Breed, breder, breedst

Op de breedste school van Nederland, De Wilgenbroek, gonst het na drie uur nog van de activiteiten. Jacqueline Kuijpers

Naschools koken in brede school De Wilgenbroek. Foto Joyce van Belcom Leerlingen van basisischool de Wilgenbroek in Boxtel krijgen na schooltijd kookles. De school won de prijs voor Breedste school van Nederland. onderwijs Brede school Belkom, Joyce van

De ‘breedste school’ van Nederland staat in Boxtel. Eerder dit schooljaar won De Wilgenbroek deze door het ministerie van Onderwijs uitgeschreven competitie. Prijs: een breedbeeldtelevisie. “Die staat nu in de ruimte waar ouders opvoedingsondersteuning krijgen”, vertelt Ghislaine de Brouwer, coördinator van drie van de vier brede scholen in de gemeente Boxtel.

De Wilgenbroek heeft de meeste samenwerkingsverbanden met andere instellingen en organisaties. Want samen met anderen werken aan de ontwikkelingskansen van kinderen is de kern van een brede school, vanuit de gedachte: ‘It takes a whole village to raise a child’.

De eerste brede scholen ontstonden halverwege de jaren negentig in Groningen en Rotterdam. Inmiddels zijn er ruim 600 brede basisscholen (cijfers 2005), het ministerie streeft naar een verdubbeling in 2010. Er zijn ook al circa 300 middelbare scholen die een brede school zijn, of eraan werken.

Binnen De Wilgenbroek zijn zeven organisaties gevestigd: een basisschool, een peuterspeelzaal, een kinderdagverblijf, een sportvereniging, buitenschoolse opvang (bso), een school voor speciaal onderwijs en een afdeling volwasseneneducatie van ROC Koning Willem I College. Daarnaast zijn er goede contacten met de bibliotheek, de politie, welzijnswerk, de muziekschool, enzovoorts. Welke banden het meest intensief zijn hangt samen met het speerpunt van de brede school in kwestie. In de gemengde wijk waar De Wilgenbroek staat, is dat ‘kunst en cultuur’, in de wijk Selissen, waar veel allochtonen wonen, is het ‘taalontwikkeling’. Dat vertaalt zich naar de activiteiten die worden georganiseerd. Zo is het althans in Boxtel georganiseerd, waar sinds 2003 de Stichting Brede Scholen zorgt voor continuïteit in personeel en beleid.

Als om kwart over drie de bel gaat op De Wilgenbroek wordt het niet stil in de school, maar komen er kinderen binnen van andere scholen die hier naar de bso gaan. In de twee gymzalen gaan kinderen sporten. En in de keuken, naast de centrale hal, bindt een groep meiden een schort voor: tijd voor de Coole Kook Club. Vandaag heeft Elsbeth Brandt, moeder van twee dochters en kookjuf op vrijwillige basis, minestronesoep op het menu gezet. Anna (8) en Geerte (8) buigen zich met een mes in de aanslag over een knolselderij – een groente waar ze nog nooit van gehoord hebben. Janne (8) haalt samen met Lola (8) de puntjes van de sperziebonen. “Hoe moeten we ze nou wassen, juf?” “Daar hebben ze iets speciaals voor uitgevonden”, zegt Elsbeth. “Zo’n bak met gaatjes. Weet je hoe dat heet?” Janne weet het: “Een vergiet”. En hup, daar rennen de twee naar de kast met kookspullen.

Veerle (10) doet ook mee met de kookclub en heeft al veel meer naschoolse activiteiten gedaan. Circus bijvoorbeeld en het Leescafé. Dat is een speciaal ingerichte ruimte in het gebouw, waar de kinderen om de week samenkomen om over boeken te praten en allerlei leesactiviteiten te doen. Zo hebben ze de Kinderboekenkrant Knetterletters gemaakt. “Ik heb de burgemeester geïnterviewd over zijn lievelingsboek Beekman en Beekman”, vertelt Veerle trots.

Wie als ouder denkt met de naschoolse activiteiten een goedkope vorm van kinderopvang gevonden te hebben (sport kost bijvoorbeeld één euro per keer) heeft het mis. “Daar is het niet voor bedoeld”, vertelt Maruška Lestrade, projectleider Brede Scholen. “Onze naschoolse activiteiten zijn een kennismaking voor kinderen in deze wijk met een bepaalde sport of kunstzinnige vorming. We hebben een fotografiecursus gehad, een architectuurproject, een museumnacht, dramalessen. Al deze activiteiten, behalve het leescafé, duren maar vijf keer. Ons streven is een drietrapsraket: kinderen doen bijvoorbeeld badminton in de gymles op de basisschool hier, volgen naschools de activiteit badminton en als ze het leuk vinden worden ze daarna lid van de badmintonvereniging.”

Op deze manier kan de brede school een verrijking betekenen voor kinderen. “Maar,” benadrukt coördinator Ghislaine de Brouwer, “het kan alleen slagen als er een goede afstemming plaatsvindt tussen de verschillende participanten in de brede school.”

Een andere voorwaarde voor het slagen van het concept is de medewerking van de ouders, zegt Maruška Lestrade. “Ouders moeten verplicht assisteren bij een activiteit. Dat werkt heel goed in deze wijk, maar elders is dat wel eens een knelpunt.”

Nu scholen vanaf augustus 2007 verplicht buitenschoolse opvang mogelijk moeten maken, wordt het concept ‘brede school’ met hernieuwde interesse bekeken. Brede scholen werden aanvankelijk vooral opgericht in achterstandswijken (de financiering van brede scholen kwam uit onderwijsachterstandgelden), maar het concept kan dienen als een blauwdruk voor de toekomst.