KNMI: Nederland kan hogere zee aan

Nederland zal niet overstromen door de zeespiegelstijging die een gevolg is van de mondiale klimaatverandering, mits er voldoende maatregelen worden genomen. Dat stellen het KNMI en het MNP (Milieu- en Natuurplanbureau) in hun analyses van het vandaag gepresenteerde klimaatrapport van het IPCC.

„Bij een stijging van minder dan één meter per eeuw en een totale stijging van minder dan vijf meter op zeer lange termijn is met de huidige bekende technieken en ongeveer het huidige kostenniveau de zeebescherming op peil te houden”, aldus het planbureau.

Volgens het IPCC zal de zeespiegel deze eeuw wereldwijd met 18 tot 59 centimeter stijgen, als gevolg van de uitzetting van het zeewater en het smelten van grote en kleine ijsmassa’s. Het KNMI hield rekening met een stijging van 35 tot 85 centimeter in 2100.

Het IPCC laat in zijn cijfers het effect voor West-Europa buiten beschouwing van een meer dan gemiddeld hoge zeespiegelstijging als gevolg van stromingen in de Atlantische Oceaan, zo stelt klimatoloog Albert Klein Tank van het KNMI. Dat regionale effect wordt geschat op maximaal vijftien centimeter. Bovendien laat het IPCC de versnelde afsmelting, de laatste jaren, van de ijskappen op Groenland en West-Antarctica buiten beschouwing. Die afkalving kan leiden tot een extra zeespiegelstijging van tien tot twintig centimeter.

De grootste problemen verwachten Nederlandse klimatologen met de afvoer van water uit de grote rivieren. „Bij een zeespiegelstijging van tegen de twee meter of meer moeten waarschijnlijk grote gemalen worden ingezet om het rivierwater nog te kunnen afvoeren”, aldus het MNP. Daarnaast zal door de stijgende zee en de stijgende rivieren de grondwaterdruk sterk kunnen toenemen. „Bij een zeespiegelstijging van meer dan zo’n twee meter kunnen de deklagen, die het grondwater nu tegenhouden, doorbreken.”