'Bij zuidwesterstorm slaap ik slecht'

Niet alleen de ijsberen op de Noordpool hebben last van de klimaatverandering. Aan de kust van Alaska dreigt het eskimodorp Shishmaref verzwolgen te worden door de golven van de Chukchi-zee. Een aantal huizen is al weggespoeld. Maar geld voor een verhuizing is er niet.

De overheid laat de eskimo's aan hun lot over.

Harde wind slaat de zegge plat, het water van de Chukchi-zee aan de noordkust van het waddeneiland Sarichef stijgt en met iedere golfslag stuift het over de zandweg. Raymond Weyouanna controleert of zijn sledehonden nog goed beschut liggen. De laatste stormwaarschuwing voor het westen van Alaska is binnengekomen via de krakende lokale nieuwszender. 'Hoog water tussen 10.00 uur woensdag en 4.00 uur donderdagochtend'. Voor de Inupiaq eskimo's van Shishmaref, het enige dorp op Sarichef, is er een extra bericht: 'Er is gevaar voor kusterosie, neem voorzorgsmaatregelen en beveilig kwetsbare gebouwen en eigendommen'.

Weyouanna neemt die berichten zeer serieus. Tijdens een herfststorm in 1997 vluchtte hij midden in de nacht met vrouw en kinderen zijn huis uit. 'Om drie uur werd er op de deur gebonsd. Ik dacht dat het een dronkelap was en wilde al boos worden.' Achteraf was hij dankbaar. De golven beukten zo hard op de kust dat de grond onder het huis werd weggespoeld. Het gezin griste wat spullen bijeen en vertrok; hun huis kantelde en werd verzwolgen door de zee.

Al decennialang brengt de zee schade toe aan de noordwestkust van Shishmaref. Het piepkleine eiland van vijf bij nog geen halve kilometer kalft steeds verder af. Dertig kilometer onder de poolcirkel is de permafrost aan het ontdooien en zo wordt de bodem onstabiel. Aan de noordkant van het eiland ontbreekt in de herfst en winter nu vaak de buffer van pakijs die de kust vroeger tegen stormen beschermde. Stijging van de zeespiegel zal nog meer erosie veroorzaken.

Dat de 600 bewoners van het dorp binnen afzienbare tijd een ander onderkomen moeten vinden, is een uitgemaakte zaak. Het U.S.Army Corps of Engineers waarschuwde in 2004 dat het dorp binnen tien tot vijftien jaar in zijn geheel moet verhuizen. Sommige dorpelingen vrezen dat ze zelfs minder dan vijf jaar de tijd hebben. Maar Shishmaref is niet de enige plek in Alaska die de directe gevolgen van klimaatverandering nu al aan den lijve ondervindt.

De temperatuur is de afgelopen vijftig jaar in het Noordpoolgebied twee keer zo snel gestegen als elders, stelde de Arctic Climate Impact Assessment, een internationaal forum dat honderden wetenschappelijke studies bijeenbracht, in 2004 vast.Voor Alaska betekent dat een stijging van 3 tot 4 graden Celsius. Duizenden vijvers verspreid over de hele staat lopen leeg omdat het water door de ontdooiende permafrost weglekt in de bodem. Watervogels en andere dieren trekken weg. De grond droogt uit, insectenplagen hebben miljoenen naaldbomen aangetast en bosbranden hebben in 2004 en 2005 een gebied verwoest dat groter is dan Nederland.

Volgens een rapport van de Amerikaanse General Accounting Office uit 2003 ondervonden '184 van de 213 inheemse dorpen in Alaska schade van overstromingen en erosie'. Vier van die dorpen, Newtok, Koyukuk, Kivalina en Shishmaref lopen direct gevaar. Zo verliest Shishmaref in najaarsstormen tussen de 6 en 15 meter land. De storm die het huis van Raymond Weyouanna wegsloeg, kostte het eiland 38 meter, bijna eentiende van de totale breedte. Er werden nog meer gebouwen verwoest, maar de meeste buren van Weyouanna hadden geluk en konden hun huis op tijd verplaatsen.

