'Amerika moet leren zich weer te beheersen'

Ook de Duitse commentator Josef Joffe, hoogleraar in de VS en mede-uitgever van Die Zeit, vindt dat Bush met Irak een enorme blunder heeft begaan. Maar hij waarschuwt tegen al te makkelijke kritiek op de Verenigde Staten. Onlangs verscheen van hem 'Überpower; the Imperial Temptation of America'. Volgens Joffe kan de wereld niet zonder een sterk Amerika.

Dat supermacht Amerika dramatisch gefaald heeft in Irak ontkent Josef Joffe niet. De invasie was een blunder van historische proporties, 'misschien wel de meest onzinnige oorlog in de hele Amerikaanse geschiedenis'. Maar wie denkt dat de enorme macht van de Verenigde Staten nu als een illusie is ontmaskerd, heeft het mis, zegt hij. Amerika is geen imperium in verval, maar, zoals de titel van zijn vorig jaar verschenen boek luidt, nog steeds de Überpower van de wereld.

'Nog nooit is een land zo machtig geweest - strategisch, economisch en ook in cultureel opzicht. Dat is niet veranderd', zegt Joffe, een Duitser die met één been in Amerika staat. 'Maar tegelijk heeft Amerika veel vertrouwen verspeeld. Er is een gevaarlijke kloof ontstaan tussen die ongekende macht aan de ene kant, en het gebrek aan legitimiteit aan de andere. Die kloof moet snel gedicht worden.'

In zijn werkkamer op de zesde verdieping van het Pressehaus in Hamburg, hoofdkwartier van het weekblad Die Zeit, rookt Joffe een sigaar. Hij is net terug uit Californië, waar hij aan de befaamde Stanford-universiteit een reeks colleges over internationale betrekkingen heeft gegeven. Op zijn bureau ligt nog een stapeltje na te kijken werkstukken van zijn studenten.

Aan de muur hangt een voorpagina van Die Zeit uit de tijd dat hij nog hoofdredacteur was. Tegenwoordig zit hij, samen met onder meer oud-bondskanselier Helmut Schmidt, in het selecte gezelschap intellectuele steunpilaren van het blad, die op enige afstand van de dagelijkse journalistieke praktijk staan maar zich wel hoofdredacteur/uitgever mogen noemen.

Joffe, in 1944 geboren in wat nu Litouwen is en opgegroeid in (West-) Berlijn, leerde de Verenigde Staten kennen als scholier in een uitwisselingsprogramma en later als student aan Harvard. Zijn carrière heeft hij verdeeld tussen de journalistiek en de wetenschap (hij doceerde internationale politiek in München en aan tal van grote Amerikaanse universiteiten). Zijn artikelen verschijnen behalve in Die Zeit ook regelmatig op de opiniepagina's van Amerikaanse en Europese kranten (waaronder NRC Handelsblad) en in vakbladen als Foreign Affairs. Hij schreef boeken over onder meer het Duitse verzet tegen Hitler, kernwapens in de Koude Oorlog en de betrekkingen tussen Europa en Amerika. Deze zomer verscheen, eerst in de vs, Überpower; the Imperial Temptation of America. In het najaar volgde de Duitse vertaling: Die Hypermacht; Warum die USA die Welt beherrschen.

Aantrekkingskracht

Joffe is een machtsdenker. Als je hem vraagt of de Amerikaanse heerschappij niet juist op haar retour is, zegt hij: Nee, en dat is maar goed ook.

'Als je kijkt naar de cijfers en de fysieke bronnen van macht, dan zie je dat de Verenigde Staten nummer één zijn en nog lang zullen blijven - met hun economie van zo 12 biljoen dollar, met de grootste en modernste strijdkrachten van de wereld, en met die enorme culturele aantrekkingskracht. Dat laatste zie ik om me heen. In Stanford is twintig procent van m'n leerlingen geboren in een ander land. Zij zijn the best and the brightest en ze kiezen er niet voor om naar universiteiten in Duitsland of Nederland te gaan, nee, uit de hele wereld komen ze naar Amerika. Dat levert het land macht op. Zelfs linkse politici hier in Duitsland, die heel kritisch tegenover Amerika staan, zeggen tegen me: Jij hebt toch bij Harvard gezeten? Hoe kan ik zorgen dat mijn dochter daar wordt aangenomen?

