Vermalen door de kerk

John Donne’s poëzie was sensueel en realistisch. Een nieuwe biografie verweeft werk en leven op knappe wijze.

Dichter John Donne Ullstein Bild JOHN DONNE (1573-1631). English poet. Oil, c1595, by an unknown artist. Ullstein bild

John Stubbs: Donne. The Reformed Soul. Viking, 565 blz. € 42,40

Op de grens van de 16de en de 17de eeuw woedden in West- en Midden-Europa nog altijd de godsdienstoorlogen. Protestanten stonden tegenover rooms-katholieken, en vooral in Engeland was dat een heftige confrontatie. De soevereine vorst was daar ook hoofd van de Anglicaanse kerk. Dat betekende dat wie als katholiek de zijde van de paus koos verraad pleegde tegen het eigen vorstenhuis. Het was dus verboden om de katholieke gezindheid uit te dragen of zelfs maar te praktiseren. Wie over de schreef ging werd gevangen gezet of, bij het vermoeden van leiderschap, op gruwelijke wijze ter dood gebracht.

In dit pandemonium werd in 1572 de Engelse dichter John Donne geboren als zoon van een katholieke ijzerhandelaar. Dat zette hem van meet af aan op achterstand. Niettemin werd hij met zijn jongere broer Henry in 1584 toegelaten tot de universiteit van Oxford. Henry was toen net elf; de broers waren vier of vijf jaar jonger dan het merendeel van hun collega-studenten. Dat was geen toeval. Wie zestien werd moest zich in Oxford per eed loyaal verklaren aan de Anglicaanse kerk en aan koningin Elizabeth. Voor een katholiek was het dus zaak om voor je zestiende af te studeren.

Dat deden ze niet. John ging in 1592 in Londen rechten studeren. Henry trof het sombere lot van betrapte papisten. Omdat hij een roomse priester onderdak zou hebben geboden werd hij in 1593 gearresteerd en vastgezet in de gevangenis van Newgate. Dat was zoveel als een doodvonnis; in hetzelfde jaar nog overleed hij. John trok intussen de aandacht als een briljant student, maar hij zou de studie nooit afmaken. In 1596 ging hij onder zeil met de vloot van de graaf van Essex. Doelwit was het Spaanse Cadiz, dat inderdaad in de as werd gelegd. Een jaar later volgde een militair minder succesvolle tocht naar het eiland Ferrol en de Azoren. Johns deelneming aan deze anti-Spaanse expedities verstevigde zijn maatschappelijke positie. Hij had openlijk de kant van de protestanten gekozen. Sir Thomas Egerton, de Lord Keeper, beloonde zijn loyaliteit door hem in 1598 als secretaris in dienst te nemen.

Intussen circuleerden de als controversieel beschouwde gedichten van John Donne onder een select, Londens publiek. In handschrift, want zijn Elegies (geschreven tussen 1593 en 1596) en Songs and Sonnets (ca. 1600) zouden pas in 1635, vier jaar na Donne’s dood, in druk verschijnen. Niettemin werden 19 van zijn verzen al vanaf 1630 door Constantijn Huygens in het Nederlands vertaald. Huygens had Donne persoonlijk aan het Engelse hof ontmoet en hem ook horen preken. Hij was diep onder de indruk van de realistische en sensuele stijl van Donne’s verzen, die opvallend veel meer beeldspraak bevatten dan de poëzie van zijn tijdgenoten. ‘’T is my veel eers’, noteerde Huygens, ‘soo grooten Man nagestamert [= vertaald] te hebben.’

