Bedrijvenopkoper Kravis moet IMF besturen

Het Eminent Persons Committee, dat woensdag verslag uitbracht over de financiën van het IMF, heeft alleen maar naar de inkomsten en niet naar de uitgaven van het IMF gekeken. Dat is typisch voor de op zelfbescherming gestoelde bureaucratie en de zwakke bestuurlijke organisatie van het IMF.

Omdat de activiteiten van het fonds zijn afgenomen, is het verstandiger om in de kosten te snijden en kapitaal aan de aandeelhouders terug te geven.

Binnen de context van het na de Tweede Wereldoorlog ingestelde mondiale monetaire systeem van Bretton Woods speelde het IMF een belangrijke rol in het reguleren van de internationale kapitaalstromen. Maar de groei van de mondiale kapitaalmarkten en het gebrek aan recente crises hebben ervoor gezorgd dat het IMF een tekort aan inkomsten heeft en verlies lijdt.

Het te gelde maken van zijn bezittingen kan meer inkomsten opleveren, maar dan nog zou het fonds nauwelijks breakeven draaien. De verkoop van zijn goud, dat voor een historische lage prijs van 57 dollar per ounce in de boeken staat, lijkt heel aanlokkelijk bij een marktprijs van 663 dollar; dat zou in het ouderwetse boekhoudkundige systeem van het IMF een fraaie winst te zien geven, die zou volstaan om de bureaucraten nog eens zeven jaar van te betalen.

Toch gaan zulke ‘oplossingen’ geheel voorbij aan het verminderde belang van het IMF. Niet alleen zijn er recent minder crises geweest, de economische en financi? gevolgen van reddingsoperaties door het IMF worden ook steeds sceptischer bekeken. Argentinië heeft aangetoond dat bemoeienis van het IMF morele risico’s met zich kan meebrengen. Het IMF biedt ook beleidsadviezen aan regeringen over economische en financiën aangelegenheden, maar er is geen enkele reden dat zulke diensten niet kunnen worden aangeboden door private financiële instellingen, zoals dat lang geleden ook gebeurde.

Het IMF is hard toe aan een saneringsoperatie. Het probleem is dat de interne aandrang om te veranderen afwezig is. Het Fonds wordt bestuurd door een 24-koppige Uitvoerende Raad van internationale bureaucraten, die ieder verschillende groepen landen vertegenwoordigen. Die structuur zal waarschijnlijk niet leiden tot maximalisatie van de aandeelhouderswaarde voor zijn eigenaren, de belastingbetalers in de wereld.

Als het IMF een private organisatie was, zou deze overgekapitaliseerde en opgezwollen instelling kwetsbaar zijn voor een overname door een participatiemaatschappij. Dat zal zeker niet gebeuren, maar de Verenigde Staten hebben er als grootste aandeelhouder wel belang bij dat hun geld niet over de balk wordt gegooid.

De Amerikaanse zetel in de Uitvoerende Raad is momenteel vacant. Bedrijvenopkoper Henry Kravis zou de ideale kandidaat zijn.

Martin Hutchinson

Topman Philippe Varin van Corus slaat mooie slag

Het is pas februari, maar het is niet te vroeg om Philippe Varin nu al als manager van het jaar te nomineren. De topman van Corus heeft de Brits-Nederlandse staalproducent samen met president-commissaris Jim Leng in de liefhebbende – en kapitaalkrachtige – armen van Tata Steel geloodst. De aandeelhouders van ontvangen 608 pence per aandeel. Dat is veel meer dan de 370 pence van vorig jaar september, om maar te zwijgen van de 60 pence uit april 2003, toen Varin aantrad.

Een vertienvoudiging van de beurskoers in drie jaar is een opmerkelijke prestatie. Beleggers zijn in die tijd weliswaar van gedachten veranderd over de vooruitzichten voor de staalindustrie – van een bijna-ramp naar conjuncturele groei – en Corus heeft het geluk gehad twee aan elkaar gewaagde gegadigden bereid te vinden onderling uit te vechten wie er met de prijs vandoor mocht gaan.

Maar goede managers weten hoe ze het geluk een handje kunnen helpen. Varin heeft drie grote besluiten genomen. In de eerste plaats was hij in staat de bittere vete tussen het Nederlandse en het Britse kamp te beslechten.

Hij wist de Nederlanders ervan te overtuigen dat hij geen geld zou verspillen aan hopeloze investeringen in Engeland, en de Britten zover te krijgen dat ze aanzienlijke inkrimpingen accepteerden.

In de tweede plaats zag hij de grenzen van zijn eigen saneringspogingen onder ogen. Het ‘Restoring Success’-plan zorgde ervoor dat het kostennadeel van Corus werd teruggedrongen, maar hoewel Varin de loftrompet stak over de recordwinst van 2005, legde hij de nadruk op de resterende zwakheden. De raad van commissarissen werd tot het inzicht gebracht dat het bedrijf niet zou kunnen bloeien zonder toegang tot goedkopere staalproductie buiten Engeland.

Tenslotte bleef hij zijn strategie trouw, zelfs toen die leidde tot de verkoop van het bedrijf aan een kleinere concurrent uit de derde wereld.

Dat is geen einde om trots op te zijn, ook al is het nog zo profijtelijk. Wellicht zijn de ervaringen van Leng als niet-uitvoerend directeur bij Pilkington van pas gekomen.

Corus volgde het voorbeeld van de Britse glasproducent door zichzelf aan een kleinere buitenlandse concurrent te verkopen.

Varin heeft goed verdiend aan zijn verblijf bij Corus, ook al was zijn salaris van 1,5 miljoen pond in 2005 volgens de huidige maatstaven nog niet eens zo hoog. Hij zou waarschijnlijk beter af zijn geweest met een gouden handdruk na de overname door Tata. Maar hij heeft nog eens twee jaar bijgetekend.

Geen wonder dan Tata hem zo graag wilde houden.

Edward Hadas