Bommel als hoorspel in 440 afleveringen

Na Het Bureau van Voskuil zijn nu ook de Bommelstrips verhoorspeld. Joyce Roodnat sprak met regisseur Peter te Nuyl

Juffrouw Doddel (rechtsonder) Toonder, Marten

Peter te Nuyl las nooit strips, ook niet die over Olivier B. Bommel, de Beer van Stand. Met Bommels geestelijke vader Marten Toonder maakte hij wel eens een praatje toen ze, jaren geleden, in Hilversum bij elkaar in de straat woonden en hij raakte onder de indruk van „de weinige dingen die Toonder zei”.

Misschien was het daarom dat Te Nuyl na het bericht van Toonders dood in de zomer van 2005 toch de dikke Bommelpockets kocht en ging lezen. Toonders uit taal gesmede universum trof hem dieper dan hij had verwacht. Te Nuyl: „Het is een taalwereld die op de drempel van deze wereld iets oproept dat niet aantoonbaar is, maar misschien wezenlijker dan de wereld die we wél kunnen zien.”

favoriet citaat

Zijn hoorspel naar J.J. Voskuils romancyclus Het Bureau had Te Nuyl net klaar, en het plan voor een vergelijkbare serie naar de avonturen van Heer Bommel en Tom Poes besprong hem: „Bommel spreekt alle lagen van de bevolking aan. Zodra hij ter sprake komt beginnen de mensen te citeren. Mijn eigen favoriete citaat? Dat is ‘Wij naderen de toekomst, Joost. Als we daar zijn kunnen we even uitrusten.’ Daar zie je hoe Toonder het gebruikelijke, lineaire, begrip van de tijd ter discussie stelt. Dat doet hij steeds, in zijn verhalen is de tijd geen lijn maar een spiraal. Die kun je volgen, maar je kunt ook van ring naar ring springen – zoiets neem ik aan. Het is geen fantasie, het ís zo en dat heeft consequenties voor een verhaal. Bij Voskuil worden de personages steeds maar erger, bij Toonder maken de figuren telkens opnieuw hetzelfde mee, iedere keer beginnen ze weer opnieuw.”

„Het Bureau is een foto”, vervolgt hij. „Bommel is een tekening. Dat wil zeggen dat Voskuils dialogen het topje van een ijsberg verraden. Toonder schrijft soundbites die een karakter typeren. Er bestaat een reeks tekeningen van Olivier B. Bommels gemoedstoestanden. Het zijn er twaalf. That’s it. Meer heeft hij niet, daar moeten we het mee doen.”

Inmiddels zijn Te Nuyl en zijn co-regisseurs een eind op streek met de productie van het Bommelhoorspel in 440 afleveringen. Vanaf nu kan twee jaar lang dagelijks een kwartier beluisterd worden van Toonders verhalen, of liever, van zijn strips. Want niet alleen de beschrijvingen en dialogen met de beroemde citaten zijn verwerkt, maar ook zijn tekeningen.

oude schicht

Te Nuyl bestudeerde ze met een loep, op jacht naar informatie over geluid: „Wordt er een pijp gerookt? Hoe druk is het in Rommeldam? Zijn er vogels? Het is altijd herfst, het waait veel en er zitten vaak kraaien in die kale bomen.” Voor de Oude Schicht, Bommels auto, traceerde hij, op basis van de analyse die Bommelkenner Pim Oosterheert maakte, het geluid van de Clément-Bayard uit 1912: „Ik vond een rijk bandje, met starten, rijden en remmen.”

Hij stelde vast dat deuren en ramen altijd scheef hangen. „Het is een lachspiegel die duidt op een beschaving in verval. Componist Gert-Jan Blom heeft het beeld van de scheve ramen en deuren in de muziek verwerkt, die hangt ook wat uit het lood.” Te Nuyl hield dat verval van beschaving buiten de tekst: „Je mag Toonder geen filosofisch concept toedichten. Zijn denken spreekt me aan, maar maak je er filosofie van dan blaas je het te veel op. En dan knapt het uit elkaar.”

Een andere bron van geluidsinformatie was wat voor dier er aan het woord is. De personages zijn vaak honden, zegt Te Nuyl, en het ras verraadt iets over het tempo en het karakter van een stem. Een nijlpaard (Burgemeester Dickerdack) heeft een ander timbre dan de ram die kruidenier Grootgrut is. Te Nuyl: „Die wordt gespeeld door een Friese acteur. Want Grootgrut heet Garmt.”

geen beer, maar een heer

Toonder maakte geen mensen van de beesten, hij liet het dier in de mens zien. Met die gedachte selecteerde en regisseerde Te Nuyl de stemmen. Onverwacht is de keuze van de acteur Mark Rietman voor de rol van Bommel. „Van een beer verwacht je een bas, gebrom. Mark heeft een lichte stem. Maar we zochten geen beer maar een heer – en dat is Mark. In zijn stem weerklinkt het juiste naïeve gevoel. Bommel is onbedorven door cerebrale bagage. Je hoort dankzij Mark hoe hij argeloos een verband legt met secundaire werelden.”

Nu Bommel klaar is denkt Peter te Nuyl na over een volgend hoorspel: de Bijbel. „Van kaft tot kaft. Ja, ook die lijsten met namen, juist die, daar verheug ik me erg op. Het zal een hoorspel worden van 200 à 250 uur, twee keer zo lang als Het Bureau. De lichtheid die ik leerde van Het Bureau en Bommel, zal me van pas komen.”

Wie de rol van God moet vervullen weet hij, maar die naam houdt hij nog voor zich.

Toch wel een vrouw?

„Ik zeg niets.”

Rolverdeling van Bommel, het hoorspel Olivier B. Bommel: Mark RietmanJuffrouw Doddel: Jacqueline BlomTom Poes: Jacob DerwigJoost: Krijn ter BraakMarkies de Canteclaer: Joop KeesmaatBurgemeester Dickerdack: Walter CrommelinWammes Waggel: Dick van den ToornHocus P. Pas: Cas EnklaarProf. Prlwytzkofski: Geert LageveenKwetal: Porgy FranssenArgus: Gijs de LangeTerpen Tijn: Hans DageletBul Super: Hans HoesHiep Hieper: Roeland Fernhout; e.v.a.Uitzendingen dagelijks twee maal: Concertzender, 14-14.15u en Radio 1, in ‘Casa Luna’, 0.45-01u.