'Die fysieke bronnen van de Amerikaanse macht zijn de afgelopen jaren niet aangetast. Het duurt zeker nog een jaar of vijftig voordat een land als China zo'n positie kan bereiken, en dan alleen als het in het huidige tempo blijft doorgroeien. Maar dat is in de geschiedenis van de economische modernisering geen enkel land ooit gelukt, altijd komt er een terugval en politieke onrust.

'Als je kijkt naar de niet-fysieke bronnen van macht, dan heeft Amerika door die onzinnige oorlog wél een groot verlies geleden: een verlies aan legitimiteit en gezag. Dat is een enorm belangrijke vorm van macht, die nodig is om anderen dingen te laten doen die ze eigenlijk niet willen doen, om landen en mensen te overtuigen, om ze over te halen om in het gareel te lopen en coalities te vormen.

'De wereld heeft Amerika nodig. Het zou een tragedie zijn als de oorlog in Irak de collectieve ziel van de Amerikanen zó beschadigt dat ze er de verkeerde les uit trekken. Dat ze de komende tijd terugdeinzen voor militair ingrijpen, ook als er wél veel goede argumenten voor zijn, als interventie wél legitiem en noodzakelijk is. Want wie doet het anders? Als de vs zich bijvoorbeeld helemaal terugtrekken uit het Midden-Oosten, de gevaarlijkste, meest instabiele en tegelijk belangrijkste strategische arena in de wereld, wie moet er dán een zekere stabiliteit proberen te herstellen?'

Einde van het Sovjet-imperium

Wie wil weten hoe Amerika in het Iraakse moeras is beland, stelt Joffe, moet verder kijken dan de misrekeningen van president Bush en zijn neoconservatieve raadgevers. Niet 11 september 2001 was het sleutelmoment waarop alles anders werd in de wereld, maar Eerste Kerstdag 1991 - toen iets over half acht 's avonds op het Kremlin voor het laatst de vlag met hamer en sikkel van de Sovjet-Unie werd gestreken. Met het einde van het Sovjet-imperium kwam het hele wereldtoneel er anders uit te zien. Een halve eeuw lang hadden twee supermachten elkaar min of meer in evenwicht gehouden. Maar nu Amerika zijn grote rivaal kwijt was kende de macht van het land eigenlijk geen beperkingen meer. De Amerikaanse Gulliver was niet meer met touwen vastgebonden, zoals in de Koude Oorlog, maar kon voortaan doen wat hij wilde in een wereld met alleen nog maar lilliputters. Sindsdien is Amerika een 'hyperpuissance', in de woorden van de voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine, een 'rusteloze reus', aldus Joffe, een Überpower die met vallen en opstaan bezig is te ontdekken hoe hij zijn macht verstandig kan gebruiken.

Maar een groot deel van de wereld heeft dat de afgelopen jaren aangezien, en geconcludeerd dat Amerikaans leiderschap grote gevaren met zich mee kan brengen. Steeds minder mensen, ook in Europa, geloven nog dat Amerikaanse bemoeienis met allerlei wereldproblemen werkelijk heilzaam, wenselijk en zelfs noodzakelijk is.

Joffe zucht, knikt instemmend en zegt dan, terwijl van buiten het gebeier van kerkklokken in zijn kamer doordringt: 'Dat komt deels door dat verlies aan gezag. Maar voor een ander deel is het te wijten aan anti-Amerikanisme, waar we in Europa een lange traditie van hebben. De oudere vorm van anti-Amerikanisme heeft te maken met wat Amerika is: dat nieuwe experiment, die stoomwals van moderniteit die een bedreiging vormde voor de gevestigde orde en de machtsstructuren in Europa. Een klassieker in het genre kwam van Talleyrand, de Franse minister van Buitenlandse Zaken die de Franse revolutie was ontvlucht en in Philadelphia terechtkwam. Dit land heeft 32 religies en eet maar één gerecht, verzuchtte hij. En dat hoor je nog steeds: Amerikanen zijn te religieus en ze hebben geen cultuur.

