De lezer schrijft over schenden anonimiteit en rolstoeltennis

Ik schrijf naar aanleiding naar aanleiding van het artikel ‘Gronings dorp wil naam uitbreiden’ in NRC Handelsblad van het weekeinde van 27/28 januari. Aan het eind van het artikel wordt de eigenaar van het dorpscafé [volgt de naam van het desbetreffende dorpscafé, red.] opgevoerd in deze omschrijving: „Ik voel me straks alleen maar Duitser”, schampert de eigenaar die niet met zijn naam in de krant wil („Het is hier een klein dorp”).

Op mij komt dit over als een bijzonder flauwe ‘grap’ van de redacteur, die een eventueel beloofde anonimiteit heeft geschonden. Er zijn de laatste jaren – terecht – veel succesvolle pogingen geweest van journalisten om tegenover een overheid hun bronnen geheim te houden. Waarom in dit artikel daarvan op zo’n manier wordt afgeweken is mij een raadsel.

Hendrik te Winkel

Amsterdam

Ook dit jaar in deze krant geen woord over de fenomenale sportprestaties van de Nederlandse rolstoeltennissers op het Australian Open in Melbourne, met als topprestatie de 5e titel voor Esther Vergeer. Dat haar recente overwinning geen vermelding vindt, mag als een nalatigheid en een gebrek aan journalistieke evenwichtigheid van berichtgeving aangemerkt worden.

Frank Schmits

Vlaardingen

De krant antwoordt

De café-eigenaar uit Nieuweschans wilde niet met zijn naam in de krant. De verslaggever heeft die wens gerespecteerd en zijn naam niet genoemd, maar wel dat van zijn café om zo accuraat mogelijk te zijn. Ze deed dit zeker niet als flauwe grap. Als de café-eigenaar had gevraagd de naam van zijn uitspanning niet te noemen, was dat ook niet gebeurd.

Achteraf gezien, had de verslaggever beter over „een café-eigenaar in Nieuweschans” kunnen schrijven, want hij wilde anoniem blijven en er zijn meerdere cafés. Maar tegelijkertijd wordt het dan wel erg vaag. Nog beter zou het zijn geweest als er iemand was opgevoerd die wél met zijn naam in de krant wil. We moeten zo weinig mogelijk gebruikmaken van anonieme zegslieden, om zo goed mogelijk controleerbaar te zijn. Lezers hebben het recht te weten wát iemand zegt, maar ook wíe het zegt. Overigens worden verslaggevers geconfronteerd met het probleem dat steeds meer mensen anonimiteit eisen, zelfs als het gaat om een straatinterview.

Ons Stijlboek schrijft voor dat „uiterste terughoudendheid is geboden” bij het anonimiseren. We moeten het eigenlijk alleen doen wanneer de persoon in kwestie „ernstige beroepsmatige of fysieke schade zou kunnen oplopen”. Dat zie ik in het geval van de café-eigenaar in Nieuweschans niet zo snel gebeuren. Maar hij heeft het recht niet met zijn naam in de krant te willen. De verslaggever had kunnen doorzoeken naar iemand anders die wél ‘on the record’ commentaar had willen leveren. Maar ze werkte wel op een moment dat het lastig was om nog gegadigden te vinden: het was inmiddels kwart over elf ’s avonds.

Een kort berichtje over de overwinning van Esther Vergeer had niet misstaan op onze sportpagina’s. Maar onze prioriteit ligt bij de valide topsporten en daarin is een groot aanbod. Het kost ons nu al veel moeite te kiezen wat we wel en niet meenemen op onze pagina’s. Omdat we beperkte ruimte hebben, laten we noodgedwongen veel weg. We krijgen van lezers ook veel commentaar in de trant van: waarom schrijven jullie niet meer over PSV, over Feyenoord, over kleinere voetbalclubs in de eredivisie, over roeien of over golf?

Dat betekent niet dat we nooit over gehandicaptensport schrijven. Esther Vergeer hebben we enkele jaren geleden uitgebreid geïnterviewd. Nog niet zo lang geleden waren we in het Olympisch Stadion waar een evenement voor gehandicapten plaatshad, op initiatief van de Johan Cruyff Foundation.

Maar het blijft inderdaad sporadische aandacht, omdat we moeten kiezen.

Birgit Donker Hoofdredacteur

Reacties: www.nrc.nl/lezerschrijft.Nieuwe kwesties: lezerschrijft@nrc.nl