Het is de verdienste van de jonge Britse literatuurhistoricus John Stubbs, dat hij in zijn biografie van Donne, diens satirische gedichten, liefdesverzen en later ook zijn preken als rode draad door het caleidoscopische levensverhaal rijgt. De optiek van zijn biografie is vooral het godsdienstige spanningsveld, waarin Donne als deken van de St. Paul’s Cathedral in Londen zou eindigen, maar zijn blikveld is ruim. De internationale conflicten, de nu eens kwaadaardige, dan weer laffe ambities van hovelingen, cultuurhistorische details en wankele randfiguren passeren de revue. Niet in een academisch betoog, maar in een literair getoonzet, stilistisch gedreven verhaal. Daarbij nuanceert Stubbs respectvol de conclusies van eerdere Donne-biografen, zoals R.C. Bald (1970), John Carey (1981) en Dennis Flynn (1995). Die hebben achtereenvolgens vooral Donne’s levensverhaal, zijn artistieke kwaliteiten, en zijn connecties met de oude katholieke adel belicht. Stubbs biedt het hele panorama.

Sir Egerton vond John Donne ‘een secretaris die beter een koning zou kunnen dienen dan een onderdaan’, maar Donne zou niet lang in zijn dienst blijven. Tijdens de Advent in december 1601 trouwde hij tegen alle kerkelijke en burgerlijke regels in met de minderjarige Ann More. Pas in februari 1602 meldde hij dat aan haar vader, die geen toestemming had kunnen geven en niet bereid was dat alsnog te doen. Donne ging de gevangenis in en werd door Egerton, in wiens huis John Ann had leren kennen, ontslagen. Een hardnekkige anekdote wil dat Donne toen op zijn keukendeur ‘John Donne, Ann Done, Undone’ zou hebben geschreven. Die tekst zou voorspellend blijken. Weliswaar besloot het kerkelijk gerecht in april 1602 dat het huwelijk geldig was, maar Johns maatschappelijke rol was voorlopig uitgespeeld.

‘They were now outsiders, with nowhere to live and nothing to live on,’ stelt Stubbs. Liefdevolle, maar moeizame jaren volgden. John en Ann gingen in ballingschap naar Pyrford in Surrey, waar Ann jaarlijks een kind zou baren. Intussen bouwde John aan een nieuwe toekomst. Dat hield in dat hij veel reisde en Ann alleen liet. Hun levensverhaal is in deze periode vooral op Donne’s brieven gebaseerd. Stubbs verzucht al in eerdere fase van zijn biografie dat het ontbreken van bronnen tot verzinsels verleiden kan. Over de geïsoleerde periode in Pyrford en later in Mitcham buiten Londen is hij zelfs furieus over het gebrek aan concrete gegevens van en over Ann. Het is schandalig, vindt hij, dat er geen portret en geen brieven van haar zijn overgebleven. Zelfs Anns grafmonument uit 1617 is niet bewaard. Zo verdwijnen vrouwen, aldus Stubbs, in de patriarchale geschiedschrijving.

In de ruim 300 bladzijden die na deze conclusie nog volgen, verhaalt John Stubbs Donne’s jarenlange gevecht om de terugkeer naar aanzien. Het is het verhaal van een verkeerde weddenschap. Via reizen naar Frankrijk en een diplomatieke missie naar onder meer Heidelberg zoekt Donne zich een plaats aan het hof. Intussen kietelde hij koning James onder de kin met pro-anglicaanse geschriften zoals Pseudo-Martyr (1610), kreeg hij een eredoctoraat in Oxford en publiceerde hij een elegie voor de jong gestorven prins Henry. Maar al die pluimstrijkerij en eer hielpen hem niet aan een diplomatieke baan. De koning had andere plannen met hem. Op 23 januari 1615 werd Donne deken van St. Paul’s. Tot kort voor zijn dood in 1631 zou hij daar preken houden die een even grote reputatie zouden verwerven als zijn poëzie.

Hoe Donne’s oordeel over zijn vroege dichtwerk en satires, en ook zijn oordeel over de erotiek die hij in zijn jeugd openhartig bezongen had, kenterden, is de kern van de laatste katernen van Donne, The Reformed Soul. In die pagina’s overtuigt John Stubbs zijn lezers van de bezonken denkkracht van de even lyrische als religieuze ‘Laureate Wit’, zoals hij al door zijn tijdgenoten al werd genoemd.