Koop die Jan Mostaert

Nederland geeft de Goudstikkercollectie van 202 schilderijen nog deze maand terug aan de erven. Over enkele topstukken die een historisch verlies zouden zijn voor ons nationale kunstbezit wordt nog onderhandeld. Lukt het de regering om deze schilderijen hier te houden?

Tweehonderdtwee schilderijen. Nu zijn ze nog opgeslagen in de kunstdepots van het rijk, maar binnenkort zal Nederland definitief afstand doen van de ‘Goudstikkercollectie’. Deze maand worden de schilderijen officieel overhandigd aan Marei von Saher, de Amerikaanse schoondochter van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940).

Begin vorig jaar besloot de regering op advies van de Restitutiecommissie de claim van Von Saher te honoreren. Vervolgens kwam het Instituut Collectie Nederland (ICN), dat de rijkskunstcollectie beheert, in actie. Musea en ambassades die werken in bruikleen hadden kregen de opdracht om ze naar het ICN te retourneren. Daar zijn nu alle 202 schilderijen geregistreerd, gefotografeerd en klaargemaakt voor teruggave.

Maar er gebeurde meer. Sinds enkele maanden worden onder strikte geheimhouding besprekingen gevoerd tussen de Nederlandse regering en de zaakwaarnemers van Marei von Saher. Het ministerie van OCW dat de onderhandelingen voert, bevestigt dit. Inzet zijn topstukken uit de Goudstikkercollectie waarvan de teruggave een pijnlijk verlies zou zijn voor ons land. Dus worden er pogingen gedaan die stukken te behouden. Welke dat zijn, wil niemand zeggen. Rudi Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie en de spil in het teruggavebeleid „wil niet ontkennen” dat hij „betrokken is bij de onderhandelingen.” Ekkart: „Tot het eindpunt toe, zo is afgesproken, zullen alle betrokkenen hun mond dicht houden.” Ekkart bevestigt dat de Nederlandse musea buiten de onderhandelingen blijven en niet weten om welke schilderijen het gaat: „In een eerder stadium heeft het ICN de reacties van musea geïnventariseerd en we weten aan welke werken veel waarde wordt gehecht.”

Evert Rodrigo, hoofd collecties bij het ICN, wil alleen kwijt: „Er wordt onderhandeld en het ziet er goed uit.”

Slechts van één schilderij

uit de Goudstikkercollectie staat vast dat de twee partijen erover spreken: Het gebed van Tobias en Sara van Jan Steen, dat het Haagse Museum Bredius moest inleveren. Dat dit doek niet zonder meer ons land zou verlaten, was van meet af aan duidelijk. Het schilderij is ooit in twee stukken gesneden die elk hun weg in de kunsthandel vonden. In 1996 werden de twee helften na een grondige restauratie herenigd. De ene helft hoorde in 1940 tot de handelsvoorraad van Goudstikker en is dus geclaimd, de andere helft is eigendom van de gemeente Den Haag. Jeroen Bakker, beheerder van Museum Bredius zou „graag over het doek praten”. Maar, zegt hij, „ik heb van ons bestuur de opdracht niets naar buiten te brengen omdat er nu over onderhandeld wordt.” John Hoogsteder, kunsthandelaar en bestuurslid van Museum Bredius: „In verband met de besprekingen over dit belangrijke schilderij van Jan Steen hebben wij een complete zwijgplicht.”

Alle monden zijn op slot en zelfs de museumdirecteuren kunnen slechts raden voor welke Goudstikker-schilderijen Maria van der Hoeven, minister van OCW, nu in de bres springt.

Maar voor kenners is dat raden misschien niet zo moeilijk.

Het Cultureel Supplement vroeg kunsthistoricus dr. Bram de Klerck, docent aan de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in oude kunst, een aantal schilderijen aan te wijzen die de Collectie Nederland node kan missen. Zijn keuze, van zes schilderijen, legde ik voor aan conservatoren van de musea die deze topstukken moesten afstaan. Op één twijfelgeval na onderschreven zij deze selectie. Dit zijn de schilderijen waarvan Nederland het moeilijkst afscheid kan nemen. De kans lijkt dan ook groot dat het bij de besprekingen in Den Haag in ieder geval om deze zes kunstwerken gaat. De vraag is nu nog wat de regering ervoor over heeft om ze voor Nederland te redden. Hoeveel geld? En welke tegemoetkomingen wil men doen? Een Goudstikker-zaal in het Rijksmuseum?

De musea die de kunstwerken in bruikleen hadden, hebben zelf geen pogingen gedaan ze te behouden. Ze respecteren het besluit tot teruggave en houden zich buiten de verdere afwikkeling van de Goudstikker-zaak.

Karel Schampers, directeur van het Frans Hals Museum, vindt dat het zestiende-eeuwse paneel Landschap met een episode uit de verovering van Amerika van Jan Mostaert „voor Nederland van eminent belang is.” „Daar is iedereen het over eens. Het paneel, ook bekend onder de naam De ontdekking van Amerika, is een van de eerste die deze episode uit de geschiedenis weergeeft. Het toont hoe mensen hier dachten over wilden in den vreemde. Dit paneel zal veel opbrengen in Amerika, maar voor Nederland zou het een historisch verlies zijn.”

Het Rijksmuseum deed

ondermeer afstand van het Rivierlandschap met veerpont (1649) van Salomon van Ruysdael en De opstanding van Christus (ca.1500) van de Meester van de Virgo inter Virgines. Directeur Collecties Peter Sigmond: „Het Rijksmuseum heeft verder geen enkel rivierlandschap van Van Ruysdael. Het is een groot gemis. We zijn naarstig op zoek gegaan naar een vervanging en hebben nu tijdelijk een soortgelijk doek in bruikleen van een particulier. De opstanding is een zeldzaam stuk uit een periode die bij ons niet sterk vertegenwoordigd is. Bovendien hebben wij van deze vroege meester nog een schilderij, van Maria met kind en heiligen, waar hij later naar genoemd is.”

Jeroen Giltay, senior-conservator oude kunst in Museum Boijmans Van Beuningen, betreurt het verlies van het „prachtige schilderij” Kustlandschap met de roof van Europa (1647) van de Franse schilder Claude Lorrain: „Nederland bezit maar weinig oude buitenlandse kunst en Boijmans is het enige museum dat hier veel aandacht voor heeft. Daarom past dit doek bij uitstek in onze collectie.”

Het Maastrichtse Bonnefantenmuseum had 38 vroege werken uit de Goudstikkercollectie, waaronder het schilderij De heilige Lucia (ca. 1325) van Jacopo del Casentino. Conservator Oude Kunst Lars Hendrikman aarzelt op de vraag of het gemis van dit paneel het meest schrijnend is: „Het is een bijzonder schilderij met een interessante geschiedenis van verschillende toeschrijvingen en titels, dus we zouden het graag hebben gehouden. Maar dat geldt wat mij betreft ook voor twee oud-Nederlandse schilderijen die we moesten terugsturen: De heilige Magdalena van de zestiende eeuwse Antwerpse schilder Meester van de Mansi-Magdalena en de Madonna met kind omringd door Jozef en vier musicerende engelen van Adriaen van Overbeke, eveneens uit begin zestiende eeuw. Dit zijn twee schitterende stukken die perfect pasten in onze afdeling vroeg-Nederlandse kunst. Ik zou het toejuichen als de regering een aantal werken voor de Nederlandse musea weet te behouden en dan hoop ik dat ook die laatste twee daarbij zijn.”

    • Bram de Klerck
    • Lien Heyting