'Een andere vorm van anti-Amerikanisme heeft te maken met wat Amerika doet, en daar kan veel meer tegen gedaan worden. De regering-Bush werkte dit soort sentimenten in de hand, maar het beleid van Bush is een aberratie in de traditie van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Het verspreiden van democratie over de wereld is nooit eerder een reden geweest om oorlog te voeren. En dat hooghartige unilateralisme, het gebrek aan respect voor de behoeftes en wensen van andere landen, de botte onbeleefdheid... Een grootmacht moet andere landen soms dingen aandoen die ze niet prettig vinden. Maar dat kun je ook op een diplomatieke manier doen, zonder de ene belediging op de andere te stapelen.

'Ik denk dat veel Europeanen, of laat ik zeggen verstandige Europeanen, als ze erover nadenken mijn analyse delen. Zij begrijpen dat alleen de Verenigde Staten kunnen zorgen voor het behoud van wat je de Internationale Liberale Orde zou kunnen noemen: het systeem dat onder Amerikaanse invloed en met Amerikaans geld na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam, met zijn internationale organisaties en samenwerking tegen de krachten van de onvrijheid, zoals de Sovjet-Unie.

Kleinere landen hebben daar sterk van geprofiteerd.

'Kunnen de Europeanen op eigen houtje iets doen tegen een Noord-Koreaanse kernbom, kunnen ze een Iraanse kernbom voorkomen? Kunnen de Europeanen voldoende tegenwicht bieden tegen de macht van een herrijzend Rusland? Kunnen ze China zover krijgen dat het zijn markten opent? En hoe zit het met de strijd tegen het internationale terrorisme? En met de botsing van beschavingen?

'Kijk naar de grote problemen waar de wereld mee kampt, en vraag je af welke kandidaten er voor een oplossing kunnen zorgen: Rusland? China? India? Europa? Japan? Kunnen zij de Internationale Liberale Orde overeind houden? Het lijkt me niet.

'Er zijn mensen die tégen de Amerikaanse invasie van Irak waren, maar die nu zeggen: ze moeten zich niet helemáál terugtrekken, want dan is er niemand om een nog grótere ramp te voorkomen. Verstandige Europeanen die zich zorgen hebben gemaakt over een te machtig Amerika dat hooghartig de baas speelt, beseffen nu dat een zwak Amerika, of een sterk Amerika dat zijn macht niet gebruikt, nog erger is.'

Casus belli

Maar moeten we niet eerst erkennen dat Gerhard Schröder en de andere Europese leiders die zich indertijd verzetten tegen de Irak-oorlog, en die zich daarmee de woede van de Verenigde Staten op de hals haalden, gelijk hebben gekregen?

'Schröder had gelijk, maar om de verkeerde redenen. Ik geloof niet dat hij voorzag wat er zou gebeuren. Hij verzette zich, net als de Fransen, tegen het naakte Amerikaanse machtsvertoon. Schröder heeft een verwrongen wereldbeeld. In zijn memoires prijst hij Poetin als een eerlijk en gelovig man, maar Bush verwijt hij zijn geloof, die noemt hij een Jeanne d'Arc die stemmen hoort. Daar zit een vreemde wanverhouding in. Hij houdt niet van Amerika en zeker niet van deze regering - dat mag, maar het lijkt me geen reden om verliefd te worden op Poetin. Tegelijk zag Schröder dat hij de verkiezingen dreigde te verliezen, en hij besefte dat verzet tegen de oorlog hem electoraal kon redden.