Bear problems

'Vorm een groepje om zo groot mogelijk te lijken en houd ook een jas boven je hoofd'.

Een poster aan de muur van de Community Hall in Shishmaref legt uit wat de beste remedie is tegen bear problems. Nu de zee niet meer bevriest, kunnen ijsberen niet meer bij hun jachtgebieden komen. Soms zijn ze zo uitgehongerd dat ze kannibaal worden. Steeds vaker komen ze op zoek naar voedsel naar de eskimodorpen.Vorige winter zijn in Shishmaref dertien ijsberen gesignaleerd.

Rond het middaguur komen de eerste belangstellenden naar de vergadering van de Erosion and Relocation Coalition. Die moet vandaag duidelijk maken welke opties er zijn voor de eilandbewoners. Voorzitter Lucy Eningowuk schrijft op grote vellen papier aan de muur wat de minimale eisen zijn waaraan een nieuwe plek moet voldoen: ruimte, water, een mogelijkheid voor het aanleggen van een haven en een landingsbaan, een weg, scholen. Eningowuk's echtgenoot Johnson vertaalt alles naar het Inupiaq voor de stamhoofden die zijn gekomen. 'Eerst werd voorspeld dat er over 50 jaar geen ijs meer zal zijn in de Oceaan', legt hij uit. 'Inmiddels is dat verlaagd tot 30 jaar en verwacht men dat de zeespiegel met meer dan 6 meter zal stijgen'.

Lucy Eningowuk noemt de voor- en nadelen op van de verschillende uitwijkplaatsen: Singeak is weliswaar dicht bij het gebied waar de kariboe doorheen trekken, maar er is geen zalm en er zijn geen eenden. Hot Springs is niet bereikbaar via de weg, dus alles moet worden ingevlogen, maar een pluspunt is dat er veel bosbessen zijn. Igloo en Arctic zijn niet geschikt want daar zijn de jachtgebieden en Oost Nunataq valt ook meteen af. Eningowuk schrijft op: 'zandproblemen', 'berenproblemen' en heel veel muggen.

De bewoners van Shishmaref zullen hun keus wel laten vallen op Tin Creek of West Tin Creek op het vaste land aan de overkant van de waddenzee. Dat zijn de plaatsen die na bodemonderzoek van het Departement van Landbouw het meest geschikt bleken.

Maar het is onduidelijk of het er ooit van gaat komen. Het Army Corps of Engineers rekende uit dat de verhuizing van het hele dorp inclusief infrastructuur tussen de 180 en 200 miljoen dollar gaat kosten.

Lucy Eningowuk vloog in 2004 naar Anchorage om te getuigen voor een speciale senaatscommissie uit Washington. 'Ieder jaar zijn we bang dat de volgende storm ons zal wegvagen', zei ze tegen de commissie. Huizen en opslagplaatsen, sneeuwmobielen, droogrekken voor vlees en zalm en ingegraven voedselvoorraden zijn al door de golven verzwolgen. Eningowuk hoopte op hulp voor de financiering van de herhuisvesting van haar - federaal erkende - eskimostam die de kust van Alaska al duizenden jaren bewoont. 'Wij behoren tot het nationaal erfgoed', zei Enigowuk. 'De Inupiaq leven van de jacht en het verzamelen van voedsel. Hoe wij leven bepaalt onze identiteit'.

De grootste cultuurshock kregen de eskimo's toen ze het doelwit werden van een gezamenlijk beschavingsoffensief van kerk en staat aan het begin van de vorige eeuw. Tot die tijd werd Shishmaref al duizenden jaren gebruikt als winterkamp. In de overige seizoenen volgden de eskimo's de dieren langs de rivieren en de kust. Er werd een kerk en een school gebouwd, de leerplicht werd ingesteld, de invloed van de sjamanen werd teruggedrongen en de eskimo's kregen ordentelijke christelijke namen.

Vislijnen

Bij de Nayokpuk Trading Company, een van de twee winkels op het eiland, kun je nog alles voor de jacht en het buitenleven kopen. Er zijn vislijnen en haken, geweren, munitie, handschoenen en rubberlaarzen.

