Adieu Tower. Over de ondergang van een cd-winkelketen

De digitale generatie bezoekt geen cd-winkels meer. Joost Zwagerman over een bedreigd cultuurgoed

UIT HET AMERIKAANSE STRAATBEELD VERDWENEN: filiaal van Tower Records in West Hollywood, Californië Foto AP The headlights of cars are blurred in this time-exposure photo of Tower Records in West Hollywood, Calif., Wednesday, Oct. 11, 2006. Tower Records is in the midst of a liquidation sale to clear their shelves before the chain closes their door. After the close of the auction of the record seller's assets Friday, a federal bankruptcy judge approved the sale of California-based Tower Records to the Great American Group, which plans to liquidate the music retailer. (AP Photo/Kevork Djansezian) Associated Press

Ziet iemand nog wel eens mensen van rond de twintig een cd aanschaffen? Ik steeds minder. Mijn favoriete cd-winkel bevindt zich in de Utrechtsestraat in Amsterdam. Die zaak begint steeds meer op een inloopcentrum voor dertig- en veertigplussers te lijken. Wie jonger is, taalt blijkbaar niet meer naar de compact disc als tastbaar en te koesteren bezit. Men downloadt, brandt, ript of wisselt digitale muziekbestandjes uit, en daar wordt veel financieel voordeel mee behaald. De snelheid en het gemak waarmee je op die manier muziek binnenhaalt, maakt de gang naar een gespecialiseerde cd-winkel tot iets overbodigs. Wie die gang tóch maakt, is in de ogen van de brand- en ripgeneratie een sneu type, een digibeet die de weg niet kent in rippersland.

Naar verluidt heeft in Amerika de muziek uit de digitale waterkraan het faillissement van de befaamde muziekketen Tower Records veroorzaakt. Zes weken geleden sloten in New York en Los Angeles de laatste filialen van Tower, en sindsdien beleeft men in Amerika in bepaalde kringen van hartstochtelijke elpee- en cd-kopers een hardnekkige rouw. Het faillissement van Tower Records zal aan de branders en rippers voorbij zijn gegaan. Hoogstens staan zij een moment stil bij de verdwijning van de oranje lichtbakken met het Tower-logo uit het straatbeeld in New York en Los Angeles, waar zich de beroemdste en meest geliefde filialen bevonden – want bij Tower was het ene filiaal het andere niet. Zo was het assortiment in New York in het filiaal in Lafayette veel breder en avontuurlijker dan in de winkel op Lincoln Square.

De afgelopen weken luidden Amerikaanse webloggers en columnisten Tower Records weemoedig uit. Vrijwel al die rouwenden zijn ouder dan veertig. Onder hen zelfs is een enkele Hollywoodster. In, of all papers, The Huffington Post schreef acteur Alec Baldwin (1958) een van weemoed overlopend saluut aan Tower: ‘In Los Angeles gingen mijn vrienden en ik ’s avonds uit naar Tower, op Sunset Boulevard. Een avond in Tower in West Hollywood was niet een stop die je even maakte. Het WAS de avond. Je kon er uren rondhangen. Er werkten geweldige mensen. (-) Je ging op jacht naar muziek met behulp van mensen die er echt iets van afwisten.’

