‘Alleen strategie van spreiding werkt in alle tijden’

Daan Potjer Foto Maarten van Haaff Daan Potjer, fondsbeheerder bij ABN/Amro. Amsterdam, 2 feb 2007. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Door Jeroen Wester

Een maand vóór de beurskrach van 1987 werd het All in Fund van ABN Amro opgericht. Maar van grote crises als die van 1987 heeft dit gemixte beleggingsfonds weinig last.

All in, betekent dat soms dat er geen bijkomende kosten zijn?

Daan Potjer: „Dat ook. Maar de naam verwijst vooral naar onze beleggingsbenadering. Ons fonds heeft een hele brede spreiding en een laag risico. Wij beleggen in verschillende markten, met verschillende stijlen: obligaties, aandelen, vastgoed en cash. Bij oprichting sloot het aan bij de zogeheten moderne portefeuilletheorie: er bestaan verschillende beleggingsvormen met verschillende verhoudingen tussen risico en rendement. Die hangen onderling weer samen, waardoor je via spreiding risico’s kunt wegdiversifiëren. Op de theorie is wat kritiek gekomen, maar wij maken gebruik van het voortschrijdend theoretisch inzicht in de voordelen van het combineren van beleggingscategorieën.”

Beleggen gaat toch om scherp kiezen, bent u een conglomeraat onder de beleggingsfondsen?

„Het is juist een bewuste keuze om zo risico’s te spreiden. In oktober 1987 kwam de beurskrach bij ons al veel minder hard aan omdat we zo’n mix hebben. En ook in de periode 2000 tot 2003 hebben wij weinig last gehad van de misère op de beurzen. Ons vertrekpunt is ruwweg 55 procent obligaties, 20 procent aandelen, 10 procent vastgoedbeleggingsfondsen en 15 procent in kas.”

Waarom zoveel in kas?

„Dat hoort ook bij de strategie van spreiding. Wij zien kasgeld als een volwaardige beleggingscategorie. Als alle markten naar beneden komen, dan weet je dat cash het goed doet. Cash is een anker in bange tijden. Je kunt geen beleggingsbeleid voeren op natuurrampen of terroristische aanslagen. Het enige dat daartegen werkt, is spreiding. Dát werkt in alle tijden.”

Leent u ook wel eens om het rendement op te krikken?

„Nee, wij zijn een eenvoudig fonds en gebruiken dat soort technieken niet. Wij zijn met 1,1 miljard beheerd vermogen zo’n groot fonds dat we de koers van het hele schip niet snel kunnen wijzigen. Om toch op specifieke situaties in te spelen maken we wel gebruik van termijncontracten, bijvoorbeeld omdat we verwachten dat een bepaalde Aziatische beurs het beter gaat doen. Als we dan allemaal Aziatische aandelen moeten gaan kopen, moeten we veel te veel kosten maken.”

Uw prestaties blijven achter bij die van een ander mixfonds van ABN Amro. Hoe komt dat?

„Het is altijd erg moeilijk om je prestaties ergens mee te vergelijken. Het ene mixfonds zit weer meer in aandelen, het andere weer meer in obligaties. Wij hebben een obligatie-achtig risico, maar een hoger rendement. In 2006 daalden wereldwijd alle obligaties in waarde, maar wij hadden een positief rendement. Wij hebben niet voor niets vijf sterren van Morningstar [het belangrijkste keurmerk onder beleggingsfondsen, red.] Onze Sharpe-ratio [ vernoemd naar een van de Nobelprijswinnaars die de moderne portefeuilletheorie ontwikkelden, red.] zit boven de 1. Dat betekent dat wij – gecorrigeerd voor het genomen risico – een goed rendement behalen.”

    • Jeroen Wester