‘VS doen meer voor klimaat dan EU’

Internationale verdragen zullen de opwarming van de aarde niet voorkomen, zegt de Amerikaanse ambassadeur bij de EU.

Ambassadeur Gray Foto EU José Manuel Barroso, President of the EC, received the credentials from C. Boyden Gray, United States' Permanent Ambassador to the European Union EU / C Lambiotte

Nee, president George Bush twijfelt helemaal niet aan het bestaan van klimaatverandering. „De Amerikaanse president heeft herhaaldelijk gezegd dat klimaatverandering bestaat en dat de mens eraan bijdraagt”, zegt C. Boyden Gray, de Amerikaanse ambassadeur bij de Europese Unie, in zijn Brusselse kantoor. Maar dat wil nog niet zeggen dat het Kyoto-protocol, waarin wereldwijd normen zijn vastgelegd voor het terugdringen van broeikasgassen, een goed idee was. Bush heeft Kyoto terecht afgewezen, vindt Gray, al verdient de manier waarop hij dat heeft gedaan misschien geen schoonheidsprijs.

Maar één ding weet Gray wel zeker: wat de VS inmiddels op het gebied van klimaat doen, is veel meer dan wat Europa doet. Neem nou het voorstel van de president in zijn State of the Union om de uitstoot van kooldioxide in de transportsector in tien jaar met 20 procent te verminderen. „Dat is een krachtig, een zeer krachtig initiatief.” Zo krachtig zelfs, dat Gray twijfelt of het Congres ermee zal instemmen.

Volgens de ambassadeur, die onder president Bush senior al betrokken was bij de zogeheten Clean Air Act, had Bush junior geen keuze toen hij Kyoto afwees. „De Senaat had ten tijde van de regering-Clinton het klimaatverdrag al unaniem afgewezen.” Dus als Bush Kyoto niet naar de prullenmand had verwezen, had het Congres dat wel gedaan – of dat nu door Republikeinen of door Democraten wordt gedomineerd.

Maar los van het politieke spel, was er volgens Gray vooral inhoudelijk een goede reden om Kyoto te negeren. China en India worden in het Kyoto-protocol nog als ontwikkelingslanden omschreven en hoeven daarom helemaal niets te doen, maar „zonder deelname van China en India aan een mondiale aanpak heeft alles wat de Europese Unie unilateraal doet, of wat de VS doen, of wat Europa en Amerika samen doen, helemaal geen zin”.

De Chinese rook komt volgens Gray rechtstreeks over de oceaan in Californië terecht. Er is Amerika dus heel veel aan gelegen om China bij een klimaatverdrag te betrekken. „Er wordt daar iedere week een nieuwe kolencentrale geopend, iedere week!”, zegt Gray. „Over twee jaar produceert China meer broeikasgassen dan wij.”

Gray vindt daarom dat heel snel de technologie moet worden ontwikkeld voor schone kolencentrales. „De Amerikaanse regering steekt daar veel geld in, veel meer dan de Europese Unie. Amerika en Europa zijn op dit gebied bezig aan een wedstrijd. Wie als eerste de technologie ontwikkelt waarmee het klimaatprobleem kan worden opgelost, heeft gewonnen. Als jullie eerder zijn: best, want we zullen er beiden van profiteren. Maar ik denk dat wij gaan winnen.”

In de Europese aanpak van klimaatverandering heeft Gray geen enkel vertrouwen. Neem nou de emissiehandel, een systeem dat bedrijven het recht geeft een vooraf vastgestelde hoeveelheid kooldioxide uit te stoten en een eventueel overschot aan rechten te verkopen aan bedrijven die het slecht doen. Niet het principe is fout, het is zelfs een Amerikaanse uitvinding die in het verleden heel succesvol was bij het terugdringen van de zwaveldioxide-emissies, „dus de VS hebben het recht om hierover kritisch te zijn”. Maar het systeem werkt volgens Gray averechts als niet iedereen meedoet. „Bedrijven verplaatsen hun productie gewoon naar China of India als ze in eigen land te veel gehinderd worden”, zegt Gray. En hij heeft weinig vertrouwen in Chinese deelname aan een internationaal systeem van emissiehandel.

Gray heeft, dat is wel duidelijk, weinig vertrouwen in onderhandelingen en politieke afspraken. Praktische samenwerking en vooral technologische vernieuwing moeten het tij keren. Een rol voor de Verenigde Naties, de organisatie die verantwoordelijk is voor het Kyoto-protocol, ziet Gray daarbij niet. „De VN kunnen doen wat ze willen, maar nieuwe technologie zullen ze niet ontdekken.”