Rapster Nina wil geen vrouwtje zijn

Nina is de eerste Nederlandse rapster met een officieel solo-album.

Hiphopproducer QF produceerde het album. Een dubbelinterview.

RNina en QF: „ Als ze een man was geweest, had ik ook met haar gewerkt.” Foto Maarten van Haaff apster Nina met haar producer QF, (Quick Fingers) Amsterdam, 23 jan 2007. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

In de geïmproviseerde studio die de 30-jarige producer QF (de afkorting staat voor Quick Fingers) in zijn slaapkamer in Amsterdam Zuid-Oost heeft ingericht, vertelt Madinda, de oudere zus van de 25-jarige Surinaams-Nederlandse rapster Nina dat het hiphopvirus er bij Nina vroeg inzat. „Ze kwam op haar negende al thuis met van die Amerikaanse hiphopblaadjes voor tieners. Ik snapte er niets van; ze kon nog niet eens Engels lezen!” Ruim anderhalf decennium later is haar zus de eerste vrouwelijke solo-artiest uit de Nederlandse hiphopscene die een officieel album uitbrengt, een explosief debuut waarop krachtig pompende beats en zelfverzekerde opschepraps domineren.

Je debuutalbum De Lastigste duurt bijna 40 minuten maar toch noem je het een mini-album. Waarom?

Nina: „Tja, het voelt voor mij niet als een heel album. Ik heb het verspreid opgenomen; de oudste tracks zijn twee jaar oud en de nieuwste twee maanden. Voor mij is het pas een officieel album wanneer het in een korte periode is opgenomen en er een duidelijke lijn in zit.”

QF: „Ik vind wel dat er een lijn in zit. Die lijn is Nina. Je introduceert jezelf op dit album en zegt heel vaak je eigen naam.”

Nina: „Shit, man, hou op, straks gaan mensen tellen hoe vaak ik mijn naam zeg op de cd…”

QF had in het voorjaar van 2006 het album al af maar door een inbraak in je toenmalige studio in Den Haag raakte je de bestanden kwijt.

QF: „Ja, alles was weg. Een hele computer vol muziek, mijn apparatuur… We hebben sommige muziek opnieuw opgenomen en ook nieuwe nummers gemaakt. Uiteindelijk heeft het goed uitgepakt; we hebben door die inbraak ons systeem opnieuw doorgespoeld.”

Je werkte als producer met Brainpower, Cane, THC, RMXCRW en voor jezelf als artiest. Maar dit is de eerste keer dat je een heel album produceert.

QF: „Ik zie toekomst in Nina omdat ze uniek is. Er zijn zoveel gangstarappers en backpackers maar er is geen andere Nina op de wereld. Ze werkt snel, heeft een sterke uitstraling en het feit dat ze een vrouw is maakt het extra uniek. Maar als ze een man met dezelfde capaciteiten was geweest, had ik ook met haar gewerkt.”

Had jij geen behoefte aan beats van andere producers, Nina?

Nina: „Ik ben vijf jaar geleden bij QF in de studio begonnen. Ik rapte vroeger over instrumentale muzieknummers die ik van internet had gedownload. Via een vriendin kwam ik bij QF in de studio en ik vond toen al dat hij de gruwelijkste beats maakte. Hype en agressief. Ik had geen reden om nog andere producers te zoeken.”

QF: „In die tijd kampeerden we met een zootje niggers bij mij in de kamer. Toen ze binnenkwam, ging ze meteen in het Engels rappen. Dat vond ik dope.”

Nina: „Jij zei toen: ‘waarom rap je niet in het Nederlands?’. Dat was een openbaring… Je denkt in het Nederlands, je praat in het Nederlands, dus het is logisch. Alleen was alle hiphop die we toen luisterden in het Engels. Ik kreeg van mijn vader Sugarhill Gang, van mijn oom Salt-N-Pepa…”

QF: „Dan was je er vroeg bij. Ik ben vijf jaar ouder dan jij en met dezelfde muziek begonnen. Of je kreeg gewoon alle oude platen van je familie, haha…”

Waarom was je als negenjarige al zo met hiphop bezig?

Nina: „Er was altijd muziek bij ons thuis en ik had een klik met hiphop omdat het rebel music was. Misschien was ik al lastig, toen ik klein was…”

QF: „Bij mij ook, hoor. Je hoort het en denkt: dat is het, ik hoor hier gewoon bij.”

Nina: „Ik ben een heel koppig en dwarsliggend persoon en dat komt in hiphop veel naar voren. En ik ben een allochtoon. In de VS botsen minderheden tegen problemen aan waar wij hier ook tegen botsen; ik identificeer me daarmee.”

QF: „In het begin besef je dat niet zo. Maar je voelt dat die gasten tegen de maatschappij ingaan en je hoort dingen over zwart zelfbewustzijn die je nergens anders hoort.”

Op je album kraak je harde noten over de multiculturele samenleving. Wat bereik je daarmee, denk je?

Nina: „Dat jonge mensen het horen en denken: ‘Ja, zo voel ik het ook’. Ik hoef geen revolutie te ontketenen maar ik vind dat dingen gezegd moeten worden. Dat het bijvoorbeeld een grote misvatting is dat alleen de allochtonen zich moeten aanpassen. En dat er niet valt te praten zolang autochtonen vanuit een superioriteitsgevoel handelen, alsof we hier op bezoek zijn…”

QF: „We gaan toch nooit meer weg. Ik vind eigenlijk dat ze de Randstad zo langzamerhand aan de allochtonen moeten overdragen én de mensen die met allochtonen om kunnen gaan. Die mogen dan een uitburgeringscursus volgen.”

Nina, je bent een vrouw in hiphop, een cultuur die vaak wordt weggezet als seksistisch. Hoe zie jij dat?

Nina: „Seks verkoopt en dat is dus vooral wat je op tv ziet. Maar je hebt veel verschillende soorten hiphop. Zolang er vrouwen zijn die zich graag uitkleden voor clips, moet je er vooral over blijven rappen. Ik voel me er niet door aangesproken.”

Je voelt je prettig in de machocultuur die hiphop toch ook is?

Nina: „Ja, opscheppen en stoerdoenerij horen bij hiphop. Voor de meeste vrouwen is dat ver van hun bed, die willen echt een vrouwtje zijn. Terwijl je als vrouw in hiphop je mannetje moet staan. Ik voel me daar lekker bij: zoeken naar metaforen en zo laten zien wat ik met taal en muziek kan. Ik ben als vrouw tussen zoveel mannen in het voordeel omdat ik opval en in het nadeel omdat ik me meer moet bewijzen. Mij word bijvoorbeeld vaak gevraagd of ik mijn eigen teksten wel schrijf. Een vraag die een mannelijke rapper niet zo gauw zal krijgen.”

Nina en QF zijn allebei te zien op het releasefeest van hun album De Lastigste, 4 februari in Bitterzoet Amsterdam.