Op de grond staat een kartonnen doos walvisrugwervels met onduidelijke functie en in de hal ligt een stoffig kariboe-gewei. De kruidenierswaren in Shishmaref zijn minimaal twee keer zo duur als op het vaste land, want bijna alles wordt ingevlogen met de propeller-vliegtuigjes van Frontier Airlines of Haageland. Een jerrycan met 9 liter water kost 19,95 dollar, een liter houdbare melk 3,65 dollar, een pond appelen met bruine plekken 3,55 dollar. Bosbessenijs met rendiervet mag dan nog steeds een delicatesse zijn op het eiland, ook in Shishmaref is het doorsnee Amerikaanse dieet doorgedrongen. De grootste omzet haalt Nayokpuk uit frisdrank, diepvriespizza's en snoep.

Zeehonden jagen

Wanneer het om half elf 's ochtends eindelijk een beetje licht is, start Johnny Weyouanna de buitenboordmotor van zijn boot. Zijn broer Raymond kan niet mee. Zijn zoontje heeft een kaakabces en hij moest naar de tandarts in Nome, drie kwartier vliegen vanaf het eiland. In Shishmaref kan het kind niet geholpen worden.

Het is een mooie dag om zeehonden te jagen, zegt Johnny. Het water is bijna vlak. 'Gisteren zag ik vier zeehonden. Als we geluk hebben, schieten we er eentje'. Urenlang varen we rond, turend of er ergens een olijk kopje boven de golven uitsteekt. We zien ze geregeld, maar als de jager aanlegt zijn ze al lang weer ondergedoken. 'We just have to play the waiting game', zegt Johnny lacherig. De poolwind steekt op en het is moeilijk de zeehonden boven de golven te ontwaren. Pas laat in de middag schiet Johnny raak. Het dier wordt de boot ingesleept. Aan de horizon verdwijnt de heilige Ear Mountain in dichte mist. In een mum van tijd is het zicht beperkt tot enkele meters. Maar Johnny blijft lachen. Met zijn roestige geweren in het vooronder lijkt hij niet bepaald op een doorgewinterde jager, maar met zijn gps heeft hij ook zonder de berg de weg naar huis zo gevonden.

Het officiële werkloosheidspercentage in de regio is 15,2 maar daarnaast heeft bijna 50 % geen betaald werk en is, net als Johnny, afhankelijk van de jacht. Veel mannen uit het dorp zijn vandaag de Chukchi Zee opgeweest. In de schemer brengen ze hun vangst aan wal. Langs de waterkant liggen de wat onwerkelijke vormen; de vinnen zijn er al afgesneden. In de zee drijven afgestroopte huiden om te spoelen. Darlene Turner snijdt voorzichtig de vetlaag van een huid af: 'Als je dat niet meteen doet, lekt de olie in de vacht en krijg je gele vlekken'. De baardrobben die in het voorjaar gejaagd worden, worden opgegeten, maar de gevlekte zeehond wordt voornamelijk geschoten om zijn zilverige, markant gestipte vel. Alleen inheemse jagers mogen die bewerken en in beperkte mate verhandelen. Turner zegt dat het drogen van zeehond tegenwoordig lastiger is. 'Het is te warm, vroeger waren er geen vliegen. Als we het vlees nu te drogen hangen moeten we zeker drie keer per dag de vliegeneitjes eraf halen'.

Jagers en vissers klagen dat het door het veranderende klimaat steeds moeilijker wordt om een bestaan op te bouwen. 'We moeten steeds verder weg om dieren te vinden', zegt Tony Weyouanna. 'Als ik op robbenjacht ga in de lente moet ik rekenen op 800 dollar aan onkosten, vooral door de stijgende olieprijzen'. Maar ook een korter tochtje vanaf de monding van de Serpentine Rivier stroomopwaarts is duur. 'Zelfs om onze visnetten daar te checken zijn we dan al 100 dollar kwijt aan benzine voor de boot'. Het traditionele eskimoleven is zo een dure hobby geworden. Tony is een van de weinigen met een goede baan, maar zelfs voor hem begint het leven op het eiland te duur te worden. 'Mijn maandelijkse stookkosten zijn nu 784 dollar, elektriciteit 150'.

