Caritas

Aan welk goed doel geeft iemand en waarom? Deze week Jaap Willeumier (1953), advocaat en partner bij advocatenkantoor Stibbe

Jaap Willeumier (Foto Jorgen Krielen) Jorgen Krielen/Amsterdam, 30-01-2007/ Jaap Willeumier Krielen, Jorgen

„Mijn bijdrage aan veel goede doelen is vooral passief: ik geef aan de collectant aan de deur of op straat, en ik geef jaarlijks aan verschillende bekende fondsen als Unicef, Amnesty, Natuurmonumenten en Artsen zonder Grenzen.

„Verder ben ik sinds mijn studententijd vaste donateur van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), ‘Redder aan wal’, zoals dat heet. Mijn belangstelling daarvoor is me van kinds af aan bijgebracht; mijn vader was al donateur, dus lag het blad De Reddingboot altijd bij ons thuis. Daarnaast heb ik altijd gevaren, gezeild. Nee, helaas geen eigen boot, al heb ik er nu wel één in het hoofd. Ik heb veel gevaren met Dudok van Heel, de voormalige voorzitter van de KNRM, op het IJsselmeer en op de Waddenzee.

„Mijn leermeester bij Stibbe, Van den Blink, zat ook in het bestuur van de KNRM. Hij heeft eind 1997 het stokje aan mij overgedragen. Dat ervaar ik als een buitenkans om iets te kunnen bijdragen aan de unieke instelling die de Maatschappij is. De KNRM voert, sinds de oprichting in 1824, een heel belangrijke taak uit. Het redden van mensen op zee is bij verdrag een taak voor de overheid. Maar zij laat het, formeel in opdracht van de Kustwacht, aan ons over. De Maatschappij heeft altijd de eigen broek opgehouden, inmiddels met een begroting van 11 miljoen euro. We draaien voor een groot deel op particuliere giften en vooral op erfenissen en legaten. En we hebben een flink vermogen, waarmee we beleggen – in goede jaren ook een belangrijke inkomstenstroom. We willen het graag zo houden. Als we voortaan subsidie zouden krijgen, zou die stroom donaties wel eens kunnen verminderen.

„Het bestuur kost mij behoorlijk veel tijd. Los van de vergaderingen en het bezoeken van reddingstations, bemoei ik me als advocaat wel met juridische aangelegenheden. En eens per jaar hebben we met het bestuur een vaardag. Nee, helaas heb ik nog nooit een redding meegemaakt. Dat zou ik wel eens boeiend vinden.”

Philip de Witt Wijnen

    • Philip de Witt Wijnen