‘Schoonmaken doe je niet met het hoofd naar beneden’

Het ‘vermarkten’ van huishoudelijke hulp heeft tot veel onrust geleid. Maar in Hengelo zijn er weinig overlopers. „Waarom zou je voor een onbekende kiezen?”

Onrust bij cliënten die hun vertrouwde hulp zagen verdwijnen, en protesten van thuiszorgwerknemers die vreesden voor hun baan. Het vermarkten van de hulp in de huishouding veroorzaakte eind vorig jaar veel ophef. Thuiszorgorganisaties kunnen na een aanbestedingsprocedure hun werkterrein uitbreiden, anderen zijn bedankt voor hun diensten.

De gevolgen zijn nog niet uitgekristalliseerd – er lopen bezwaarprocedures of gemeenten hebben de procedure uitgesteld – maar in Hengelo is ook na aanbesteding ogenschijnlijk veel bij het oude gebleven. Voor 1 januari had thuiszorginstelling Carint 65 procent van de markt voor hulp in de huishouding in handen en dit is nog steeds zo. Maar ook in de vier Twentse gemeenten waar Carint buiten de boot viel, en de werknemers protesteerden bij gemeentehuizen, zijn de gevolgen beperkt. Carint gaat daar als onderaannemer voor de Enschedese thuiszorginstelling Livio aan de slag. „Tevreden cliënten wil je houden. En als organisatie heb je volume nodig om iedereen aan het werk te houden”, verklaart bestuursvoorzitter Ton Swagerman van Carint.

Carint heeft in januari 39 van de 7.081 huishoudelijke hulp-clïenten verloren. Opvallend: de klanten die Carint via onderaanneming zegt te hebben behouden, worden door Livio beschouwd als hun nieuwe klanten. „Wij zijn de zorgaanbieder en Carint levert volgens onze voorwaarden de mensen die wij tekort komen”, zegt directeur Hans Arnoldy. In Hengelo verwacht hij niet veel nieuwe klanten. „Er zijn weinig overlopers. De meeste mensen kiezen voor continuering van de bestaande zorg.”

Zo vreemd is dat niet, zegt directeur Jan van Hees van Thuiszorg Noord West Twente, een andere nieuwkomer in Hengelo. „Waarom zou iemand voor een onbekende kiezen?” Zijn organisatie is in Hengelo veel minder bekend dan marktleider Carint. Om die achterstand in te lopen, moet geïnvesteerd worden in naamsbekendheid. Dit staat op gespannen voet met de tarieven, die in Twente 20 procent lager zijn dan de maximumtarieven die tot 1 januari werden betaald. „Voor een partij die nieuw is in een werkgebied is dit te weinig”, zegt Van Hees. Waarom hij zich dan toch op de Hengelose markt begeeft? „Wij moeten wel naar buiten, anderen treden namelijk ons werkgebied binnen.”

Maar als thuiszorginstellingen hun cliëntenverlies op grote schaal via onderaanneming repareren, is de aanbesteding „grotendeels overbodig” geweest, zegt Van Hees. „Er wisselen dan nauwelijks cliënten van zorgaanbieder.” Hij heeft de Twentse gemeenten gevraagd de mogelijkheden voor onderaanneming te beperken en het persoonsgebonden budget (PGB) financieel minder aantrekkelijk te maken. Instellingen die een gunning verloren, hebben cliënten gestimuleerd over te stappen op een PGB. Daarmee zijn mensen vrij hun eigen thuiszorgaanbieder te kiezen. Van Hees: „Wij willen massa maken maar een PGB helpt daar niet bij”.

Als er weinig verschuivingen zijn, wat is dan het voordeel van de aanbesteding? „Ik zie geen enkel voordeel”, stelt Carint-directeur Swagerman. „Hooguit dat het aantal spelers is beperkt”. Livio-directeur Arnoldy zegt na een denkpauze dat zorginstellingen nu „beter luisteren naar de markt en cliënten” en „scherper calculeren”.

Dat is in ieder geval winst, concludeert de Hengelose wethouder Bert Otten (PvdA). Achter de schermen is er volgens hem meer veranderd dan de thuiszorginstellingen aangeven. „Als gemeente zitten wij nu nadrukkelijk aan het roer”. De gemeenten – financieel en organisatorisch verantwoordelijk – stellen niet alleen kwalitatieve en financiële eisen, maar verlangen ook een ‘social return’. Zo worden de thuiszorginstanties verplicht om werklozen te scholen of een baan aan te bieden en samen met gemeenten en woningcorporaties te investeren in wijkvoorzieningen. Ook het salaris van de bestuurders telt mee. Bestuurders van thuiszorginstellingen worden geacht niet meer te verdienen dan de minister-president.

Volgens wethouder Otten schuilt er een risico in het toelaten van instellingen die „op papier een perfect verhaal hebben”, maar niet bekend zijn met de sociale structuur in een gemeente. „De WMO is in eerste instantie een buurtwet. In veel huishoudens komt alleen de hulp binnen. Die moet oog hebben voor de persoon. Schoonmaken doe je niet alleen met het hoofd naar beneden.” De discussie over marktwerking in de thuiszorg gaat aan cliënten voorbij, signaleert Otten. „Keuzevrijheid is een groot goed, maar als ik met cliënten spreek, willen ze vooral één ding: goede zorg, morgen graag.”

Dit is het tweede deel van een serie.De eerste aflevering is te lezen op www.nrc.nl/binnenland