. Er kwamen Kamervragen, vooral van sp en PvdA, en het kabinet werd gedwongen het openstellen van de grenzen uit te stellen tot 1 januari 2007. In de tussentijd moest nog méér 'flankerend beleid' worden ontwikkeld.

Andries van den Berg van FNV Bondgenoten, campagneleider, blikt tevreden terug op het afgelopen jaar. 'In 2005 was de werkloosheid veel hoger. Toen hadden we echt last van de Polen. Er was iets als buitenlandershaat aan het ontstaan. Ook wij hebben baat bij een open economie, maar we hebben ingezet op gelijke arbeidsvoorwaarden voor buitenlandse werknemers zodat onze leden geen reden zouden hebben zich bedreigd te voelen. De overheid is in één jaar tijd enorm in onze richting opgeschoven, maar sommige werkgevers blijven dwars liggen. In de tuinbouwsector willen ze nog steeds goedkope arbeidskrachten inhuren. Ons standpunt is: ze mogen alleen met bonafide uitzendbureaus werken en als die niet hetzelfde salaris betalen als aan Nederlanders, dan zijn de werkgevers aansprakelijk. LTO Nederland gaat daar niet mee akkoord. In de land- en tuinbouw is onze positie helaas niet sterk, daar hebben we weinig leden.'

Ook in het vrachtvervoer hebben de bonden een probleem: in deze internationale branche is het voor Nederlandse vervoerders heel simpel om dochterondernemingen op te zetten in Polen. 'Dat is niet illegaal, mits de vergunningen in orde zijn. Maar dan worden chauffeurs in het internationaal vrachtverkeer naar Poolse maatstaven betaald. Het is heel moeilijk een vinger te krijgen achter dit soort ontduikingsconstructies.' Zelfs de vakbonden beseffen dat de 5500 vacatures in het vrachtverkeer niet meer met Nederlanders zijn te vervullen.

In feite heeft de economische opleving de vakbeweging gewoon de wind uit de zeilen genomen. Van den Berg geeft dat toe, net zoals hij wel inziet dat het openen van de grenzen illegale sluiproutes zal terugdringen. 'Door de groei van het aantal banen is de woede bij de werknemers ook aan het afnemen. En meer controle leidt ook tot minder illegaliteit. Maar de politiek moet de druk op de werkgevers in stand houden. We hebben Van Hoof aardig geholpen om het probleem te tackelen en hij heeft coöperatief meegedacht.'

In december botste de Tweede Kamer opnieuw met Van Hoof. De Kamer was boos omdat de demissionaire staatssecretaris onverstoorbaar doorgaat met het vrijgeven van steeds weer nieuwe sectoren voor de Polen, terwijl de uitvoering van alle nieuwe wet- en regelgeving nog niet rond is. Van Hoof had juist daarom de openstelling van de grenzen al tot 1 maart uitgesteld. Maar de SP gesterkt door een fikse verkiezingswinst, beschouwt de komst van de migranten nog steeds als een bedreiging voor Nederlandse werklozen. Voor Jan de Wit, SP-woordvoerder op het Polendossier, staat de datum van 1 maart dan ook nog lang niet vast. 'Van Hoof is niet alleen door de SP maar ook door CDA en PvdA op de vingers getikt. Er is niets geregeld over de naleving van de wet op het minimumloon en de huisvesting van migranten wordt nu gewoon overgelaten aan de gemeentes. Evenmin is duidelijk hoe de Arbeidsinspectie boetes moet innen. Van Hoof wil dat werkgevers en werknemers dat onderling regelen, maar de overheid moet dat controleren. Het is heel verkeerd dat de arbeidsmarkttoets komt te vervallen. Er staan in Nederland nog steeds heel wat mensen aan de kant. Er is geen enkele prikkel om mensen uit de WAO aan een baan te helpen. En als mensen weer arbeidsgeschikt zijn verklaard, staan werkgevers niet te trappelen om ze in dienst te nemen. Dit is gewoon de makkelijkste oplossing en men gebruikt de opleving van de economie als argument. Wat ons betreft nemen we rustig de tijd tot 2009 om alles goed te regelen.'

Kip zonder kop

Uitzendbureau Temp Solution Nederland, dat Justyna en Sebastian in dienst heeft, is gevestigd in Oss, de home town van sp-voorman Jan Marijnissen. 'Marijnissen praat over die Polen echt als een kip zonder kop', zegt directeur Tom Sijpestijn boos. 'Hij is zelf nog nooit in Polen geweest! De SP is bang voor een tweede Turkse invasie, maar dat is onzin. Polen zijn chauvinistisch, die gaan absoluut terug naar hun land. De linkse partijen hameren erg op de sociale zekerheid, ze eisen werkgarantie voor Nederlanders. Maar bedrijven kunnen het hier alleen volhouden als ze voldoende mensen kunnen krijgen. De vraag zal in de toekomst vele malen groter zijn dan het aanbod. De suggestie van de vakbeweging dat de Polen worden uitgebuit wijs ik van de hand. In 2000 kreeg ik Polen die ons op hun knieën dankten voor iedere baan, maar die tijd ligt al ver achter ons. Ze worden met de dag zelfbewuster, ze kennen hun positie, ze kennen hun prijs. Polen verdienen hier evenveel als Nederlanders.'