'Hij bedreef ook een klassieke politiek van machtsevenwicht. Samen met Frankrijk en Rusland wilde hij tegenwicht bieden aan de ontketende Gulliver, die kon doen wat hij wilde. Want wat was de echte reden dat Bush Irak aanviel? Wilde hij laten zien dat hij alsnog kon doen wat zijn vader had nagelaten? Was het om de olie, of de vermeende massavernietingswapens? Of om het perspectief op democratisering van het Midden-Oosten? De beste verklaring is volgens mij: Bush deed het omdat het kón. De verleiding was te groot, er was geen tegenwicht van betekenis meer. De verleiding van de macht was de casus belli van deze oorlog.

'En vooral dáárom wilden Frankrijk, Duitsland en Rusland Mr. Big intomen. Ze wilden geen oppermachtig Amerika in het Midden-Oosten. Mensen en landen zijn van nature bang voor onbeperkte macht, dat is een constante in de internationale betrekkingen. Wat Amerika nu weer moet leren, is zich te beheersen. De reus moet voorzichtig omspringen met zijn macht. Dat is ook in zijn eigen belang.'

De regering-Bush mag gezwicht zijn voor de verleiding om Irak binnen te vallen, maar dat was toch niet onvermijdelijk? Zou een andere Amerikaanse regering, bijvoorbeeld onder een Democratische president, zich niet beter hebben kunnen beheersen?

'De drie vorige presidenten, Reagan, Bush-41 [vader-Bush, die de 41-ste Amerikaanse president was, je] en Clinton, waren terughoudend in het gebruik van de Amerikaanse macht. Reagan bombardeerde Libië één dag en viel het Caraïbische eilandje Grenada binnen. Bush-41 zette in de eerste Irak-oorlog wel massale militaire macht in, hij bracht het grootste Amerikaanse leger op de been sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog Maar hij zorgde ervoor dat hij internationale legitimiteit had, hij bouwde een coalitie - en toen hij de Irakezen uit Koeweit had verdreven stootte hij niet door naar Bagdad. Dat was geruststellend. En ook Clinton, die een jaar na de zelfmoord van de Sovjet-Unie aan de macht kwam en dus al kon opereren als een ontketende Gulliver, was terughoudend. Hij trok zijn troepen terug uit Somalië, hij bombardeerde Irak vier dagen en op de Balkan greep hij pas in nadat de slachtpartij daar al jaren had geduurd. De huidige president Bush heeft de fout gemaakt een grote oorlog te beginnen die geen Amerikaans belang diende.'

Ontnuchtering

Hebben de Amerikanen nu, vier jaar na de inval in Irak, werkelijk geleerd dat ook een Überpower zijn handelen moet legitimeren? Ze zullen wel moeten, meent Joffe.

'Een nuchterder, meer realistische opstelling is onontkoombaar. Bush heeft het zelf mooi gezegd, alleen was dat in 2000 tijdens zijn verkiezingscampagne en is hij het later vergeten: Als we een arrogant land zijn zal de wereld ons verfoeien, als we nederig maar sterk zijn zal ze ons verwelkomen.

'De grote fout waaraan het Rumsfeldse Amerika ten prooi is gevallen, was de gedachte dat je klaar was als je in drie dagen dwars door het leger van Saddam heen marcheerde. Als je in twee maanden de Talibaan op de vlucht dreef. Als je B52-ers in één stuk door van Missouri naar Afghanistan konden vliegen om hun bommen af te werpen. Maar dat was allemaal niet genoeg. In termen van macht zijn dat valuta waarmee je niet alles kunt betalen.

'In Irak heeft Amerika bij wijze van spreken een drilboor gebruikt, een prima instrument om Saddam mee te verdrijven. Maar daarna, als je de steun van de bevolking wilt winnen, heb je een tandartsboortje nodig en maak je de ellende met een drilboor alleen maar erger. Als de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog in Duitsland alleen de rauwe macht van tanks, bommenwerpers en bezettingstroepen waren blijven gebruiken, dan was hier heus niet zo'n mooie modeldemocratie ontstaan. De macht om iemands been te breken is niet hetzelfde als de macht om hem de waarde van democratie bij te brengen.'

