Shell zet in op technisch moeilijke projecten

De strijd om olie en gas wordt steeds heftiger, zo merkt ook Shell. Het bedrijf gokt op technologie om de rivalen te verslaan en de productie de komende jaren te laten groeien.

In het volgende decennium komt het goed.

Na 2009 zal het enorme Pearl-project in Qatar, waarbij schonere diesel wordt gewonnen uit aardgas, op stoom komen, zal de productie van teerzanden in Canada 60 procent groter zijn dan vandaag. Wellicht zullen enige van de 45 grote projecten wereldwijd van meer dan 100 miljoen dollar (77 miljoen euro) operationeel zijn.

Shell wijst naar de toekomst als het gaat om de verhoging van de olie- en gasproductie. Gisteren, tijdens de presentatie van de jaarcijfers over 2006, bleek dat de productie vorig jaar daalde, van 3,52 miljoen vaten per dag naar 3,47 miljoen. In 2007 zal het cijfers uitkomen tussen de 3,3 en 3,5 miljoen vaten olie-equivalent. Daarmee was de eerdere prognose van 3,5 tot 3,8 miljoen vaten verdwenen en ook de productieverwachting voor 2009 van rond de 3,9 miljoen vaten is van tafel.

Dalende productie is slecht nieuws voor een energiebedrijf. Shell kon dit keer echter weinig doen aan de daling. Onlusten in Nigeria, waar het 10 procent van de olie vandaan haalt, zorgt ervoor dat dagelijks 180.000 vaten olie minder worden opgepompt. Lokale stammen ontvoeren regelmatig medewerkers van olieconcerns en Shell vindt het risico te groot om nu al terug te gaan. Dat de productie dit jaar marginaal zal groeien heeft ook met Nigeria te maken want zelfs als Shell morgen terugkeert in de Nigerdelta zal het tijd kosten eer de olie weer stroomt.

Shell is al enige tijd bezig de productie in Nigeria te verleggen naar de wateren voor de kust van het Afrikaanse land, niet bedreigd door rebelse stammen die meer opbrengsten willen uit de olie- en gasgelden.

De ervaringen in Nigeria – ontvoeringen en onrust komt er al jaren voor – en onlangs in Rusland weerhouden Shell niet van investeringen in risicovolle landen en projecten. In Rusland werd Shell afgelopen maanden gedwongen een deel van het belang in Sachalin te verkopen aan staatsbedrijf Gazprom. Desondanks werd deze week bekend dat Shell onderzoekt of het mee kan doen bij de gaswinning in Iran, in potentie een van de grootste olie- en gasleveranciers ter wereld. De definitieve investeringsbeslissing waarmee miljarden gemoeid zijn wordt pas volgend jaar genomen, maar een investering in Iran is gevoelig gezien de verhoudingen tussen het land en het westen, met name de VS.

Weer een onzeker land dus. Aan de andere kant is er de investering in het stabiele Canada en gaat er veel geld naar projecten in Qatar, Brazilië en Australië. De afgelopen twee jaar boorde Shell 28 potentiële big cats aan, velden die meer dan 100 miljoen vaten opleveren; 14 bleken de belofte in te lossen. Shell boekte 2 miljard vaten aan reserves bij vorig jaar, en de zeer belangrijke vervangingsratio kwam uit op 150 procent, waarmee voor het eerst in jaren weer meer olie werd gevonden dan dat er werd opgepompt. Shell investeert fors in de zoektocht en ontwikkeling: in 2006 21 miljard dollar (16 miljard euro) en in 2007 22 tot 23 miljard dollar (17 tot 18 miljard euro).

Het geld gaat veelal naar lastige en technologisch moeilijk uitvoerbare projecten zoals Sachalin, de teerzanden in Canada, en boringen in diepe wateren. Shell weet dat er bij standaardprojecten tientallen rivalen zijn. Rivalen vallen echter snel af bij geavanceerde projecten waarvoor veel geld en technologische kennis nodig is.

De olie en gas die Shell zo oppompt moet de productie jaarlijks doen stijgen met 2 tot 3 procent, in het komende decennium.