De Chinese bruid van Meles en Bashir

De een is marxist, de ander moslimfundamentalist. Maar de twee Afrikaanse presidenten Bashir en Meles spelen hetzelfde politieke spel. Ze lonken beiden naar China.

Addis Abeba, 3 febr. - „Premier Meles Zenawi probeert op Omar al-Bashir te lijken.” De Ethiopische professor glimlacht om de vergelijking die hij trekt tussen de marxistische Ethiopische premier en de islamitisch fundamentalistische Soedanese president. Want de twee leiders lijken verdacht veel op elkaar: kalend, een brilletje, een snorretje. Maar die vergelijking bedoelt de hoogleraar niet. „Ze spelen hetzelfde politieke spel, beiden spelen de Chinese kaart. China is voor hen de economische bruid die ze uitspelen tegen Washington.”

De Ethiopische professor krijgt een snik in zijn stem als hij vertelt over de onderdrukking in Ethiopië. Over hoe de hoop op democratisering verloren ging na de omstreden parlementsverkiezingen van twee jaar geleden. „De liberalisering van het politieke systeem is gesmoord door rellen en geweld, Meles slaagde erin om de Ethiopiërs weer in hun hokken te krijgen. Het Westen protesteert niet, want Meles vecht voor Amerika tegen vermeende extremisten in Somalië. En hij lonkt naar China.”

De Koude Oorlog is in alles behalve naam terug in Afrika. De grootste bijeenkomst van Afrikaanse leiders vorig jaar vond plaats in Peking. Vicevoorzitter van die conferentie was Meles Zenawi, een eer voor de leider van de op één na volksrijkste natie van het continent. Het door Meles gevolgde autoritaire bestuursmodel past bij dat van China; een model waarin geen lastige vragen over mensenrechten worden gesteld door actiegroepen uit de middenklasse. In dat bestuursmodel kunnen marxist Meles en fundamentalist Bashir elkaar goed vinden.

In de Ethiopische Ogaden zoeken Maleisische bedrijven naar olie en gas, volgens sommige bronnen in Addis Abeba gebeurt dit in heimelijke samenwerking met Chinese bedrijven. In Soedan heeft China grote belangen in de olie-industrie. De economie van Soedan groeit 12 procent op jaarbasis door de oliewinning.

De middenklasse van Ethiopië groeit en vooral in de steden begon deze tijdens de verkiezingen vragen aan Meles te stellen over tolerantie en mensenrechten. „Wanneer staat er een middenklasse in China op, dat is onze enige hoop”, vraagt de Ethiopische professor zich af. „Met stilzwijgende steun vanuit het Westen en het Oosten weet Meles ons te wurgen.”

Ondanks de harde taal die de Verenigde Staten soms tegen Soedan gebruiken, werken zij nauw samen met de Soedanese geheime diensten in het opsporen van gevaarlijk geachte internationale terroristen. „De VS kunnen en willen daarom Bashir niet hard aanpakken”, concludeert de Frans-Canadese historicus Gerald Prunier in Addis Abeba.

Dat verstandshuwelijk spreekt Meles aan. Washington klaagt nauwelijks meer over de manier waarop de premier met zijn bevolking omgaat, want ook Ethiopië speelt een sleutelrol bij de bestrijding van terroristen in de Hoorn van Afrika. Eventuele kritische geluiden vanuit Brussel over de erbarmelijke situatie in Ethiopië kunnen door de Ethiopiër wegens de beschermende Amerikaanse paraplu worden genegeerd.

Handel tussen Afrika en China vertienvoudigde de afgelopen tien jaar. Ethiopië importeert steeds meer Chinese goederen en China voert projecten uit, zoals de aanleg van een lange weg naar het westerse Gambela, waar olie is gevonden. In Soedan financiert het de bouw van een hydro-elektrisch project ter waarde van 1,8 miljard dollar.

De aanblik van Afrika verandert snel door de komst van Chinezen. Honderden, mogelijk duizenden Chinezen werken in Soedan, sommigen zijn gevangenen die amnestie is beloofd na hun tijd in Afrika. In de mineraalrijke regio Shaba in Zuidoost-Congo hebben ze hun eigen restaurants geopend voor de honderden Chinese investeerders en arbeiders in de kopermijnen. Op inter-Afrikaanse vluchten blijkt opeens een aanzienlijk deel van de passagiers Chinees. En zelfs in het gewelddadige Mogadishu werkt een groep Chinezen onder geweervuur aan een nieuw mobiele-telefoonnetwerk.

Bij de jaarvergadering van de Afrikaanse Unie vorige week in Addis Abeba stuurde het Chinese persbureau Xinhua tien verslaggevers; veel meer dan de grote westerse persagentschappen vrijmaakten voor deze diplomatieke top. „We spreiden onze vleugels over het continent, maar nemen het niet over zoals het Westen tijdens de koloniale periode deed”, plaagt een Chinese journalist een Britse collega.

Een hoge bestuurder van de AU zegt later: „Het Westen komt met onvoldoende financiën voor de vredesmacht van Somalië. Kan China misschien bijspringen?”