Volgens winkeleigenaar Percy Nayokpuk zou het dorp helemaal geen economische problemen hoeven te hebben. 'Iedere eskimojager was vroeger rijker dan de onderwijzers die begin vorige eeuw naar het eiland werden gestuurd.' Er wordt verantwoord gejaagd en er zijn genoeg dieren, zegt hij. De werkelijke oorzaak voor de neergang van het eiland zit in de wet ter bescherming van zeezoogdieren. 'Jonge mannen kunnen geen bestaan opbouwen of een gezin stichten'. Door die wet is er volgens hem nu een golf aan zelfmoorden. 'Er zijn er zoveel geweest dat ik ben opgehouden naar begrafenissen te gaan.' In Shishmaref pleegden in de afgelopen drie jaar twee mensen zelfmoord en een inwoner deed een mislukte poging. Volgens het Department of Health and Social Services vonden tussen 1993 en 2002 in de regio waar Shishmaref onder valt 76,5 zelfmoorden per 100.000 inwoners plaats. Dat is het dubbele van het noordelijkere, rijkere North Slope en zeven keer zo veel als gemiddeld in de Verenigde Staten.

Dweilen met de kraan open

'Alle pogingen om erosie tegen te gaan hebben maar voor korte tijd succes gehad', stelt het Amry Corps of Engineers in een rapport van april 2006. Sinds de jaren zeventig is 5 miljoen dollar gestoken in wallen van zandzakken, en gevlochten Hesco-kubussen die zijn volgestort met rotsblokken. Betonnen matten moeten de bodem stabiliseren. Maar het is dweilen met de kraan open. In het eskimodorp Kivalina is de nieuwe zeewering net voor de oplevering gedeeltelijk ingestort. De geplande festiviteiten zijn afgelast.

Geld voor de verhuizing van Shishmaref is bijna vijf jaar na het dorpsbesluit nog steeds niet gevonden. Zelfs de noodkreet van Lucy Eningowuk voor de senaatscommissie bracht geen fondsen binnen. Sterker nog: verschillende departementen en subsidieverstrekkers die betrokken waren bij allerlei lopende projecten op het eiland, hebben de financiering van een nieuwe kliniek, een terrein voor brandstofopslag en de aanleg van waterleiding en riolering gestaakt. En de 180 miljoen dollar die nodig zijn voor de verhuizing? 'We hebben feitelijk nog niets', zegt Lucy Eningowuk. Dorpsbewoners somberen dat er na de orkaan Katrina geen geld voor hen meer over schiet, maar Eningowuk blijft optimistisch. Er zijn nog steeds departementen bezig met onderzoek, bijvoorbeeld naar de aanleg van een vliegveld bij Tin Creek. Maar geld is er nog niet. 'De Congresleden begrijpen de urgentie nog niet', zegt Eningowuk. 'We moeten wat aggressiever worden'.

Gemeentesecretaris Jennifer Demir gelooft er niet meer in. 'We hebben in 2002 besloten te vertrekken, maar er gebeurt helemaal niets. Zodra de regering hoorde van de verhuisplannen zijn alle projecten hier bevroren.' Demir zit in haar kantoor omringd door stapels papier stukken door te werken. Ze heeft haar baan opgezegd en verhuist over een paar dagen naar Anchorage. Ook de anderen zullen, denkt zij, uiteindelijk stuk voor stuk naar het vasteland vertrekken. Ze acht het uitgesloten dat de overheid met 200 miljoen voor de verhuizing over de brug komt. 'Shishmaref zal uit elkaar vallen', zegt de gemeentesecretaris.

Het dorp heeft geen stromend water en maar een klein deel van de 105 huizen is aangesloten op riolering. De straten zijn onverhard en op de erven liggen de uitpuilende vuilniszakken hoog opgestapeld. 'Het is nog erger geworden na het besluit tot herhuisvesting. Het kan nu niemand nog iets schelen', zegt Demir.