Dus de les is: hard power is niet voldoende, je hebt ook soft power nodig, overtuigingskracht, bondgenootschappen, gedeelde waarden. Is Europa daar niet beter in dan de VS? Kan Europa niet een belangrijke rol spelen in de wereld? Joffe is skeptisch.

'In internationale betrekkingen is soft power erg belangrijk - maar soft power werkt vooral in a soft world. In de jaren negentig, toen de Koude Oorlog voorbij was en opeens alle strategische bedreigingen verdwenen leken, was het effectief. Al die landen uit het voormalige Oostblok wilden zich opeens bij de Europese Unie voegen.

'Maar als strategische bedreigingen weer de kop op steken, zoals terrorisme, de nucleaire ambities van Iran of de nieuwe machtspolitiek van Rusland, dan verliest soft power veel van zijn waarde. Dan blijkt dat een grote speler zowel soft power als hard power nodig heeft. En die twee hebben met elkaar te maken: Amerika heeft zo'n enorm reservoir aan economische en culturele aantrekkingskracht en andere soft power omdat het ook zo krachtig is op het gebied van hard power.'

Maar daarmee heeft het land van de Irak-oorlog en Guantánamo Bay zijn gezag en het vertrouwen van zijn bondgenoten nog niet teruggewonnen. De kloof tussen macht en legitimiteit is nog niet gedicht. Hoe kan Amerika dat voor elkaar krijgen?

'De Amerikaanse regering moet zich weer veel meer met de rest van de wereld engageren. Er kunnen goede argumenten tegen het verdrag van Kyoto zijn, maar je kan niet zeggen: we kijken zo op jullie standpunt meer dat we er niet eens over willen praten. In dat soort kwesties moeten de Amerikanen op zijn minst het gesprek aangaan en onderhandelen. Verder zouden ze hun macht economischer moeten gebruiken, en niet meer op eigen houtje ten oorlog trekken. En om die Internationale Liberale Orde in stand te houden is cruciaal dat Amerika meer samenwerkt in multilaterale verbanden, en bijvoorbeeld op handelsgebied minder bilaterale verdragen afsluit en meer binnen de Wereldhandelsorganisatie doet. Dat is de verantwoordelijkheid die een grootmacht heeft.

'Of Amerika daarmee weer geliefd wordt? Je moet onderscheid maken tussen emoties en belangen. De emoties over Amerika kunnen een belangrijke rol spelen, maar ze zijn niet doorslaggevend. Nergens worden de Amerikanen meer gehaat dan in de Arabische wereld. Maar kijk eens wat ze er doen: ze beschermen Saoedi-Arabië, Jordanië, de kleine Golfstaten en ze zorgen er voor dat de olie-export door de Straat van Hormuz wordt veiliggesteld. Wat die landen ook denken van de Verenigde Staten, ze willen echt niet dat ze de regio verlaten.'

Maar als na het fiasco in Irak ook de operatie in Afghanistan op een mislukking uitloopt, kan het idee dat Amerika een Überpower is zo'n afgang wel overleven?

'Denk je echt dat Amerika zijn machtige positie in de wereld zou verliezen omdat het samen met zijn bondgenoten Afghanistan niet onder controle kan krijgen? Afghanistan? Grote machten worden ten val gebracht door andere grote machten - Hitler-Duitsland en Japan door de Verenigde Staten en hun bondgenoten, Napoleontisch Frankrijk door de Britten en hun coalitie. De Vietnam-oorlog was ook een pijnlijke nederlaag en een grote desillusie - maar met de Amerikaanse macht in die regio en daarbuiten was het daarna bepaald niet gedaan.

'De echte problemen voor het Westen hebben met heel andere zaken te maken, zoals onze afhankelijkheid van geïmporteerde energie. Als het Westen een coalitie zou kunnen vormen om dát probleem aan te pakken, dan werk je echt aan de veiligheid op de lange termijn.'

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Ilse Frech is fotograaf.

[streamers]

'Een grootmacht moet andere landen soms dingen aandoen die ze niet prettig vinden.'

'Bush heeft de fout gemaakt een grote oorlog te beginnen die geen Amerikaans belang diende.'