Maximum aan buitenlanders bij hockeyclub

De hockeyclubs uit de hoofdklasse gaan het aantal buitenlanders in hun selecties beperken. Zij hopen op deze wijze de doorstroming van Nederlandse talenten te bevorderen.

De komende twee seizoenen mogen per club maar maximaal drie buitenlanders op de spelerslijst staan. Alle clubs uit de hoofdklasse mannen en vrouwen, met uitzondering van Rotterdam, hebben dat onderling afgesproken. Dat heeft voorzitter Willem Simons van het hoofdklasse-overleg vandaag verklaard.

Buitenlandse hockeyers overspoelen steeds meer vooral de Nederlandse mannencompetitie. Dit seizoen zijn er 42 spelers uit het buitenland actief. Dat is meer dan ooit. Binnen het tophockey groeide de behoefte om die toename te reguleren, lichtte Simons vanmorgen toe. „Buitenlandse spelers zijn uiterst gewenst en kunnen een verrijking zijn voor de competitie. Maar veel spelers die de laatste jaren naar Nederland zijn gekomen, overstijgen niet altijd het gemiddelde hoofdklasseniveau. Zij dreigen de doorstroming van Nederlandse talenten te vertragen en dat is weer een uiterst ongewenste ontwikkeling.”

Er is wel een uitzondering op de nieuwe regel. Buitenlandse spelers die al drie jaar aaneengesloten in de hoofdklasse hebben gespeeld, tellen niet mee, zei voorzitter Simons. „Zij zijn al zo lang hier, dat we ze als Nederlandse spelers beschouwen.”

Alleen hockeyclub Rotterdam heeft niet ingestemd met de gezamenlijke afspraak. De club heeft het hoofdklasse-overleg laten weten zich te beraden over de nieuwe regel. Het mannenteam van Rotterdam heeft dit seizoen vijf buitenlanders in de selectie. „Wij blijven in gesprek met Rotterdam’’, zei Simons. „Het is op zich redelijk uniek dat zoveel clubs onderling deze afspraak hebben gemaakt. Deze afspraak heeft slechts morele waarde en het is de verantwoordelijkheid van alle clubs in de hoofdklasse om er een succes van te maken.” (ANP)