Temp Solution biedt jaarlijks tussen de 800 à 1200 Polen werk, verdeeld over in totaal zo'n 250 banen. Ze werken vooral in magazijnen, in de logistiek en de verpakkingsindustrie. Arbeidsintensieve handelingen die niet geautomatiseerd kunnen worden. Een voorbeeld? 'Honderd containers met kleding uit China die moeten worden uitgepakt en gelabeld. Maar ook vrachtwagens laden. In de agrarische sector werken we niet meer, daar is te veel concurrentie van illegale uitzendbureaus. Neem de champignonpluk: een Nederlands bedrijf neemt dan werknemers aan van een Poolse champignonkwekerij die in Polen maar twee man in dienst heeft, maar in het buitenland 500 man rond heeft lopen. Dát is verdringing: die lui werken voor 3 euro per uur. Maar illegale arbeid zal er altijd zijn. Wij doen er niet aan mee.'

Temp Solution heeft inmiddels vijf wervingskantoren in Zuid-Polen, waar toekomstige werknemers een baan, een contract (van minimaal 6 tot 8 weken) en een huis krijgen aangeboden. Het uitzendbureau heeft 20 à 30 huizen beschikbaar, waar de Polen voor 40 euro per week wonen met 8 à 10 man, inclusief huismeester. 'Ongeschoolde arbeid voor Nederlanders doen we eigenlijk niet meer', zegt Sijpestijn. 'Dat is tot mislukken gedoemd. Vóór de Polen hadden we een schreeuwend tekort aan gemotiveerde mensen. Uitkeringstrekkers willen we niet meer. Die hebben de verkeerde mentaliteit, ze zijn te beroerd voor het werk. De Pool heeft maar één doel: zo snel mogelijk zo veel mogelijk geld verdienen en dan weer terug.'

Sijpestijn kan niet wachten tot de grenzen opengaan, de Poolse Polen staan te trappelen. 'Die zien bij hun Duitse buurman een nieuw dak op het huis of een mooie auto voor de deur. Dat willen zij óók. Als ik in Polen een vacature aanmeld, staan er de volgende dag 150 man op de stoep.'

Toch is niet iedere werkgever blij met de komst van nog meer Polen. Neem Pierre van den Oord van Vriesoord bv, waar Justyna en Sebastian werken: 'Als we straks een overvloed aan Poolse Polen krijgen, zien mijn afnemers dat die Polen voor een lager tarief willen werken en moeten mijn prijzen ook omlaag. Dat is niet goed voor mijn concurrentiepositie. Uitzendbureaus zijn voor mij de ideale constructie. Vaste krachten zijn niet meer te betalen. Nee, de Europese markt heeft mij niet veel goeds gebracht. Wij zitten in het goedkope vlees. Als straks de boel opengaat, verdwijnt ons soort bedrijf naar Polen. We gaan ons nu helemaal uit de markt prijzen. De productie zal in Nederland niet goedkoper worden, er zijn hier veel te veel regels, veel te veel sociale lasten. Polen zijn trouwens sowieso slecht voor de Nederlandse economie: al hun geld wordt dáár besteed. Justyna koopt een huis in Polen, niet hier.' Zelfs Sebastian en Justyna zitten niet op hun armere landgenoten te wachten: 'Straks krijgen we concurrentie van de Polen met een Pools paspoort. We zijn bang dat zij de markt gaan bederven.'

Maar of de grenzen nu op 1 maart opengaan of later, de Polen zullen blijven komen, legaal dan wel illegaal. Er is in Nederland in ieder geval één organisatie die de Polen met open armen binnenhaalt: de katholieke kerk. Want ook in den vreemde zijn de Polen nog steeds kerkser dan de meeste Nederlandse katholieken. Dat zie je wekelijks in Hillegom, in de bollenstreek, waar inmiddels honderden Polen wonen. Elke zondagmiddag om half drie zitten vijf- tot achthonderd Polen afwisselend in de Jozefskerk en de Sint Martinus om deel te nemen aan een Poolse liturgieviering onder leiding van een Poolse priester van de Poolse Sociëteit van Christus. 'Laten we bidden voor hen die in het buitenland werken, dat zij, tijdens de jacht op materiële goederen, het eeuwige geluk niet verliezen door onverstandige beslissingen.'

Bronnen: Kristof Tamas en Rainer Münz: Labour Migrants Unbound? EU Enlargement, Transitional Measures and Labour Market Effects. Institute for Future Studies, Stockholm, 2006

European Commission: Report on the Functioning of the Transitional Arrangements set out in the 2003 Accession Treaty, period 1 May 2004 - 30 April 2006, Brussel, 2006

Ecorys Nederland BV: Evaluatie werknemersverkeer MOE-landen. Rotterdam, 2006

Stéphane Alonso is correspondent in Warschau. Floris van Straaten is correspondent in Londen. Laura Starink is redacteur van NRC Handelsblad.

Otto Snoek is fotograaf.

Eigen spullen heeft Justyna niet. 'Mijn leven zit in een grote koffer.'

[streamers]

Sebastian noemt de conservatieve Poolse president Lech Kaczynksi 'een smurf'.

'De Poolse kerk moet leren nadenken over seks, drugs en HIV Ze moet reageren op de exodus.'

De vrees voor 'sociaal toerisme' is in Groot-Brittannië tot dusver ongegrond gebleken.