Wie ooit een Tower-zaak bezocht, zal dit herkennen. In ieder Tower-filiaal werkte een verkoopploeg van kenners, om niet te zeggen fanatici. In New York trok een verkoper een besmuikt gezicht toen ik in 1981 een album van de Talking Heads wilde aanschaffen. Het net verschenen duo-project van David Byrne en Brian Eno was een betere aankoop, stelde de verkoper voor. We kwamen in gesprek en ik verliet het pand met niet alleen My Life In The Bush Of Ghosts van Byrne en Eno, maar ook met een Amerikaanse persing van iets van Tuxedomoon en een luxe-uitgave van Closer van Joy Division. Neem nota dat Joy Division in 1981 in Europa misschien nog redelijk obscuur was, maar in de VS was de groep pure samizdat. Die keer in ’81 begonnen twee personeelsleden van Tower in mijn bijzijn een gesprek over Joy Division maar ook over P.I.L. en The Clash. Het was het soort gesprek dat later door Nick Hornby in High Fidelity zou worden vereeuwigd: een gesprek op leven en dood over de dip in track zus op album zo. De verkopers waren popfundamentalisten van het vreedzame slag – hoewel er uitzonderingen bestonden. Ik maakte eens mee dat een jongen in een Tower-filiaal in San Francisco weigerde een album van Vanilla Ice af te rekenen met een meisje. De jongen bedoelde het goed; ze ‘verdiende beter’, zei hij, en eigenlijk deed hij een poging tot versieren. Maar het meisje vatte het op als bemoeizucht, terwijl de jongen vond dat hij onmiskenbaar service verleende.

Vorige maand was ik, vlak voor kerst, nog net op tijd om in New York de nog geopende Tower-filialen te bezoeken. Ik zag generatiegenoten een weemoedrondje maken door de onttakelde winkels. Cd’s waren afgeprijsd met 90 procent korting, maar wat er nog in de schappen stond ging zelfs met die korting niet weg. Nu pas viel het echt op dat Tower al die jaren nooit aan enige restyling had gedaan. Er was geen ontkomen aan de blauwe en oranje cd-bakken, de geeloranje winkelverlichting, de donkerbruine wanden en de al te massieve oostbloktoonbanken waarachter het zichtbaar afgematte personeel zich bevond.

Wat is het alternatief nu de epoche van Tower Records ten einde is? Moet je jezelf nu een bezoek aan een Virgin Megastore aandoen? Filialen in Londen vormen een gunstige uitzondering, maar als je in een gemiddelde Virgin Megastore iets aan een verkoper vraagt over de beschikbaarheid van welke cd dan ook, komt je dat te staan op een blik van schrik en verwarring – alsof je zojuist een obsceen voorstel hebt gedaan. Afrekenen, dat kunnen ze nog net. Maar vraag vooral niet iets meer.

Alleen de speciaalzaken bieden nog soelaas. Op de klassieke afdeling van mijn ‘eigen’ zaak in de Utrechtsestraat in Amsterdam kan ik me bij gelegenheid vergapen aan de choreografie achter de toonbank. Als het druk is bij de kassa, zeilen de twee verkopers van die afdeling heen en weer, als topkoks die achter hun pannen staan. Met Shiva-armen doen ze drie dingen tegelijk, cd’s in recorders schuiven, uit hoesjes plukken en in kadoverpakking stoppen.

„Dít is een goeie aanschaf”, zei een van de verkopers van die afdeling een keer tegen me tijdens het afrekenen. Terwijl hij het zei, gaf hij met zijn vingertoppen lichtjes maar trefzeker een goedkeurende roffel op een van de drie cd-hoesjes. Even had ik bij het verlaten van de winkel het gevoel te zijn geslaagd voor een onhaalbaar geacht examen. Dat gevoel herkende ik van vroeger, toen ik eind jaren zeventig met mijn laatste dollars een stapel van veertien elpees afrekende in Tower. Veertien stuks! Ik vond het een uitzinnige aanschaf, die me maanden van armoede zou opleveren. ‘Good choice!’ zei de man achter de counter en maakte een schuinse hoofdknik. Die man was in de dertig en dus dubbel zo oud als ik. Op de weg terug in het vliegtuig beleefde ik de hele reis een ingehouden opwinding over mijn aankoop die ik dankzij het commentaar van de Tower-verkoper kon verantwoorden. Good choice! Ik beschouwde die uitroep als een verstrekking van het Tower-certificaat. Ik had niet slechts een aanschaf gedaan; ik was door de ballotage gekomen.