Mexicaans protest tegen prijsverhoging tortilla’s

De Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken Patricia Espinosa heeft gisteren de zogenaamde tortillacrisis in haar land gebagatelliseerd. Tienduizenden vakbondbondsleden, boeren en linkse groepen gingen woensdag in Mexico-Stad de straat op om te protesteren tegen de prijsverhoging van de maïs, de basis van de dagelijks voeding van miljoenen Mexicanen.

Minister Espinosa, die gisteren een bezoek bracht aan Wenen, zei dat ze de situatie„niet zou kwalificeren als een nationale crisis”. „Maar het is natuurlijk wel een heel belangrijke en problematische situatie, die niemand heeft verwacht”, voegde Espinosa daaraan toe.

De demonstratie vormt een uitdaging aan het adres van de Mexicaanse president Calderón, die een liberale koers vaart. Op een van de spandoeken stond de tekst: „Calderón heeft de verkiezingen gestolen en nu steelt hij ook onze tortilla’s”. Dit is een verwijzing naar de verkiezingen van vorig jaar, die Calderón nipt won. Zijn tegenstander, de linkse verliezende, kandidaat López Obrador wilde zijn nederlaag niet toegeven, waardoor het land ernstig verdeeld raakte.

President Calderón zei in een verklaring de zorgen van de betogers te delen en beloofde „alle nodige maatregelen te nemen om de prijzen voor voedsel stabiel te houden”. Maïspannekoekjes werden de laatste weken tientallen procentpunten duurder. Vooral bij arme Mexicanen, die er dagelijks stapels van eten, komt dat hard aan.

Na de toetreding van Mexico tot de Noord-Amerikaanse vrijhandelzone NAFTA in 1994 begonnen Amerikaanse boeren hun gesubsidieerde maïs op de Mexicaanse markt te dumpen. Veel kleine boeren gingen failliet en de productie en verwerking van maïs kwam in handen van een paar grote ondernemingen.

Zij doen nu aan prijsspeculatie, zeggen critici. De bedrijven wijzen op de hoge internationale maïsprijs, die het gevolg is van de stijgende ethanolproductie in de VS. Calderón beloofde alle vormen van speculatie hard aan te pakken. (AP)