Demir is de tweede gemeentesecretaris die in korte tijd ontslag neemt 'wegens gebrek aan beschikbare fondsen', zoals vol begrip in een rapport van het departement van Commerce, Community & Economic Development staat. 'De Native Store en andere winkels weigeren cheques van de gemeente en accepteren alleen nog cash', schrijft het departement. Al meermalen heeft de belastingdienst de gemeentelijke bankrekeningen bevroren en het energiebedrijf heeft zelfs gedreigd de elektriciteit af te sluiten. De gemeente Shishmaref zweeft op de rand van een faillissement en draait feitelijk op de goklust van haar burgers. Volgens Jennifer Demir leverde de City Bingo vorig jaar 172.000 dollar op. 'Na betaling van het personeel en andere kosten voor het organiseren van de kansspelen bleef voor ons kantoor 70.000 dollar over.'

In het buurtcentrum zitten 's avonds de meeste tafels vol. Zes avonden per week wordt daar gespeeld, behalve op zondag. Die dag is voor de kerk. De namen van de spelvarianten zijn exotisch: Red Dog, Wild Alaska, Bananas of Royal Stud, maar gezellig kun je de bijeenkomst niet noemen. Niemand praat met elkaar want de ballen rollen, alle spelers luisteren geconcentreerd als de laatste cijfers worden afgeroepen. Op een briefje aan de muur biedt de Confidential Helpline haar diensten aan: klagen uw kinderen dat ze honger hebben? Moet u spullen verkopen om bingo te spelen? Bel ons. Help is just a phonecall away. Bijna alle reepjes met telefoonnummers zijn afgescheurd.

Maar de kinderen klagen niet. Ze zwerven zonder enig toezicht tot diep in de avond op straat. De school probeert hen zoveel mogelijk structuur te geven. Iedere week wordt wel iets georganiseerd: basketball-wedstrijden van de Shishmaref Northern Lights of optredens van de eskimodansers. Af en toe glipt een van de kinderen weg om in de verboden bingohal geld voor snoep los te bedelen bij zijn ouders.

Opgeblazen zeehond

Vroeg in de middag staat Arda, de moeder van Raymond en Johnny pannenkoeken te bakken voor haar kinderen en kleinkinderen. Na de herfststorm van 1997 zijn ze met zijn allen van de noordflank van het eiland naar de zuidkant verhuisd. Ze wonen nu in kleine houten huizen naast elkaar op de oude landingsbaan die door erosie toch te kort was geworden om op te landen. Arda hecht aan de tradities en cultuur van de eskimo's. Met haar pollepel wijst ze naar een kast in het volgestouwde huis. Bovenop ligt een opgeblazen, binnenstebuiten gekeerde zeehond. Dat is de opslagplaats voor gefermenteerde vis. 'Welke eskimonaam zou jij willen?', vraagt ze. 'Grote Niesbui' en 'Degene die altijd thuis blijft'. Maar de verandering is onafwendbaar. Arda's kleinkind ligt tekenfilms te kijken op een matras en dochter Emily checkt haar e-mail op een laptop. Arda zelf reisde als kind iedere zomer mee met de rendierkuddes van haar vader. Zolang haar familie maar intact blijft en ze kunnen blijven jagen en vissen, zal ze er niet rouwig om zijn het eiland te verlaten. 'Bij zuidwesterstorm slaap ik slecht. De zee komt van alle kanten en het lijkt wel of het land dan wegvalt'. Al is er nog geen enkel perspectief, toch droomt ze al van het nieuwe dorp. 'Daar hebben we lekker de ruimte. Misschien zijn de buren straks wel mijlenver weg en wie weet is er plaats voor een garage en een auto.'

Antoinette de Jong schrijft regelmatig voor M.

Robert Knoth is fotograaf.

Soms zijn de ijsberen zo uitgehongerd dat ze kannibaal worden.

'De verwachting is dat de zeespiegel meer dan zes meter zal stijgen.

'Het is te warm. Als we het vlees nu te drogen hangen moeten we zeker drie keer per dag de vliegeneitjes eraf halen.'

'Klagen uw kinderen dat ze honger hebben? Moet u spullen verkopen omdat u bingo speelt? Bel ons!'